Vocabulaireverzameling A1 - Dieren in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Dieren' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) dier, beest, barbaar;
(adjective) dierlijk
Voorbeeld:
(noun) kat, gast, kerel;
(verb) hijsen, optrekken
Voorbeeld:
(noun) hond, rotzak, smeerlap;
(verb) achtervolgen, volgen
Voorbeeld:
(noun) paard, bok, steun;
(verb) van paarden voorzien, met paarden trekken
Voorbeeld:
(noun) schaap, volger, meeloper
Voorbeeld:
(noun) koe;
(verb) intimideren, afschrikken
Voorbeeld:
(noun) varken, viespeuk, vreetzak;
(verb) zich volproppen, vreten
Voorbeeld:
(noun) geit, GOAT, Grootste Aller Tijden
Voorbeeld:
(noun) leeuw, dappere persoon, sterke persoon
Voorbeeld:
(noun) aap, ondeugd, kwajongen;
(verb) prutsen, rommelen
Voorbeeld:
(noun) beer;
(verb) dragen, verdragen, baren
Voorbeeld:
(noun) konijn;
(verb) ratelen, kletsen
Voorbeeld:
(noun) muis;
(verb) muizen, met de muis bewegen
Voorbeeld:
(noun) slang, verrader;
(verb) kronkelen, slingeren, sluipen
Voorbeeld:
(noun) kikker, kikkerhaak
Voorbeeld:
(noun) vis;
(verb) vissen, vissen naar, uitvragen
Voorbeeld:
(noun) olifant
Voorbeeld:
(noun) vogel, meid, vrouw;
(verb) de middelvinger opsteken
Voorbeeld:
(noun) kip, lafaard, bangebroek;
(verb) terugtrekken, laf zijn;
(adjective) laf, bang
Voorbeeld:
(noun) eend;
(verb) duiken, ontwijken
Voorbeeld: