Vocabulaireverzameling B2 - Laten we een ritje maken! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Laten we een ritje maken!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) rijschool
Voorbeeld:
(noun) kenteken, kentekenplaatnummer
Voorbeeld:
(noun) motorvoertuig, voertuig
Voorbeeld:
(noun) bumper;
(adjective) overvloedig, uitzonderlijk
Voorbeeld:
(noun) noodrem, handrem
Voorbeeld:
(noun) capuchon, motorkap, buurt
Voorbeeld:
(noun) bord, plaat;
(verb) plateren, bekleden
Voorbeeld:
(noun) veiligheidsgordel
Voorbeeld:
(noun) verkeerslicht, stoplicht
Voorbeeld:
(noun) uitlaatpijp
Voorbeeld:
(noun) tank, reservoir;
(verb) mislukken, instorten
Voorbeeld:
(verb) vermoeien, vervelen;
(noun) band
Voorbeeld:
(noun) stam, slurf, koffer
Voorbeeld:
(noun) richtingaanwijzer, knipperlicht
Voorbeeld:
(noun) voorruit
Voorbeeld:
(noun) ruitenwisser
Voorbeeld:
(noun) crash, botsing, klap;
(verb) crashen, botsen, klappen;
(adjective) crash-, spoed-;
(adverb) met een klap, met een dreun
Voorbeeld:
(verb) buigen, plooien, zwichten;
(noun) bocht, kromming
Voorbeeld:
(noun) overgang, kruising, oversteek
Voorbeeld:
(noun) kruising, snijpunt, kruispunt
Voorbeeld:
(noun) U-bocht, keerbeweging, koerswijziging;
(verb) U-bocht maken, keren
Voorbeeld:
(abbreviation) GPS, navigatiesysteem
Voorbeeld:
(noun) spitsuur, spits
Voorbeeld:
(noun) te hard rijden, snelheidsovertreding;
(adjective) te hard rijdend, versnellend
Voorbeeld:
(noun) rem;
(verb) remmen
Voorbeeld:
(noun) uitgang, uitrit, vertrek;
(verb) verlaten, uitgaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) stoppen, aanhouden, uittrekken
Voorbeeld:
(verb) navigeren, sturen, zich verplaatsen
Voorbeeld:
(verb) haasten, spoeden, versnellen;
(noun) stroom, haast, spits;
(adjective) gehaast, overhaast
Voorbeeld:
(adjective) langzaam, traag, dom;
(adverb) langzaam;
(verb) vertragen, afremmen
Voorbeeld:
(noun) brandstof, voeding, stimulans;
(verb) tanken, van brandstof voorzien, aanwakkeren
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, progressie;
(verb) vorderen, vooruitgaan
Voorbeeld: