Avatar of Vocabulary Set Sieraden

Vocabulaireverzameling Sieraden in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Sieraden' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

amulet

/ˈæm.jə.lət/

(noun) amulet, talisman

Voorbeeld:

She wore an amulet around her neck for good luck.
Ze droeg een amulet om haar nek voor geluk.

ankh

/ɑːŋk/

(noun) ankh

Voorbeeld:

The pharaoh's tomb was adorned with intricate carvings of the ankh.
Het graf van de farao was versierd met ingewikkelde gravures van de ankh.

anklet

/ˈæŋ.klət/

(noun) enkelband, voetband, enkelsokken

Voorbeeld:

She wore a delicate silver anklet with small charms.
Ze droeg een delicate zilveren enkelband met kleine bedeltjes.

bangle

/ˈbæŋ.ɡəl/

(noun) armband, bengel

Voorbeeld:

She wore a beautiful gold bangle on her wrist.
Ze droeg een prachtige gouden armband om haar pols.

bauble

/ˈbɑː.bəl/

(noun) kerstbal, snuisterij, prul

Voorbeeld:

The Christmas tree was adorned with colorful baubles.
De kerstboom was versierd met kleurrijke kerstballen.

bead

/biːd/

(noun) kraal, parel, druppel;

(verb) parelen, druppelen

Voorbeeld:

She wore a necklace made of colorful beads.
Ze droeg een ketting gemaakt van kleurrijke kralen.

bling

/blɪŋ/

(noun) bling, opzichtig sieraad

Voorbeeld:

He likes to show off his new bling.
Hij pronkt graag met zijn nieuwe bling.

bracelet

/ˈbreɪ.slət/

(noun) armband

Voorbeeld:

She wore a beautiful silver bracelet on her wrist.
Ze droeg een mooie zilveren armband om haar pols.

brooch

/broʊtʃ/

(noun) broche

Voorbeeld:

She wore a beautiful silver brooch on her lapel.
Ze droeg een prachtige zilveren broche op haar revers.

cameo

/ˈkæm.i.oʊ/

(noun) camee, cameo, gastrol

Voorbeeld:

She wore a beautiful antique cameo brooch.
Ze droeg een prachtige antieke camee broche.

chain

/tʃeɪn/

(noun) ketting, keten;

(verb) ketenen, vastketenen

Voorbeeld:

The dog was tied to a post with a heavy chain.
De hond was met een zware ketting aan een paal gebonden.

charm

/tʃɑːrm/

(noun) charme, bekoring, bedel;

(verb) bekoren, fascineren

Voorbeeld:

Her natural charm captivated everyone in the room.
Haar natuurlijke charme betoverde iedereen in de kamer.

clasp

/klæsp/

(noun) sluiting, gesp, greep;

(verb) vastgrijpen, klemmen, vastmaken

Voorbeeld:

She fastened the necklace with a delicate gold clasp.
Ze maakte de ketting vast met een delicate gouden sluiting.

cufflink

/ˈkʌf.lɪŋk/

(noun) manchetknopen

Voorbeeld:

He wore a crisp white shirt with elegant silver cufflinks.
Hij droeg een fris wit overhemd met elegante zilveren manchetknopen.

earring

/ˈɪr.ɪŋ/

(noun) oorbel

Voorbeeld:

She wore beautiful diamond earrings.
Ze droeg prachtige diamanten oorbellen.

engagement ring

/ɪnˈɡeɪdʒ.mənt ˌrɪŋ/

(noun) verlovingsring

Voorbeeld:

He proposed with a beautiful diamond engagement ring.
Hij vroeg haar ten huwelijk met een prachtige diamanten verlovingsring.

gold

/ɡoʊld/

(noun) goud, goudkleur;

(adjective) gouden, goudkleurig, goud

Voorbeeld:

The ring is made of pure gold.
De ring is gemaakt van puur goud.

hoop

/huːp/

(noun) hoepel, ring, cirkel;

(verb) hoepelen, door een hoepel gaan

Voorbeeld:

The children played with a wooden hoop.
De kinderen speelden met een houten hoepel.

choker

/ˈtʃoʊ.kɚ/

(noun) choker, halsband, verstikker

Voorbeeld:

She wore a delicate pearl choker to the party.
Ze droeg een delicate parelchoker naar het feest.

band

/bænd/

(noun) band, strook, bereik;

(verb) banden, vastbinden, verenigen

Voorbeeld:

The band played all their greatest hits.
De band speelde al hun grootste hits.

pin

/pɪn/

(noun) speld, pin, pen;

(verb) vastspelden, vastmaken, vastzetten

Voorbeeld:

She used a pin to hold the fabric in place.
Ze gebruikte een speld om de stof op zijn plaats te houden.

nose ring

/ˈnoʊz rɪŋ/

(noun) neusring

Voorbeeld:

She got a new nose ring for her birthday.
Ze kreeg een nieuwe neusring voor haar verjaardag.

karat

/ˈker.ət/

(noun) karaat

Voorbeeld:

This ring is made of 24-karat gold, which is pure gold.
Deze ring is gemaakt van 24-karaats goud, wat puur goud is.

locket

/ˈlɑː.kɪt/

(noun) medaillon

Voorbeeld:

She wore a silver locket with a picture of her grandmother inside.
Ze droeg een zilveren medaillon met een foto van haar grootmoeder erin.

medallion

/məˈdæl.jən/

(noun) medaillon, hangertje, decoratief paneel

Voorbeeld:

She wore a beautiful gold medallion around her neck.
Ze droeg een prachtige gouden medaillon om haar nek.

necklace

/ˈnek.ləs/

(noun) halsketting, ketting

Voorbeeld:

She wore a beautiful diamond necklace.
Ze droeg een prachtige diamanten ketting.

trinket

/ˈtrɪŋ.kɪt/

(noun) snufje, prulletje, kleinigheidje

Voorbeeld:

She kept a collection of old trinkets in a box.
Ze bewaarde een verzameling oude snufjes in een doos.

jeweler

/ˈdʒuː.ə.lɚ/

(noun) juwelier

Voorbeeld:

She took her broken necklace to the jeweler for repair.
Ze bracht haar kapotte ketting naar de juwelier voor reparatie.

jewelry store

/ˈdʒuːəlri stɔːr/

(noun) juwelierszaak, juwelier

Voorbeeld:

He bought an engagement ring at the jewelry store.
Hij kocht een verlovingsring bij de juwelierszaak.

piercing

/ˈpɪr.sɪŋ/

(noun) piercing;

(adjective) doordringend, scherp, snijdend

Voorbeeld:

She got a new nose piercing last week.
Ze heeft vorige week een nieuwe neuspiercing laten zetten.

platinum

/ˈplæt.nəm/

(noun) platina, platina plaat, platina album;

(adjective) platina, hoogste kwaliteit

Voorbeeld:

The ring was made of pure platinum.
De ring was gemaakt van puur platina.

ring

/rɪŋ/

(noun) ring, cirkel, bel;

(verb) rinkelen, luiden, bellen

Voorbeeld:

She wore a beautiful diamond ring on her left hand.
Ze droeg een prachtige diamanten ring aan haar linkerhand.

silver

/ˈsɪl.vɚ/

(noun) zilver, zilvergeld;

(adjective) zilver, zilverkleurig;

(verb) verziveren, met zilver bedekken

Voorbeeld:

The ring is made of pure silver.
De ring is gemaakt van puur zilver.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland