Avatar of Vocabulary Set Top 201 - 225 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 201 - 225 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 201 - 225 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

along

/əˈlɑːŋ/

(adverb) langs, mee, erbij;

(preposition) samen met, in overeenstemming met

Voorbeeld:

We walked along the beach.
We liepen langs het strand.

equally

/ˈiː.kwə.li/

(adverb) gelijkmatig, even, eerlijk

Voorbeeld:

Divide the cake equally among all the children.
Verdeel de taart gelijkmatig onder alle kinderen.

increasingly

/ɪnˈkriː.sɪŋ.li/

(adverb) steeds, meer en meer

Voorbeeld:

It's becoming increasingly difficult to find affordable housing.
Het wordt steeds moeilijker om betaalbare huisvesting te vinden.

later on

/ˈleɪ.tər ɑːn/

(adverb) later, daarna

Voorbeeld:

I'll talk to you later on.
Ik spreek je later.

frankly

/ˈfræŋ.kli/

(adverb) eerlijk gezegd, openhartig, ronduit

Voorbeeld:

Frankly, I don't think that's a good idea.
Eerlijk gezegd, ik denk niet dat dat een goed idee is.

primarily

/praɪˈmer.əl.i/

(adverb) voornamelijk, hoofdzakelijk

Voorbeeld:

The economy is primarily based on tourism.
De economie is voornamelijk gebaseerd op toerisme.

sure

/ʃʊr/

(adjective) zeker, vaststaand, overtuigd;

(adverb) zeker, inderdaad;

(exclamation) zeker, natuurlijk

Voorbeeld:

It's sure to rain later.
Het gaat zeker later regenen.

commonly

/ˈkɑː.mən.li/

(adverb) vaak, meestal, algemeen

Voorbeeld:

It's commonly known that exercise is good for health.
Het is algemeen bekend dat lichaamsbeweging goed is voor de gezondheid.

gently

/ˈdʒent.li/

(adverb) voorzichtig, zachtjes, geleidelijk

Voorbeeld:

He gently stroked the cat's fur.
Hij aaide de kat voorzichtig over de vacht.

rapidly

/ˈræp.ɪd.li/

(adverb) snel, rap

Voorbeeld:

The company grew rapidly in the last decade.
Het bedrijf groeide snel in het afgelopen decennium.

luckily

/ˈlʌk.əl.i/

(adverb) gelukkig, door geluk

Voorbeeld:

Luckily, no one was hurt in the accident.
Gelukkig raakte niemand gewond bij het ongeluk.

backwards

/ˈbæk.wɚdz/

(adverb) achteruit, achterstevoren, omgekeerd;

(adjective) achterlijk, achtergebleven

Voorbeeld:

He took a step backwards.
Hij deed een stap achteruit.

occasionally

/əˈkeɪ.ʒən.əl.i/

(adverb) af en toe, incidenteel

Voorbeeld:

We occasionally go out for dinner on weekends.
We gaan af en toe uit eten in het weekend.

above

/əˈbʌv/

(preposition) boven, meer dan, verheven boven;

(adverb) boven, omhoog, hoger;

(adjective) hierboven, bovengenoemd;

(noun) het bovengenoemde, het voorgaande

Voorbeeld:

The birds flew above the clouds.
De vogels vlogen boven de wolken.

hardly

/ˈhɑːrd.li/

(adverb) nauwelijks, amper, moeilijk

Voorbeeld:

She could hardly hear him over the noise.
Ze kon hem nauwelijks horen boven het lawaai.

by

/baɪ/

(preposition) door, met, bij;

(adverb) voorbij, langs

Voorbeeld:

He traveled by train.
Hij reisde met de trein.

rarely

/ˈrer.li/

(adverb) zelden, nauwelijks

Voorbeeld:

She rarely goes out on weekdays.
Ze gaat zelden uit op weekdagen.

anytime

/ˈen.i.taɪm/

(adverb) altijd, op elk moment

Voorbeeld:

You can call me anytime you need help.
Je kunt me altijd bellen als je hulp nodig hebt.

officially

/əˈfɪʃ.əl.i/

(adverb) officieel, volgens de regels

Voorbeeld:

The new policy was officially announced yesterday.
Het nieuwe beleid werd gisteren officieel aangekondigd.

surprisingly

/sɚˈpraɪ.zɪŋ.li/

(adverb) verrassend, verbazingwekkend

Voorbeeld:

Surprisingly, the quiet student won the debate competition.
Verrassend genoeg won de stille student de debatwedstrijd.

strongly

/ˈstrɑːŋ.li/

(adverb) krachtig, sterk, nadrukkelijk

Voorbeeld:

He hit the ball strongly.
Hij sloeg de bal krachtig.

instantly

/ˈɪn.stənt.li/

(adverb) onmiddellijk, direct, ogenblikkelijk

Voorbeeld:

She recognized him instantly.
Ze herkende hem onmiddellijk.

shortly

/ˈʃɔːrt.li/

(adverb) binnenkort, spoedig, kortaf

Voorbeeld:

The train will arrive shortly.
De trein zal binnenkort aankomen.

successfully

/səkˈses.fəl.i/

(adverb) succesvol, met succes

Voorbeeld:

She successfully completed the challenging project.
Ze heeft het uitdagende project succesvol afgerond.

seemingly

/ˈsiː.mɪŋ.li/

(adverb) ogenschijnlijk, schijnbaar

Voorbeeld:

The problem is seemingly simple, but it's actually quite complex.
Het probleem is ogenschijnlijk eenvoudig, maar het is eigenlijk vrij complex.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland