Avatar of Vocabulary Set Top 426 - 450 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 426 - 450 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 426 - 450 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

confused

/kənˈfjuːzd/

(adjective) verward, in de war, ongeordend

Voorbeeld:

She felt completely confused after waking up from the long nap.
Ze voelde zich volledig verward na het ontwaken uit de lange dut.

grand

/ɡrænd/

(adjective) groots, indrukwekkend, magnifiek;

(noun) duizend, duizend pond

Voorbeeld:

The palace was a grand building with towering spires.
Het paleis was een groots gebouw met torenhoge spitsen.

narrow

/ˈner.oʊ/

(adjective) smal, beperkt, eng;

(verb) versmallen, beperken

Voorbeeld:

The road became very narrow as we approached the village.
De weg werd erg smal toen we het dorp naderden.

boring

/ˈbɔː.rɪŋ/

(adjective) saai, vervelend

Voorbeeld:

The lecture was so boring that I almost fell asleep.
De lezing was zo saai dat ik bijna in slaap viel.

viral

/ˈvaɪ.rəl/

(adjective) viraal, populair

Voorbeeld:

The doctor diagnosed a viral infection.
De dokter diagnosticeerde een virale infectie.

unable

/ʌnˈeɪ.bəl/

(adjective) niet in staat, onbekwaam

Voorbeeld:

I am unable to attend the meeting tomorrow.
Ik ben niet in staat om morgen de vergadering bij te wonen.

deadly

/ˈded.li/

(adjective) dodelijk, uiterst effectief, zeer nauwkeurig;

(adverb) dodelijk, uitermate

Voorbeeld:

The cobra's venom is deadly.
Het gif van de cobra is dodelijk.

external

/ɪkˈstɝː.nəl/

(adjective) extern, uitwendig, van buitenaf

Voorbeeld:

The building's external walls are made of brick.
De externe muren van het gebouw zijn van baksteen.

slight

/slaɪt/

(adjective) licht, gering, klein;

(verb) negeren, minachten, beledigen;

(noun) belediging, minachting, veronachtzaming

Voorbeeld:

There's a slight chance of rain today.
Er is een lichte kans op regen vandaag.

silent

/ˈsaɪ.lənt/

(adjective) stil, zwijgend, stilzwijgend

Voorbeeld:

The house was completely silent.
Het huis was volledig stil.

purple

/ˈpɝː.pəl/

(noun) paars;

(adjective) paars

Voorbeeld:

The sunset painted the sky in shades of orange, pink, and purple.
De zonsondergang schilderde de lucht in tinten oranje, roze en paars.

gross

/ɡroʊs/

(adjective) bruto, totaal, grof;

(noun) gros, 144 stuks;

(verb) opbrengen, bruto verdienen

Voorbeeld:

His gross income was higher than his net income.
Zijn bruto inkomen was hoger dan zijn netto inkomen.

vulnerable

/ˈvʌl.nɚ.ə.bəl/

(adjective) kwetsbaar, aanvaller

Voorbeeld:

The small village was vulnerable to attack.
Het kleine dorp was kwetsbaar voor aanvallen.

racial

/ˈreɪ.ʃəl/

(adjective) raciaal, ras-

Voorbeeld:

The company is committed to promoting racial equality.
Het bedrijf zet zich in voor het bevorderen van raciale gelijkheid.

northern

/ˈnɔːr.ðɚn/

(adjective) noordelijk

Voorbeeld:

The northern lights are a beautiful phenomenon.
Het noorderlicht is een prachtig fenomeen.

toxic

/ˈtɑːk.sɪk/

(adjective) giftig, toxisch, schadelijk

Voorbeeld:

The chemical waste is highly toxic.
Het chemische afval is zeer giftig.

republican

/rəˈpʌb.lɪ.kən/

(noun) republikein, Republikein (partij);

(adjective) republikeins, Republikeins (partij)

Voorbeeld:

Many republicans believe in limited government intervention.
Veel republikeinen geloven in beperkte overheidsinterventie.

blind

/blaɪnd/

(adjective) blind, onwetend;

(verb) verblinden, blind maken, misleiden;

(noun) jaloezie, blind

Voorbeeld:

She has been blind since birth.
Ze is al sinds haar geboorte blind.

vocal

/ˈvoʊ.kəl/

(adjective) vocaal, stem-, uitgesproken;

(noun) vocaal, zang

Voorbeeld:

She has amazing vocal range.
Ze heeft een verbazingwekkend vocale bereik.

kind

/kaɪnd/

(noun) soort, type;

(adjective) aardig, vriendelijk, lief

Voorbeeld:

What kind of music do you like?
Wat voor soort muziek vind je leuk?

reliable

/rɪˈlaɪ.ə.bəl/

(adjective) betrouwbaar, degelijk

Voorbeeld:

She is a very reliable employee.
Zij is een zeer betrouwbare werknemer.

round

/raʊnd/

(adjective) rond, volledig;

(noun) ronde, schot, kogel;

(verb) rondgaan, afronden;

(adverb) rond, omheen;

(preposition) rond, om

Voorbeeld:

The table is round.
De tafel is rond.

sound

/saʊnd/

(noun) geluid, klank, zeestraat;

(verb) klinken, luiden, lijken;

(adjective) gezond, deugdelijk, verstandig;

(adverb) diep, grondig

Voorbeeld:

The sound of music filled the room.
Het geluid van muziek vulde de kamer.

pink

/pɪŋk/

(adjective) roze;

(noun) roze, bloei, hoogtepunt

Voorbeeld:

She wore a beautiful pink dress to the party.
Ze droeg een prachtige roze jurk naar het feest.

automatic

/ˌɑː.t̬əˈmæt̬.ɪk/

(adjective) automatisch, instinctief;

(noun) automaat, automatisch wapen, automatische auto

Voorbeeld:

The car has an automatic transmission.
De auto heeft een automatische transmissie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland