Vocabulaireverzameling B1 - Het milieu en energie in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Het milieu en energie' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) planeet
Voorbeeld:
(noun) atmosfeer, dampkring, sfeer
Voorbeeld:
(noun) habitat, leefgebied
Voorbeeld:
(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;
(verb) voorzien van middelen, uitrusten
Voorbeeld:
(noun) kracht, vermogen, macht;
(verb) aandrijven, van stroom voorzien
Voorbeeld:
(noun) brandstof, voeding, stimulans;
(verb) tanken, van brandstof voorzien, aanwakkeren
Voorbeeld:
(noun) fossiele brandstof
Voorbeeld:
(noun) kolen, steenkool, gloeiende kool
Voorbeeld:
(noun) olie, olieverf;
(verb) oliën, smeren
Voorbeeld:
(noun) energie, levenskracht
Voorbeeld:
(noun) atoomenergie, kernenergie
Voorbeeld:
(noun) ecologische voetafdruk, CO2-voetafdruk
Voorbeeld:
(noun) kooldioxide, koolstofdioxide
Voorbeeld:
(adjective) schoon, rein, zuiver;
(verb) schoonmaken, reinigen;
(adverb) schoon, helemaal
Voorbeeld:
(noun) schoonmaak, opruiming, zuivering
Voorbeeld:
(adjective) milieuvriendelijk, ecologisch
Voorbeeld:
(adjective) groen, milieuvriendelijk, onrijp;
(noun) groen, de kleur groen, grasveld;
(verb) groen worden, groen maken
Voorbeeld:
(verb) beschermen, beveiligen
Voorbeeld:
(verb) vervuilen, besmetten, corrumperen
Voorbeeld:
(verb) consumeren, eten, drinken
Voorbeeld:
(noun) klimaatcrisis
Voorbeeld:
(noun) natuurramp
Voorbeeld:
(noun) vulkaanuitbarsting, eruptie
Voorbeeld:
(noun) afval, vuilnis, onzin
Voorbeeld:
(noun) afval, resten, verspilling;
(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;
(adjective) woest, braakliggend
Voorbeeld:
(noun) broeikasgas
Voorbeeld:
(noun) broeikaseffect
Voorbeeld:
(adjective) giftig, toxisch, schadelijk
Voorbeeld:
(adjective) giftig, kwaadaardig
Voorbeeld:
(noun) luchtvervuiling
Voorbeeld:
(noun) rook, roken;
(verb) roken, walmen
Voorbeeld:
(noun) energiecentrale, elektriciteitscentrale
Voorbeeld:
(verb) recyclen, hergebruiken, opnieuw gebruiken
Voorbeeld:
(noun) recycling, hergebruik
Voorbeeld:
(adjective) hernieuwbaar, vernieuwbaar, verlengbaar
Voorbeeld:
(noun) noodgeval, spoedgeval;
(adjective) nood, spoed
Voorbeeld:
(verb) verschaffen, leveren, voorzien
Voorbeeld:
(verb) rotten, vergaan, vervallen;
(noun) rot, verrotting, onzin
Voorbeeld: