Vocabulaireverzameling Geluiden in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Geluiden' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) gedempt, verdoofd;
(verb) omwikkelen, bedekken
Voorbeeld:
(adjective) schel, schel klinkend;
(verb) schel klinken, gillen
Voorbeeld:
(adjective) dissonant, wanklinkend, onharmonisch
Voorbeeld:
(noun) rooster, hekwerk;
(adjective) schurend, irritant
Voorbeeld:
(adjective) schokkend, storend, schrijnend
Voorbeeld:
(adjective) piepend, krakend
Voorbeeld:
(adjective) schreeuwend, rauw, rumoerig
Voorbeeld:
(adjective) schor, hees, schurend
Voorbeeld:
(adjective) gutturaal, keelklank
Voorbeeld:
(verb) rammelend, klingelend;
(noun) gerammel, geklingel
Voorbeeld:
(adjective) sissend, fluisterend;
(noun) sibilant, sisklank
Voorbeeld:
(adjective) schel, klinkend, galmend
Voorbeeld:
(adjective) luidruchtig, schreeuwerig
Voorbeeld:
(adjective) schel, schril, hard
Voorbeeld:
(adjective) welluidend, melodieus, zoetklinkend
Voorbeeld:
(adjective) welluidend, eufonisch
Voorbeeld:
(adjective) luidruchtig, rumoerig, insistent
Voorbeeld:
(noun) gil, gekrijs, gepiep;
(verb) gillen, krijsen, piepen
Voorbeeld:
(noun) klank, gong, klokkenspel;
(verb) klinken, luiden, slaan
Voorbeeld:
(noun) averechte steek, geruis, murmelen;
(verb) averecht breien, ruisen, murmelen
Voorbeeld: