Vocabulaireverzameling Loodgietersysteem in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Loodgietersysteem' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) regenpijp, afvoerpijp
Voorbeeld:
(noun) riool, afvoerbuis
Voorbeeld:
(noun) verstopping, blokkade, blokkering
Voorbeeld:
(noun) beerput, septische put, broeinest
Voorbeeld:
(phrasal verb) afsnijden, afknippen, onderbreken
Voorbeeld:
(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;
(noun) afvoer, goot, riool
Voorbeeld:
(noun) afwatering, drainage, afwateringssysteem
Voorbeeld:
(noun) regenpijp, afvoerpijp, drainpipe
Voorbeeld:
(noun) kanaal, buis;
(verb) leiden, geleiden
Voorbeeld:
(noun) kanalen, leidingen
Voorbeeld:
(noun) vetberg
Voorbeeld:
(noun) kraan
Voorbeeld:
(noun) goot, dakgoot, straatgoot;
(verb) druipen, flikkeren
Voorbeeld:
(adjective) belangrijkste, hoofd;
(noun) hoofdleiding, hoofdkabel
Voorbeeld:
(noun) uitmonding, afvoer
Voorbeeld:
(noun) lekkage, lek, openbaring
Voorbeeld:
(noun) pijp, buis, fluit;
(verb) leiden, pompen, fluiten
Voorbeeld:
(noun) pijpleiding, buisleiding, kanaal;
(verb) in de pijplijn plaatsen, kanaliseren
Voorbeeld:
(noun) stromend water, leidingwater
Voorbeeld:
(noun) septic tank, beerput
Voorbeeld:
(noun) rioolwater, afvalwater
Voorbeeld:
(noun) sluis, schuif, spoeling;
(verb) spoelen, afspoelen
Voorbeeld:
(noun) kraan, tap
Voorbeeld:
(noun) standpijp, brandkraan, peilbuis
Voorbeeld:
(noun) hoofdkraan, afsluiter
Voorbeeld:
(noun) klep, ventiel
Voorbeeld:
(noun) carterpan, put, opvangbak
Voorbeeld:
(noun) waterleiding, hoofdleiding
Voorbeeld:
(noun) waterleidingnet, waterleidingbedrijf, waterwerken
Voorbeeld:
(noun) loodgieterswerk, sanitair, buizenstelsel
Voorbeeld:
(noun) urinoir
Voorbeeld:
(verb) zinken, dalen, laten zinken;
(noun) gootsteen, wastafel
Voorbeeld:
(noun) toilet, wc
Voorbeeld:
(noun) douche, douchebeurt, bui;
(verb) douchen, neerregenen, overladen
Voorbeeld: