Vocabulaireverzameling C1 - Werkend Leven in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Werkend Leven' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) aas, kei, crack;
(verb) uitstekend presteren, een tien halen;
(adjective) geweldig, uitstekend, fantastisch
Voorbeeld:
(verb) benoemen, aanstellen, vaststellen
Voorbeeld:
(verb) samenwerken, collaboreren
Voorbeeld:
(verb) beginnen, aanvangen
Voorbeeld:
(phrasal verb) opvolgen, vervolgen
Voorbeeld:
(verb) multitasken
Voorbeeld:
(verb) uitstellen, opschorten
Voorbeeld:
(noun) rekruut, dienstplichtige, nieuwe medewerker;
(verb) rekruteren, werven, vormen
Voorbeeld:
(verb) aftreden, ontslag nemen, berusten in
Voorbeeld:
(adjective) hectisch, druk
Voorbeeld:
(adjective) intensief, grondig, uitgebreid
Voorbeeld:
(adjective) monotoon, eentonig, saai
Voorbeeld:
(adjective) één-op-één, individueel;
(noun) één-op-één, individueel gesprek;
(adverb) één-op-één, individueel
Voorbeeld:
(adjective) lonend, bevredigend
Voorbeeld:
(adjective) stimulerend, prikkelend
Voorbeeld:
(adjective) saai, langdradig, vervelend
Voorbeeld:
(adjective) onderbetaald, onderbenut
Voorbeeld:
(noun) bestuurskamer, vergaderzaal
Voorbeeld:
(noun) stage
Voorbeeld:
(noun) vacature, openstaande functie, leegte
Voorbeeld:
(noun) collega, medewerker
Voorbeeld:
(noun) supervisor, leidinggevende
Voorbeeld:
(noun) amateur, liefhebber, onbekwaam;
(adjective) amateur, niet-professioneel, onbekwaam
Voorbeeld:
(noun) geïnterviewde
Voorbeeld:
(noun) ziekteverlof
Voorbeeld:
(noun) zwangerschapsverlof, moederschapsverlof
Voorbeeld:
(noun) multitasking, meerdere taken tegelijk uitvoeren
Voorbeeld:
(noun) arbeid, werk, bevalling;
(verb) zwoegen, hard werken
Voorbeeld:
(noun) discriminatie, onderscheiding, onderscheidingsvermogen
Voorbeeld:
(noun) pensioen;
(verb) pensioneren, met pensioen sturen
Voorbeeld:
(noun) verwijzing, referentie, naslagwerk;
(verb) verwijzen naar, refereren aan
Voorbeeld:
(noun) schema, rooster, tijdschema;
(verb) plannen, inplannen
Voorbeeld:
(noun) personeelsbestand, beroepsbevolking, arbeidskrachten
Voorbeeld:
(noun) werklast, werkdruk
Voorbeeld:
(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;
(verb) opmerken, waarnemen
Voorbeeld:
(noun) toename, verhoging, stap;
(verb) verhogen, vermeerderen, opvoeren
Voorbeeld:
(noun) professionele hoffelijkheid, collegialiteit
Voorbeeld: