Vocabulaireverzameling A1 - Kleding en Schoenen in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Kleding en Schoenen' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(plural noun) kleding, kleren
Voorbeeld:
(noun) hemd, shirt
Voorbeeld:
(noun) T-shirt
Voorbeeld:
(plural noun) broek, onderbroek, slip;
(verb) hijgen, puffen
Voorbeeld:
(noun) jurk;
(verb) aankleden, dresseren, bereiden
Voorbeeld:
(noun) rok, onderkant;
(verb) omzeilen, langsgaan, vermijden
Voorbeeld:
(noun) jas, mantel, laag;
(verb) bekleden, coaten
Voorbeeld:
(noun) regenjas, regenmantel
Voorbeeld:
(noun) jas, jack, omslag
Voorbeeld:
(plural noun) jeans, spijkerbroek
Voorbeeld:
(noun) trui, pullover
Voorbeeld:
(noun) pak, kostuum, rechtszaak;
(verb) passen, schikken, staan
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(noun) hoed, pet;
(verb) een hoed opzetten, van een hoed voorzien
Voorbeeld:
(noun) riem, gordel, band;
(verb) gordelen, vastmaken, luid zingen
Voorbeeld:
(noun) handtas, beurs, prijzenpot;
(verb) samentrekken, rimpelen
Voorbeeld:
(noun) handschoen;
(verb) handschoenen aantrekken
Voorbeeld:
(noun) sjaal;
(verb) schrokken, opschrokken
Voorbeeld:
(noun) schoen;
(verb) beslaan
Voorbeeld:
(noun) laars, kofferbak;
(verb) schoppen, eruit gooien, opstarten
Voorbeeld:
(noun) sneaker, sportschoen
Voorbeeld:
(noun) sok;
(verb) slaan, stompen
Voorbeeld:
(noun) pyjama
Voorbeeld:
(noun) ondergoed, onderkleding
Voorbeeld:
(noun) zwempak, badpak, zwembroek
Voorbeeld: