Vocabulaireverzameling C1 - Wiskunde maakt het leven waardevoller! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Wiskunde maakt het leven waardevoller!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) diameter
Voorbeeld:
(noun) straal, bereik, omtrek
Voorbeeld:
(noun) verhouding, ratio
Voorbeeld:
(adjective) decimaal;
(noun) decimaal, kommagetal
Voorbeeld:
(noun) vergelijking, gelijkstelling
Voorbeeld:
(noun) aftrekken, subtractie, verwijdering
Voorbeeld:
(noun) formule, rekenregel, recept
Voorbeeld:
(noun) functie, doel, bijeenkomst;
(verb) functioneren, werken
Voorbeeld:
(noun) factor, oorzaak, deler;
(verb) meenemen, incalculeren, ontbinden
Voorbeeld:
(noun) dividend, winstuitkering, deeltal
Voorbeeld:
(noun) deler
Voorbeeld:
(adjective) wiskundig, precies, nauwkeurig
Voorbeeld:
(adjective) minimaal, gering, minimalistisch
Voorbeeld:
(adjective) numeriek, cijfermatig
Voorbeeld:
(adjective) talloos, ontelbaar
Voorbeeld:
(adjective) eindeloos, onbegrensd, onophoudelijk
Voorbeeld:
(adjective) oneindig, grenzeloos;
(noun) het oneindige, oneindigheid
Voorbeeld:
(noun) rangtelwoord;
(adjective) rangtelwoordelijk
Voorbeeld:
(noun) haakje, haakjes, beugel;
(verb) tussen haakjes plaatsen, eensluiten, groeperen
Voorbeeld:
(noun) segment, deel, stuk;
(verb) segmenteren, verdelen
Voorbeeld:
(adjective) vast, massief, solide;
(noun) vaste stof, vaste delen;
(adverb) effen, stevig
Voorbeeld:
(verb) uiten, uitdrukken, verzenden;
(adjective) expres, snel, uitdrukkelijk;
(noun) expres, sneltrein, snelbus;
(adverb) expres, snel
Voorbeeld:
(noun) totaal, som;
(adjective) totaal, geheel, volledig;
(verb) bedragen, optellen tot
Voorbeeld:
(noun) metrieke stelsel
Voorbeeld:
(noun) vat, ton, loop;
(verb) razen, stormen
Voorbeeld:
(noun) hectare
Voorbeeld:
(noun) paardenkracht, pk
Voorbeeld:
(abbreviation) mijlen per uur
Voorbeeld:
(noun) pas, stap, tempo;
(verb) ijlen, wandelen, afmeten
Voorbeeld:
(noun) pint
Voorbeeld:
(noun) bewijs, proef, proefdruk;
(verb) bewijzen, waterdicht maken, beschermen;
(adjective) -dicht, -bestendig
Voorbeeld:
(noun) kwart
Voorbeeld:
(noun) score, puntentotaal, twintigtal;
(verb) scoren, punten maken, inkerven
Voorbeeld:
(noun) waarde, belang, prijs;
(verb) waarderen, schatten, op prijs stellen
Voorbeeld:
(adjective) variabel, veranderlijk;
(noun) variabele
Voorbeeld: