Vocabulaireverzameling A2 - Thuis in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Thuis' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) hal, gang, zaal
Voorbeeld:
(noun) niveau, peil, vlak;
(adjective) vlak, waterpas;
(verb) egaliseren, vlak maken
Voorbeeld:
(noun) trap, trede
Voorbeeld:
(noun) ingang, toegang, entree;
(verb) betoveren, fascineren
Voorbeeld:
(noun) hek, poort, gate;
(verb) gaten, regelen
Voorbeeld:
(noun) nooduitgang
Voorbeeld:
(noun) hek, omheining, heler;
(verb) omheinen, afzetten, schermen
Voorbeeld:
(noun) licht, lamp, lichtbron;
(verb) aansteken, verlichten;
(adjective) licht
Voorbeeld:
(noun) bruikbaarheid, nut, nutsvoorzieningen;
(adjective) functioneel, praktisch
Voorbeeld:
(noun) elektriciteit, stroom
Voorbeeld:
(noun) gas, benzine, brandstof;
(verb) gas geven, tanken
Voorbeeld:
(noun) verwarming;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(noun) kabel, touw, draad;
(verb) kabelen, telegraferen
Voorbeeld:
(noun) brievenbus, postbus, inbox
Voorbeeld:
(noun) verhuurder, huisbaas, kastelein
Voorbeeld:
(noun) huurder, bewoner
Voorbeeld:
(noun) huurovereenkomst, pacht;
(verb) verhuren, leasen
Voorbeeld:
(noun) huur;
(verb) huren, verhuren
Voorbeeld:
(adjective) gezellig, knus, behaaglijk
Voorbeeld:
(noun) buurt, wijk, omgeving
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(verb) bewegen, verplaatsen, verhuizen;
(noun) beweging, zet, verhuizing
Voorbeeld:
(phrasal verb) intrekken, verhuizen naar, naderen
Voorbeeld:
(phrasal verb) verhuizen, uit huis gaan, wijken
Voorbeeld: