Avatar of Vocabulary Set Geestelijke Aandoeningen Beschrijven

Vocabulaireverzameling Geestelijke Aandoeningen Beschrijven in Gezondheid: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Geestelijke Aandoeningen Beschrijven' in 'Gezondheid' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

sociopathic

/ˌsoʊ.si.əˈpæθ.ɪk/

(adjective) sociopathisch

Voorbeeld:

His actions revealed a deeply sociopathic tendency.
Zijn acties onthulden een diep sociopathische neiging.

psychosomatic

/ˌsaɪ.koʊ.soʊˈmæt̬.ɪk/

(adjective) psychosomatisch

Voorbeeld:

Her chronic headaches were diagnosed as psychosomatic.
Haar chronische hoofdpijn werd gediagnosticeerd als psychosomatisch.

psychopathic

/ˌsaɪ.kəˈpæθ.ɪk/

(adjective) psychopathisch

Voorbeeld:

The character in the movie displayed classic psychopathic traits.
Het personage in de film vertoonde klassieke psychopathische trekken.

manic-depressive

/ˌmæn.ɪk.dɪˈpres.ɪv/

(noun) manisch-depressief persoon;

(adjective) manisch-depressief

Voorbeeld:

He was diagnosed as manic-depressive after experiencing extreme mood swings.
Hij werd gediagnosticeerd als manisch-depressief na het ervaren van extreme stemmingswisselingen.

maladjusted

/ˌmæl.əˈdʒʌs.tɪd/

(adjective) onaangepast, maladjusted

Voorbeeld:

The child was described as emotionally maladjusted.
Het kind werd beschreven als emotioneel onaangepast.

disordered

/dɪˈsɔːr.dɚd/

(adjective) wanordelijk, ongeordend, verstoord

Voorbeeld:

His room was always disordered, with clothes and books scattered everywhere.
Zijn kamer was altijd wanordelijk, met kleding en boeken overal verspreid.

unbalanced

/ʌnˈbæl.ənst/

(adjective) uit balans, onevenwichtig, mentaal onstabiel

Voorbeeld:

The table was unbalanced and wobbled every time someone touched it.
De tafel was uit balans en wiebelde elke keer als iemand hem aanraakte.

shell-shocked

/ˈʃel.ʃɑkt/

(adjective) shell-shocked, getraumatiseerd, geschokt

Voorbeeld:

The veteran returned home shell-shocked from the war.
De veteraan keerde shell-shocked terug naar huis van de oorlog.

schizophrenic

/ˌskɪt.səˈfren.ɪk/

(noun) schizofreen;

(adjective) schizofreen, inconsistent

Voorbeeld:

The doctor diagnosed him as a schizophrenic.
De dokter diagnosticeerde hem als een schizofreen.

psychotic

/saɪˈkɑː.t̬ɪk/

(adjective) psychotisch, gek, krankzinnig;

(noun) psychoot

Voorbeeld:

He was diagnosed with a psychotic disorder.
Hij werd gediagnosticeerd met een psychotische stoornis.

paranoid

/ˈper.ə.nɔɪd/

(adjective) paranoïde, achterdochtig, wantrouwig

Voorbeeld:

He became increasingly paranoid, believing everyone was out to get him.
Hij werd steeds paranoïde en geloofde dat iedereen hem te pakken wilde krijgen.

neurotic

/nʊˈrɑː.t̬ɪk/

(adjective) neurotisch;

(noun) neuroot

Voorbeeld:

She became very neurotic about her health after the scare.
Ze werd erg neurotisch over haar gezondheid na de schrik.

melancholic

/ˌmel.əŋˈkɑː.lɪk/

(adjective) melancholisch, somber, weemoedig

Voorbeeld:

The artist's latest work has a deeply melancholic tone.
Het nieuwste werk van de kunstenaar heeft een diep melancholische toon.

manic

/ˈmæn.ɪk/

(adjective) manisch

Voorbeeld:

He was in a manic state, talking rapidly and excitedly.
Hij was in een manische toestand, snel en opgewonden pratend.

madly

/ˈmæd.li/

(adverb) waanzinnig, krankzinnig, enorm

Voorbeeld:

She ran madly through the streets, screaming for help.
Ze rende waanzinnig door de straten, schreeuwend om hulp.

mad

/mæd/

(adjective) gek, waanzinnig, boos

Voorbeeld:

The old man seemed completely mad, talking to himself in the street.
De oude man leek volkomen gek, pratend tegen zichzelf op straat.

hysterical

/hɪˈster.ɪ.kəl/

(adjective) hysterisch, overspannen, hilarisch

Voorbeeld:

She became hysterical with laughter.
Ze werd hysterisch van het lachen.

deranged

/dɪˈreɪndʒd/

(adjective) gestoord, krankzinnig

Voorbeeld:

The suspect appeared to be deranged and was speaking incoherently.
De verdachte leek gestoord en sprak onsamenhangend.

depressed

/dɪˈprest/

(adjective) depressief, neerslachtig, gedeprimeerd

Voorbeeld:

She felt deeply depressed after losing her job.
Ze voelde zich diep depressief na het verliezen van haar baan.

demented

/dɪˈmen.t̬ɪd/

(adjective) dement, seniel, waanzinnig

Voorbeeld:

The old man became increasingly demented in his final years.
De oude man werd steeds dementer in zijn laatste jaren.

confused

/kənˈfjuːzd/

(adjective) verward, in de war, ongeordend

Voorbeeld:

She felt completely confused after waking up from the long nap.
Ze voelde zich volledig verward na het ontwaken uit de lange dut.

bipolar

/ˌbaɪˈpoʊ.lɚ/

(adjective) bipolair, tweepolig, manisch-depressief

Voorbeeld:

The magnet has a bipolar field.
De magneet heeft een bipolair veld.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland