Vocabulaireverzameling B2 - Algemene Bijwoorden in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Algemene Bijwoorden' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adverb) opzij, terzijde, apart;
(noun) terzijde, aparté
Voorbeeld:
(adverb) blijkbaar, kennelijk, ogenschijnlijk
Voorbeeld:
(adverb) ongeveer, circa
Voorbeeld:
(adverb) in principe, fundamenteel, kortom
Voorbeeld:
(adverb) consistent, altijd, op dezelfde manier
Voorbeeld:
(adverb) voortdurend, constant
Voorbeeld:
(adverb) kritisch, afkeurend, kritiek
Voorbeeld:
(adverb) gedurfd, moedig
Voorbeeld:
(adverb) diep, grondig
Voorbeeld:
(adverb) weloverwogen, doelbewust, langzaam
Voorbeeld:
(adverb) teleurstellend, helaas
Voorbeeld:
(adverb) elders, ergens anders
Voorbeeld:
(adverb) volledig, geheel, helemaal
Voorbeeld:
(adverb) geleidelijk, langzamerhand
Voorbeeld:
(adverb) onschadelijk, zonder schade
Voorbeeld:
(adverb) hopeloos, kansloos
Voorbeeld:
(adverb) aanvankelijk, oorspronkelijk
Voorbeeld:
(adverb) onvermijdelijk, noodzakelijkerwijs
Voorbeeld:
(adverb) grotendeels, voornamelijk
Voorbeeld:
(adverb) letterlijk, precies, echt
Voorbeeld:
(adverb) niettemin, desalniettemin
Voorbeeld:
(adverb) af en toe, incidenteel
Voorbeeld:
(adverb) anders, overigens, verder;
(adjective) anders, afwijkend
Voorbeeld:
(adjective) algemeen, totaal;
(adverb) over het algemeen, in het algemeen;
(noun) overall, tuinbroek
Voorbeeld:
(adverb) gedeeltelijk, deels
Voorbeeld:
(adverb) precies, nauwkeurig, juist
Voorbeeld:
(adverb) relatief, vergeleken met
Voorbeeld:
(adverb) strikt, streng, uitsluitend
Voorbeeld:
(adverb) enigszins, tamelijk
Voorbeeld:
(adverb) vervolgens, daarna
Voorbeeld:
(adverb) echt, waarlijk, werkelijk
Voorbeeld:
(adverb) uiteindelijk, tenslotte
Voorbeeld:
(adverb) tevergeefs, zonder succes
Voorbeeld:
(noun) manier, wijze, weg;
(adverb) veel, erg
Voorbeeld:
(adverb) breed, wijdverbreid, wijd
Voorbeeld:
(adverb) voorzichtig, zachtjes, geleidelijk
Voorbeeld:
(preposition) naast, langs, samen met;
(adverb) ernaast, langs
Voorbeeld:
(adverb) dienovereenkomstig, navenant, daarom
Voorbeeld: