Avatar of Vocabulary Set A2 - Uiterlijk

Vocabulaireverzameling A2 - Uiterlijk in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Uiterlijk' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

appearance

/əˈpɪr.əns/

(noun) uiterlijk, verschijning, optreden

Voorbeeld:

Her sudden appearance surprised everyone.
Haar plotselinge verschijning verraste iedereen.

attractive

/əˈtræk.tɪv/

(adjective) aantrekkelijk, charmant

Voorbeeld:

She wore a very attractive dress to the party.
Ze droeg een zeer aantrekkelijke jurk naar het feest.

good-looking

/ˌɡʊdˈlʊkɪŋ/

(adjective) knap, aantrekkelijk

Voorbeeld:

He's a very good-looking man.
Hij is een erg knappe man.

handsome

/ˈhæn.səm/

(adjective) knap, aantrekkelijk, statig

Voorbeeld:

He's a very handsome man with a charming smile.
Hij is een zeer knappe man met een charmante glimlach.

pretty

/ˈprɪt̬.i/

(adjective) mooi, knap;

(adverb) redelijk, tamelijk

Voorbeeld:

She wore a pretty dress to the party.
Ze droeg een mooie jurk naar het feest.

cute

/kjuːt/

(adjective) schattig, lief, aantrekkelijk

Voorbeeld:

The puppy was so cute with its big eyes.
De puppy was zo schattig met zijn grote ogen.

curly

/ˈkɝː.li/

(adjective) krullend

Voorbeeld:

She has beautiful curly hair.
Ze heeft prachtig krullend haar.

wavy

/ˈweɪ.vi/

(adjective) golvend, gegolfd

Voorbeeld:

She has beautiful long wavy hair.
Ze heeft prachtig lang golvend haar.

straight

/streɪt/

(adjective) recht, steil, eerlijk;

(adverb) recht, rechtdoor, direct;

(noun) recht stuk, rechte lijn

Voorbeeld:

Draw a straight line across the page.
Trek een rechte lijn over de pagina.

male

/meɪl/

(adjective) mannelijk;

(noun) mannetje, man

Voorbeeld:

The male lion has a magnificent mane.
De mannelijke leeuw heeft een prachtige manen.

female

/ˈfiː.meɪl/

(adjective) vrouwelijk;

(noun) vrouw

Voorbeeld:

The female lioness led the hunt.
De vrouwelijke leeuwin leidde de jacht.

blond

/blɑːnd/

(adjective) blond;

(noun) blondine, blondje

Voorbeeld:

She has beautiful blond hair.
Ze heeft prachtig blond haar.

bald

/bɑːld/

(adjective) kaal, met een bles, met witte aftekeningen op het hoofd

Voorbeeld:

He started going bald in his early thirties.
Hij begon kaal te worden begin dertig.

slim

/slɪm/

(adjective) slank, dun, klein;

(verb) afslanken, stroomlijnen

Voorbeeld:

She has a slim and elegant figure.
Ze heeft een slank en elegant figuur.

skinny

/ˈskɪn.i/

(adjective) mager, dun, skinny;

(noun) nieuws, details, informatie

Voorbeeld:

He's always been very skinny, no matter how much he eats.
Hij is altijd erg mager geweest, hoeveel hij ook eet.

fit

/fɪt/

(verb) passen, zitten, passen bij;

(noun) pasvorm, passing, aanval;

(adjective) fit, in vorm, geschikt

Voorbeeld:

These shoes fit perfectly.
Deze schoenen passen perfect.

tiny

/ˈtaɪ.ni/

(adjective) klein, minuscuul

Voorbeeld:

The baby's fingers were so tiny.
De vingers van de baby waren zo klein.

beard

/bɪrd/

(noun) baard;

(verb) trotseren, uitdagen

Voorbeeld:

He decided to grow a beard for the winter.
Hij besloot een baard te laten groeien voor de winter.

mustache

/ˈmʌs.tæʃ/

(noun) snor

Voorbeeld:

He decided to grow a mustache for Movember.
Hij besloot een snor te laten groeien voor Movember.

brush

/brʌʃ/

(noun) borstel, aanraking, schamp;

(verb) borstelen, vegen, aanraken

Voorbeeld:

She used a soft brush to apply the paint.
Ze gebruikte een zachte borstel om de verf aan te brengen.

smile

/smaɪl/

(noun) glimlach;

(verb) glimlachen

Voorbeeld:

She gave a warm smile.
Ze gaf een warme glimlach.

look

/lʊk/

(verb) kijken, zoeken, lijken;

(noun) blik, uitstraling, uiterlijk

Voorbeeld:

She looked at him and smiled.
Ze keek naar hem en glimlachte.

describe

/dɪˈskraɪb/

(verb) beschrijven, omschrijven

Voorbeeld:

Can you describe the suspect?
Kun je de verdachte beschrijven?

lovely

/ˈlʌv.li/

(adjective) prachtig, mooi, heerlijk

Voorbeeld:

She wore a lovely dress to the party.
Ze droeg een prachtige jurk naar het feest.

appear

/əˈpɪr/

(verb) verschijnen, opduiken, lijken

Voorbeeld:

A ship appeared on the horizon.
Een schip verscheen aan de horizon.

show

/ʃoʊ/

(verb) tonen, laten zien, presenteren;

(noun) show, voorstelling, vertoning

Voorbeeld:

He likes to show off his new car.
Hij pronkt graag met zijn nieuwe auto.

hide

/haɪd/

(verb) verbergen, verstoppen, zich verstoppen;

(noun) huid, vel

Voorbeeld:

She tried to hide the present from her children.
Ze probeerde het cadeau voor haar kinderen te verbergen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland