Avatar of Vocabulary Set B1 - Het milieu en energie

Vocabulaireverzameling B1 - Het milieu en energie in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Het milieu en energie' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

planet

/ˈplæn.ɪt/

(noun) planeet

Voorbeeld:

Earth is the third planet from the Sun.
De aarde is de derde planeet vanaf de zon.

atmosphere

/ˈæt.mə.sfɪr/

(noun) atmosfeer, dampkring, sfeer

Voorbeeld:

The Earth's atmosphere protects us from harmful solar radiation.
De atmosfeer van de aarde beschermt ons tegen schadelijke zonnestraling.

habitat

/ˈhæb.ə.tæt/

(noun) habitat, leefgebied

Voorbeeld:

The panda's natural habitat is the bamboo forest.
De natuurlijke habitat van de panda is het bamboebos.

resource

/ˈriː.sɔːrs/

(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;

(verb) voorzien van middelen, uitrusten

Voorbeeld:

The company has limited financial resources.
Het bedrijf heeft beperkte financiële middelen.

power

/ˈpaʊ.ɚ/

(noun) kracht, vermogen, macht;

(verb) aandrijven, van stroom voorzien

Voorbeeld:

The engine lacks sufficient power to climb the steep hill.
De motor mist voldoende vermogen om de steile heuvel te beklimmen.

fuel

/ˈfjuː.əl/

(noun) brandstof, voeding, stimulans;

(verb) tanken, van brandstof voorzien, aanwakkeren

Voorbeeld:

The car runs on unleaded fuel.
De auto rijdt op loodvrije brandstof.

fossil fuel

/ˈfɑː.səl ˌfjuː.əl/

(noun) fossiele brandstof

Voorbeeld:

Burning fossil fuels releases carbon dioxide into the atmosphere.
Het verbranden van fossiele brandstoffen stoot kooldioxide uit in de atmosfeer.

coal

/koʊl/

(noun) kolen, steenkool, gloeiende kool

Voorbeeld:

The train was powered by coal.
De trein werd aangedreven door kolen.

oil

/ɔɪl/

(noun) olie, olieverf;

(verb) oliën, smeren

Voorbeeld:

The car needs an oil change.
De auto heeft een olieverversing nodig.

energy

/ˈen.ɚ.dʒi/

(noun) energie, levenskracht

Voorbeeld:

She has a lot of energy for her age.
Ze heeft veel energie voor haar leeftijd.

atomic energy

/əˌtɑː.mɪk ˈen.ɚ.dʒi/

(noun) atoomenergie, kernenergie

Voorbeeld:

The country is investing heavily in atomic energy for its power needs.
Het land investeert zwaar in atoomenergie voor zijn energiebehoeften.

carbon footprint

/ˈkɑːr.bən ˌfʊt.prɪnt/

(noun) ecologische voetafdruk, CO2-voetafdruk

Voorbeeld:

Reducing your carbon footprint helps combat climate change.
Het verminderen van je ecologische voetafdruk helpt klimaatverandering tegen te gaan.

carbon dioxide

/ˌkɑːr.bən daɪˈɑːk.saɪd/

(noun) kooldioxide, koolstofdioxide

Voorbeeld:

Plants absorb carbon dioxide from the atmosphere.
Planten absorberen kooldioxide uit de atmosfeer.

clean

/kliːn/

(adjective) schoon, rein, zuiver;

(verb) schoonmaken, reinigen;

(adverb) schoon, helemaal

Voorbeeld:

Please make sure your hands are clean before dinner.
Zorg ervoor dat je handen schoon zijn voor het avondeten.

cleanup

/ˈklinˌʌp/

(noun) schoonmaak, opruiming, zuivering

Voorbeeld:

We need to do a major cleanup after the party.
We moeten een grote schoonmaak doen na het feest.

eco-friendly

/ˌiː.koʊˈfrend.li/

(adjective) milieuvriendelijk, ecologisch

Voorbeeld:

We should all try to use more eco-friendly products.
We zouden allemaal moeten proberen meer milieuvriendelijke producten te gebruiken.

green

/ɡriːn/

(adjective) groen, milieuvriendelijk, onrijp;

(noun) groen, de kleur groen, grasveld;

(verb) groen worden, groen maken

Voorbeeld:

The leaves on the trees are a vibrant green.
De bladeren aan de bomen zijn levendig groen.

protect

/prəˈtekt/

(verb) beschermen, beveiligen

Voorbeeld:

The ozone layer protects us from harmful UV rays.
De ozonlaag beschermt ons tegen schadelijke UV-stralen.

pollute

/pəˈluːt/

(verb) vervuilen, besmetten, corrumperen

Voorbeeld:

Factories continue to pollute the air with their emissions.
Fabrieken blijven de lucht vervuilen met hun uitstoot.

consume

/kənˈsuːm/

(verb) consumeren, eten, drinken

Voorbeeld:

Humans consume a variety of foods.
Mensen consumeren een verscheidenheid aan voedingsmiddelen.

climate crisis

/ˈklaɪ.mət ˌkraɪ.sɪs/

(noun) klimaatcrisis

Voorbeeld:

Addressing the climate crisis requires global cooperation.
Het aanpakken van de klimaatcrisis vereist wereldwijde samenwerking.

natural disaster

/ˈnætʃ.ər.əl dɪˈzæs.tər/

(noun) natuurramp

Voorbeeld:

The country is prone to various natural disasters like earthquakes and tsunamis.
Het land is gevoelig voor verschillende natuurrampen zoals aardbevingen en tsunami's.

volcanic eruption

/vɑːlˈkæn.ɪk ɪˈrʌp.ʃən/

(noun) vulkaanuitbarsting, eruptie

Voorbeeld:

The volcanic eruption caused widespread destruction.
De vulkaanuitbarsting veroorzaakte wijdverspreide vernietiging.

garbage

/ˈɡɑːr.bɪdʒ/

(noun) afval, vuilnis, onzin

Voorbeeld:

Please take out the garbage.
Breng alstublieft het afval naar buiten.

waste

/weɪst/

(noun) afval, resten, verspilling;

(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;

(adjective) woest, braakliggend

Voorbeeld:

The factory produces a lot of chemical waste.
De fabriek produceert veel chemisch afval.

greenhouse gas

/ˈɡriːn.haʊs ˌɡæs/

(noun) broeikasgas

Voorbeeld:

Carbon dioxide is a major greenhouse gas.
Koolstofdioxide is een belangrijk broeikasgas.

greenhouse effect

/ˈɡriːn.haʊs ɪˌfekt/

(noun) broeikaseffect

Voorbeeld:

The greenhouse effect is a natural process that warms the Earth's surface.
Het broeikaseffect is een natuurlijk proces dat het aardoppervlak opwarmt.

toxic

/ˈtɑːk.sɪk/

(adjective) giftig, toxisch, schadelijk

Voorbeeld:

The chemical waste is highly toxic.
Het chemische afval is zeer giftig.

poisonous

/ˈpɔɪ.zən.əs/

(adjective) giftig, kwaadaardig

Voorbeeld:

Be careful, some mushrooms are highly poisonous.
Wees voorzichtig, sommige paddenstoelen zijn zeer giftig.

air pollution

/ˈer pəˌluː.ʃən/

(noun) luchtvervuiling

Voorbeeld:

The city is struggling with severe air pollution.
De stad kampt met ernstige luchtvervuiling.

smoke

/smoʊk/

(noun) rook, roken;

(verb) roken, walmen

Voorbeeld:

Thick smoke billowed from the chimney.
Dikke rook walmde uit de schoorsteen.

power plant

/ˈpaʊər ˌplænt/

(noun) energiecentrale, elektriciteitscentrale

Voorbeeld:

The new nuclear power plant will provide electricity to the entire region.
De nieuwe nucleaire energiecentrale zal elektriciteit leveren aan de hele regio.

recycle

/ˌriːˈsaɪ.kəl/

(verb) recyclen, hergebruiken, opnieuw gebruiken

Voorbeeld:

We need to recycle plastic bottles and paper.
We moeten plastic flessen en papier recyclen.

recycling

/ˌriːˈsaɪ.klɪŋ/

(noun) recycling, hergebruik

Voorbeeld:

We need to improve our recycling efforts to protect the environment.
We moeten onze recycling inspanningen verbeteren om het milieu te beschermen.

renewable

/rɪˈnuː.ə.bəl/

(adjective) hernieuwbaar, vernieuwbaar, verlengbaar

Voorbeeld:

Solar energy is a renewable resource.
Zonne-energie is een hernieuwbare bron.

emergency

/ɪˈmɝː.dʒən.si/

(noun) noodgeval, spoedgeval;

(adjective) nood, spoed

Voorbeeld:

Call 911 in case of an emergency.
Bel 112 in geval van nood.

provide

/prəˈvaɪd/

(verb) verschaffen, leveren, voorzien

Voorbeeld:

The hotel provides free Wi-Fi for guests.
Het hotel biedt gratis Wi-Fi voor gasten.

rot

/rɑːt/

(verb) rotten, vergaan, vervallen;

(noun) rot, verrotting, onzin

Voorbeeld:

The apples were left to rot on the ground.
De appels werden op de grond achtergelaten om te rotten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland