Avatar of Vocabulary Set B2 - Letter T

Vocabulaireverzameling B2 - Letter T in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter T' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

tale

/teɪl/

(noun) verhaal, sprookje, verzinsel

Voorbeeld:

She told a fascinating tale of her travels.
Ze vertelde een fascinerend verhaal over haar reizen.

tank

/tæŋk/

(noun) tank, reservoir;

(verb) mislukken, instorten

Voorbeeld:

The car's fuel tank is almost empty.
De brandstoftank van de auto is bijna leeg.

target

/ˈtɑːr.ɡɪt/

(noun) doel, doelwit, streven;

(verb) richten op, doelwit maken van, viseren

Voorbeeld:

The archer hit the target with his arrow.
De boogschutter raakte het doel met zijn pijl.

tear

/ter/

(verb) scheuren, verscheuren, een gat maken;

(noun) traan

Voorbeeld:

She accidentally tore the letter in half.
Ze scheurde per ongeluk de brief doormidden.

temporary

/ˈtem.pə.rer.i/

(adjective) tijdelijk, voorlopig

Voorbeeld:

The job is only temporary.
De baan is slechts tijdelijk.

term

/tɝːm/

(noun) term, uitdrukking, termijn;

(verb) noemen, betitelen

Voorbeeld:

The legal term 'habeas corpus' is often misunderstood.
De juridische term 'habeas corpus' wordt vaak verkeerd begrepen.

therapy

/ˈθer.ə.pi/

(noun) therapie, behandeling

Voorbeeld:

She is undergoing physical therapy after her accident.
Ze ondergaat fysiotherapie na haar ongeluk.

threat

/θret/

(noun) bedreiging, dreigement, gevaar

Voorbeeld:

He received a death threat.
Hij ontving een doodsbedreiging.

threaten

/ˈθret.ən/

(verb) bedreigen, dreigen, gevaar vormen voor

Voorbeeld:

He threatened to report them to the police.
Hij dreigde hen aan te geven bij de politie.

thus

/ðʌs/

(adverb) dus, daarom, zodoende

Voorbeeld:

We were unable to find the suspect, thus the investigation was closed.
We konden de verdachte niet vinden, dus werd het onderzoek gesloten.

time

/taɪm/

(noun) tijd, uur, keer;

(verb) timen, klokken, afstemmen

Voorbeeld:

Time flies when you're having fun.
Tijd vliegt als je plezier hebt.

title

/ˈtaɪ.t̬əl/

(noun) titel, functie, kampioenschap;

(verb) tituleren, benoemen

Voorbeeld:

What's the title of that movie?
Wat is de titel van die film?

tone

/toʊn/

(noun) toon, klank, sfeer;

(verb) een toon geven, temperen, aanpassen

Voorbeeld:

The singer's voice had a beautiful, clear tone.
De stem van de zanger had een mooie, heldere toon.

tough

/tʌf/

(adjective) sterk, taai, robuust

Voorbeeld:

This material is very tough and durable.
Dit materiaal is erg sterk en duurzaam.

track

/træk/

(noun) pad, spoor, rupsband;

(verb) volgen, traceren, monitoren

Voorbeeld:

The old logging track was overgrown with weeds.
Het oude houthakkerspad was overwoekerd met onkruid.

transfer

/ˈtræns.fɝː/

(verb) overdragen, overbrengen, verplaatsen;

(noun) overdracht, overplaatsing, verplaatsing

Voorbeeld:

Please transfer the files to the new folder.
Gelieve de bestanden naar de nieuwe map te verplaatsen.

transform

/trænsˈfɔːrm/

(verb) transformeren, veranderen, omvormen

Voorbeeld:

The internet has transformed the way we communicate.
Het internet heeft de manier waarop we communiceren getransformeerd.

transition

/trænˈzɪʃ.ən/

(noun) overgang, transitie;

(verb) overgaan, overstappen

Voorbeeld:

The company is undergoing a major transition to new management.
Het bedrijf ondergaat een grote overgang naar nieuw management.

trial

/traɪəl/

(noun) rechtszaak, proces, proef;

(verb) testen, uitproberen

Voorbeeld:

The suspect is currently awaiting trial.
De verdachte wacht momenteel op zijn rechtszaak.

trip

/trɪp/

(noun) reis, uitstapje, struikelpartij;

(verb) struikelen, vallen, reizen

Voorbeeld:

We're planning a weekend trip to the mountains.
We plannen een weekendtrip naar de bergen.

tropical

/ˈtrɑː.pɪ.kəl/

(adjective) tropisch, heet en vochtig

Voorbeeld:

Brazil has a largely tropical climate.
Brazilië heeft grotendeels een tropisch klimaat.

trouble

/ˈtrʌb.əl/

(noun) moeite, problemen, gedoe;

(verb) storen, lastigvallen

Voorbeeld:

He's always getting into trouble.
Hij komt altijd in de problemen.

truly

/ˈtruː.li/

(adverb) echt, waarlijk, werkelijk

Voorbeeld:

She truly believed in his innocence.
Ze geloofde echt in zijn onschuld.

trust

/trʌst/

(noun) vertrouwen, trust, fiducie;

(verb) vertrouwen, toevertrouwen, aanvertrouwen

Voorbeeld:

She placed her complete trust in her lawyer.
Ze stelde haar volledige vertrouwen in haar advocaat.

try

/traɪ/

(verb) proberen, uitproberen, testen;

(noun) poging, proef

Voorbeeld:

I will try to finish the report by tomorrow.
Ik zal proberen het rapport morgen af te maken.

tune

/tuːn/

(noun) melodie, deun, stemming;

(verb) stemmen, afstemmen, instellen

Voorbeeld:

That's a catchy tune!
Dat is een pakkende melodie!

tunnel

/ˈtʌn.əl/

(noun) tunnel;

(verb) tunnelen, graven

Voorbeeld:

The train passed through a long tunnel.
De trein reed door een lange tunnel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland