Vocabulaireverzameling Kledingstijlen in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Kledingstijlen' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) heup;
(adjective) hip, trendy, modern;
(exclamation) hiep
Voorbeeld:
(noun) trend, neiging, richting;
(verb) neigen, buigen
Voorbeeld:
(adjective) retro, vintage
Voorbeeld:
(adjective) informeel, casual, vrijblijvend
Voorbeeld:
(adjective) trendy, modieus
Voorbeeld:
(noun) normcore, alledaagse mode
Voorbeeld:
(noun) stijlvolheid, elegantie, modieusheid
Voorbeeld:
(adjective) bodycon, nauwsluitend
Voorbeeld:
(adjective) netjes, elegant
Voorbeeld:
(adjective) onhip, niet modieus
Voorbeeld:
(adjective) onflatteus, onvoordelig
Voorbeeld:
(adjective) open hals, kraagloos
Voorbeeld:
(adjective) nonchalant, achteloos, informeel
Voorbeeld:
(adjective) ondergekleed, te informeel gekleed
Voorbeeld:
(adjective) passend, gepast;
(verb) worden
Voorbeeld:
(adjective) scherp, intens, intelligent;
(adverb) stipt, scherp;
(noun) kruis
Voorbeeld:
(adjective) comfortabel, gemakkelijk, op zijn gemak
Voorbeeld:
(adjective) oncomfortabel, onbehaaglijk, ongemakkelijk
Voorbeeld:
(adjective) netjes, gekleed
Voorbeeld:
(adjective) elegant, gracieus, stijlvol
Voorbeeld:
(adjective) aantrekkelijk, charmant
Voorbeeld:
(adjective) passend, ingebouwd;
(verb) passen, passen bij
Voorbeeld:
(adjective) uitbundig, opzichtig, flamboyant
Voorbeeld:
(adjective) formeel, officieel, gestructureerd
Voorbeeld:
(adjective) nauwsluitend, figuurvolgend
Voorbeeld:
(adjective) ouderwets, onmodieus, slonzig
Voorbeeld:
(adjective) vlot, levendig, modieus
Voorbeeld:
(adjective) nuchter, ernstig, serieus;
(verb) nuchter worden, ontnuchteren, ernstiger maken
Voorbeeld:
(adjective) sportief, stijlvol en snel uitziend
Voorbeeld:
(adjective) stijlvol, modieus
Voorbeeld:
(adverb) stijlvol, elegant
Voorbeeld:
(adjective) chic, elegant;
(noun) chic, elegantie
Voorbeeld:
(adjective) opzichtig, schreeuwerig, smakeloos
Voorbeeld:
(adjective) glamoureus, betoverend, aantrekkelijk
Voorbeeld:
(adjective) vies, smoezelig, grunge
Voorbeeld:
(adjective) slordig, onverzorgd, onachtzaam
Voorbeeld:
(adjective) slim, intelligent, netjes;
(verb) pijn doen, prikken
Voorbeeld:
(adjective) smart casual, nette casual kleding
Voorbeeld:
(adverb) netjes, slim, intelligent
Voorbeeld:
(adjective) overdressed, te formeel gekleed
Voorbeeld:
(adjective) opzichtig, schreeuwerig, uitbundig
Voorbeeld:
(adjective) vleiend, complimenteus, voordelig
Voorbeeld:
(adjective) luid, hard, opzichtig;
(adverb) luid, hard
Voorbeeld:
(adjective) wijd, zakkerig
Voorbeeld:
(adjective) stijlloos, smaakloos
Voorbeeld: