Avatar of Vocabulary Set Top 201 - 225 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 201 - 225 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 201 - 225 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

left

/left/

(adjective) links, over, resterend;

(noun) links, linkse vleugel;

(past tense) verliet, achtergelaten

Voorbeeld:

Turn left at the next intersection.
Sla linksaf bij de volgende kruising.

thick

/θɪk/

(adjective) dik, dicht, compact;

(adverb) dicht, dik

Voorbeeld:

The book has a thick cover.
Het boek heeft een dikke kaft.

British

/ˈbrɪt̬.ɪʃ/

(adjective) Brits;

(plural noun) Britten

Voorbeeld:

She has a strong British accent.
Ze heeft een sterk Brits accent.

dramatic

/drəˈmæt̬.ɪk/

(adjective) dramatisch, theatraal, ingrijpend

Voorbeeld:

She has a very dramatic voice, perfect for the stage.
Ze heeft een erg dramatische stem, perfect voor het podium.

careful

/ˈker.fəl/

(adjective) voorzichtig, zorgvuldig, grondig

Voorbeeld:

Be careful when crossing the road.
Wees voorzichtig bij het oversteken van de weg.

solid

/ˈsɑː.lɪd/

(adjective) vast, massief, solide;

(noun) vaste stof, vaste delen;

(adverb) effen, stevig

Voorbeeld:

The ice was solid enough to walk on.
Het ijs was stevig genoeg om op te lopen.

tall

/tɑːl/

(adjective) lang, hoog, overdreven

Voorbeeld:

He is a very tall man.
Hij is een erg lange man.

double

/ˈdʌb.əl/

(adjective) dubbel, tweevoudig, twee keer zoveel;

(verb) verdubbelen;

(adverb) dubbel, twee keer zoveel;

(noun) dubbele, tweehonkslag

Voorbeeld:

She ordered a double espresso.
Ze bestelde een dubbele espresso.

obvious

/ˈɑːb.vi.əs/

(adjective) duidelijk, evident, klaar

Voorbeeld:

It was obvious that she was upset.
Het was duidelijk dat ze van streek was.

sad

/sæd/

(adjective) verdrietig, triest, droevig

Voorbeeld:

She felt sad after hearing the news.
Ze voelde zich verdrietig na het horen van het nieuws.

alone

/əˈloʊn/

(adjective) alleen, eenzaam, zelfstandig;

(adverb) alleen, met rust

Voorbeeld:

She likes to be alone sometimes.
Ze is graag soms alleen.

proud

/praʊd/

(adjective) trots, hoogmoedig, arrogant

Voorbeeld:

She was very proud of her son's academic achievements.
Ze was erg trots op de academische prestaties van haar zoon.

flat

/flæt/

(adjective) vlak, plat, dun;

(noun) appartement, flat;

(adverb) plat, horizontaal

Voorbeeld:

The road was long and flat.
De weg was lang en vlak.

central

/ˈsen.trəl/

(adjective) centraal, midden, essentieel

Voorbeeld:

The park is in the central part of the city.
Het park ligt in het centrale deel van de stad.

ancient

/ˈeɪn.ʃənt/

(adjective) oud, oudtijds, bejaard

Voorbeeld:

The pyramids are ancient structures.
De piramides zijn oude bouwwerken.

worried

/ˈwɝː.id/

(adjective) bezorgd, ongerust

Voorbeeld:

She was worried about her son's health.
Ze was bezorgd over de gezondheid van haar zoon.

creative

/kriˈeɪ.t̬ɪv/

(adjective) creatief, scheppend

Voorbeeld:

She has a very creative mind.
Ze heeft een zeer creatieve geest.

responsible

/rɪˈspɑːn.sə.bəl/

(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van

Voorbeeld:

You are responsible for your own actions.
Je bent verantwoordelijk voor je eigen daden.

critical

/ˈkrɪt̬.ɪ.kəl/

(adjective) kritisch, cruciaal, essentieel

Voorbeeld:

He received a lot of critical feedback on his performance.
Hij kreeg veel kritische feedback op zijn prestatie.

Chinese

/tʃaɪˈniːz/

(noun) Chinees, Chinezen;

(adjective) Chinees

Voorbeeld:

Many Chinese live abroad.
Veel Chinezen wonen in het buitenland.

standard

/ˈstæn.dɚd/

(noun) standaard, niveau, vaandel;

(adjective) standaard, normaal

Voorbeeld:

The hotel maintains a high standard of service.
Het hotel handhaaft een hoge standaard van service.

emotional

/ɪˈmoʊ.ʃən.əl/

(adjective) emotioneel, gevoelig

Voorbeeld:

She's going through a difficult emotional period.
Ze maakt een moeilijke emotionele periode door.

wild

/waɪld/

(adjective) wild, onbeheerst, onbewoond;

(noun) wildernis, natuur;

(adverb) wild, ongecontroleerd

Voorbeeld:

We saw a herd of wild horses galloping across the plains.
We zagen een kudde wilde paarden over de vlaktes galopperen.

delicious

/dɪˈlɪʃ.əs/

(adjective) heerlijk, lekker, aangenaam

Voorbeeld:

The cake was absolutely delicious.
De cake was absoluut heerlijk.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland