Vocabulaireverzameling B2 - Laten we op weg gaan! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Laten we op weg gaan!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) begroting, budget, beschikbaar bedrag;
(verb) begroten, budgetteren;
(adjective) budget, goedkoop
Voorbeeld:
(noun) resort, oord, toevlucht;
(verb) toevlucht nemen tot, zijn heil zoeken in
Voorbeeld:
(noun) accommodatie, onderdak, logies
Voorbeeld:
(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;
(verb) luieren, rondhangen
Voorbeeld:
(noun) kassa, afrekenbalie, uitchecken;
(verb) afrekenen, betalen, uitchecken
Voorbeeld:
(noun) inwoner, bewoner, resident;
(adjective) ingezeten, wonend
Voorbeeld:
(noun) roomservice
Voorbeeld:
(noun) reisbureau
Voorbeeld:
(noun) e-ticket, elektronisch ticket
Voorbeeld:
(noun) vakantieganger, toerist
Voorbeeld:
(noun) excursie, uitstapje, tochtje
Voorbeeld:
(noun) pakketreis, georganiseerde reis
Voorbeeld:
(phrasal verb) ontsnappen, wegkomen, op vakantie gaan
Voorbeeld:
(noun) trektocht, lange tocht;
(verb) trekken, een lange tocht maken
Voorbeeld:
(noun) gangpad, pad
Voorbeeld:
(noun) hut, blokhut, cabine
Voorbeeld:
(noun) cabinebemanning, stewardessen
Voorbeeld:
(noun) bagageafhandeling, bagageband
Voorbeeld:
(noun) jetlag
Voorbeeld:
(adjective) terminaal, eind-, dodelijk;
(noun) terminal, station, aansluiting
Voorbeeld:
(noun) hoofdlijn, hoofdleiding, kern
Voorbeeld:
(noun) cruise, zeereis;
(verb) cruisen, rijden met constante snelheid, rondrijden
Voorbeeld:
(verb) vertragen, uitstellen, aarzelen;
(noun) vertraging, uitstel
Voorbeeld:
(verb) navigeren, sturen, zich verplaatsen
Voorbeeld:
(noun) caravan, woonwagen, karavaan
Voorbeeld:
(noun) spoorwegovergang, overweg
Voorbeeld:
(noun) vak, compartiment, afdeling
Voorbeeld:
(noun) rustplaats, verzorgingsplaats
Voorbeeld:
(noun) cadeauwinkel, souvenirwinkel
Voorbeeld:
(noun) heteluchtballon
Voorbeeld:
(noun) 1 april, grappenmakerij
Voorbeeld:
(noun) Onafhankelijkheidsdag
Voorbeeld:
(noun) oudejaarsavond
Voorbeeld:
(noun) St. Patrick's Day
Voorbeeld:
(noun) Black Friday
Voorbeeld:
(noun) Mardi Gras, Vastenavond
Voorbeeld:
(noun) vervoer, transport
Voorbeeld: