Vocabulaireverzameling A1 - Hoofd en Gezicht in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Hoofd en Gezicht' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) hoofd, kop, leider;
(verb) gaan, zich begeven, leiden;
(adjective) hoofd, voorste
Voorbeeld:
(noun) voorhoofd
Voorbeeld:
(noun) hersenen, brein, intelligentie;
(verb) hersens inslaan, op het hoofd slaan
Voorbeeld:
(noun) nek, hals, kraag;
(verb) zoenen, tongzoenen
Voorbeeld:
(noun) gezicht, wijzerplaat, wand;
(verb) onder ogen zien, tegemoet treden, liggen
Voorbeeld:
(noun) oog, opening;
(verb) bekijken, observeren
Voorbeeld:
(noun) wenkbrauw
Voorbeeld:
(noun) neus, voorkant;
(verb) wroeten, snuffelen, zich een weg banen
Voorbeeld:
(noun) oor, aar, kolf
Voorbeeld:
(noun) wang, brutaliteit, onbeschaamdheid;
(verb) brutaliseren, onbeschaamd zijn
Voorbeeld:
(noun) kin;
(verb) op de kin slaan
Voorbeeld:
(noun) mond, monding, ingang;
(verb) uitspreken, zeggen
Voorbeeld:
(noun) tand, vertanding
Voorbeeld:
(noun) lip, rand;
(verb) brutaal zijn, mondig zijn
Voorbeeld:
(noun) tong, taal;
(verb) likken
Voorbeeld: