Avatar of Vocabulary Set Werkwoorden gerelateerd aan communicatie

Vocabulaireverzameling Werkwoorden gerelateerd aan communicatie in Media: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Werkwoorden gerelateerd aan communicatie' in 'Media' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

attach

/əˈtætʃ/

(verb) bevestigen, vastmaken, aanhechten

Voorbeeld:

Please attach the file to your email.
Gelieve het bestand aan uw e-mail te voegen.

bounce

/baʊns/

(verb) stuiteren, terugkaatsen, springen;

(noun) stuiter, terugkaatsing, opleving

Voorbeeld:

The ball bounced off the wall.
De bal stuiterde van de muur.

email

/ˈiː.meɪl/

(noun) e-mail, elektronische post;

(verb) e-mailen, mailen

Voorbeeld:

I sent her an email with the details.
Ik stuurde haar een e-mail met de details.

forward

/ˈfɔːr.wɚd/

(adverb) vooruit, naar voren, verder;

(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;

(verb) doorsturen, verzenden;

(noun) aanvaller, spits

Voorbeeld:

Please move forward to make space for others.
Ga alstublieft naar voren om ruimte te maken voor anderen.

mail

/meɪl/

(noun) post, e-mail;

(verb) posten, mailen

Voorbeeld:

Did you check the mail today?
Heb je de post vandaag gecontroleerd?

spam

/spæm/

(noun) spam, ongewenste e-mail, Spam;

(verb) spammen, ongewenste e-mail versturen

Voorbeeld:

My inbox is full of spam.
Mijn inbox zit vol met spam.

spoof

/spuːf/

(noun) parodie, persiflage;

(verb) parodiëren, persifleren

Voorbeeld:

The movie was a clever spoof of classic horror films.
De film was een slimme parodie op klassieke horrorfilms.

draft

/dræft/

(noun) concept, ontwerp, tocht;

(verb) opstellen, ontwerpen, selecteren

Voorbeeld:

She submitted the first draft of her novel to her editor.
Ze diende de eerste conceptversie van haar roman in bij haar redacteur.

send

/send/

(verb) sturen, verzenden, doen gaan

Voorbeeld:

I will send you an email with the details.
Ik zal je een e-mail sturen met de details.

unlock

/ʌnˈlɑːk/

(verb) ontgrendelen, openen, ontrafelen

Voorbeeld:

I used the key to unlock the door.
Ik gebruikte de sleutel om de deur te ontgrendelen.

contact

/ˈkɑːn.tækt/

(noun) contact, aanraking, contactpersoon;

(verb) contact opnemen met, bereiken, aanraken

Voorbeeld:

Please keep in contact with us.
Blijf alstublieft in contact met ons.

hold

/hoʊld/

(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;

(noun) greep, houvast, wacht

Voorbeeld:

Can you hold this for a moment?
Kun je dit even vasthouden?

misdial

/ˌmɪsˈdaɪəl/

(verb) verkeerd kiezen, verkeerd bellen;

(noun) verkeerde oproep, verkeerd nummer

Voorbeeld:

I accidentally misdialed and called a stranger.
Ik heb per ongeluk verkeerd gekozen en een vreemde gebeld.

call

/kɑːl/

(verb) roepen, schreeuwen, bellen;

(noun) bezoek, oproep, telefoontje

Voorbeeld:

She had to call his name twice before he heard her.
Ze moest zijn naam twee keer roepen voordat hij haar hoorde.

beep

/biːp/

(noun) piep, toeter;

(verb) piepen, toeteren

Voorbeeld:

The microwave gave a final beep to signal the food was ready.
De magnetron gaf een laatste piep om aan te geven dat het eten klaar was.

reach

/riːtʃ/

(verb) reiken, bereiken, aankomen;

(noun) bereik, reikwijdte, toegang

Voorbeeld:

He reached for the book on the top shelf.
Hij reikte naar het boek op de bovenste plank.

redial

/ˈriːˌdaɪəl/

(verb) opnieuw kiezen, herkiezen;

(noun) herkiesfunctie, opnieuw kiezen

Voorbeeld:

I had to redial the number because it was busy.
Ik moest het nummer opnieuw kiezen omdat het bezet was.

telegraph

/ˈtel.ə.ɡræf/

(noun) telegraaf;

(verb) telegraferen, verraden, aankondigen

Voorbeeld:

The news was sent by telegraph.
Het nieuws werd per telegraaf verzonden.

flame

/fleɪm/

(noun) vlam, geliefde;

(verb) vlammen, branden, afbranden

Voorbeeld:

The candle's flame flickered in the breeze.
De vlam van de kaars flikkerde in de wind.

teleconference

/ˈtel.əˌkɑːn.fɚ.əns/

(noun) teleconferentie;

(verb) teleconfereren

Voorbeeld:

We held a teleconference with our team in London.
We hielden een teleconferentie met ons team in Londen.

message

/ˈmes.ɪdʒ/

(noun) bericht, boodschap, strekking;

(verb) berichten, een bericht sturen

Voorbeeld:

I received a text message from my friend.
Ik ontving een tekstbericht van mijn vriend.

chat

/tʃæt/

(verb) praten, kletsen;

(noun) praatje, babbel

Voorbeeld:

We spent hours chatting about everything.
We hebben urenlang over alles gepraat.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland