Betekenis van het woord apparel in het Nederlands

Wat betekent apparel in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

apparel

US /əˈper.əl/
UK /əˈpær.əl/
"apparel" picture

Zelfstandig Naamwoord

kleding, kledij, gewaad

clothing; dress; garb

Voorbeeld:
The store sells a wide range of outdoor apparel.
De winkel verkoopt een breed assortiment outdoor kleding.
She was dressed in elegant evening apparel.
Ze was gekleed in elegante avondkleding.

Werkwoord

kleden, uitdossen

to dress or adorn

Voorbeeld:
The queen was apparelled in silk and jewels.
De koningin was gekleed in zijde en juwelen.
The knights were apparelled for battle.
De ridders waren uitgerust voor de strijd.