Vocabulaireverzameling B2 - Tijd is geld! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Tijd is geld!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) leeftijd, tijdperk, tijd;
(verb) verouderen, rijpen
Voorbeeld:
(noun) kalender, kalendersysteem, tijdrekening
Voorbeeld:
(noun) schema, rooster, tijdschema;
(verb) plannen, inplannen
Voorbeeld:
(noun) tijdperk, era
Voorbeeld:
(noun) veertien dagen, twee weken
Voorbeeld:
(noun) millennium, duizend jaar, gouden tijdperk
Voorbeeld:
(noun) tijdzone
Voorbeeld:
(phrase) het is hoog tijd, het werd tijd
Voorbeeld:
(noun) lokale tijd
Voorbeeld:
(noun) chronometer
Voorbeeld:
(noun) zandloper, zandloperfiguur, zandlopervorm
Voorbeeld:
(noun) slingerklok
Voorbeeld:
(noun) stopwatch, chronometer
Voorbeeld:
(noun) zonnewijzer
Voorbeeld:
(noun) schemering, schemerlicht, neergang;
(adjective) schemerig, schemer
Voorbeeld:
(noun) laatheid, vertraging
Voorbeeld:
(adjective) chronologisch
Voorbeeld:
(adjective) onmiddellijk, direct, instant;
(noun) moment, ogenblik
Voorbeeld:
(preposition) voorbij, achter, na;
(adverb) voorbij, verder;
(noun) het hiernamaals, de andere wereld
Voorbeeld:
(phrase) voorlopig, momenteel
Voorbeeld:
(adverb) laatst, de laatste tijd
Voorbeeld:
(adjective) dagelijks, alledaags
Voorbeeld:
(adjective) jaarlijks, eenjarig;
(noun) eenjarige plant, jaarboek, jaarlijkse publicatie
Voorbeeld:
(adverb) jaarlijks, eenmaal per jaar
Voorbeeld:
(adjective) maandelijks;
(adverb) maandelijks;
(noun) maandblad, maandelijkse publicatie
Voorbeeld:
(adjective) wekelijks;
(adverb) wekelijks;
(noun) weekblad
Voorbeeld:
(adverb) even, kortstondig, elk moment
Voorbeeld:
(idiom) af en toe, nu en dan
Voorbeeld:
(phrase) af en toe, nu en dan
Voorbeeld:
(noun) overwerk, overtijd, verlenging;
(adverb) over, overtijd
Voorbeeld:
(adverb) later, daarna
Voorbeeld: