Avatar of Vocabulary Set Loodgietersysteem

Vocabulaireverzameling Loodgietersysteem in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Loodgietersysteem' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

downspout

/ˈdaʊn.spaʊt/

(noun) regenpijp, afvoerpijp

Voorbeeld:

The old downspout was clogged with leaves and debris.
De oude regenpijp was verstopt met bladeren en puin.

sewer

/ˈsuː.ɚ/

(noun) riool, afvoerbuis

Voorbeeld:

The city's old sewer system needs urgent repairs.
Het oude rioolsysteem van de stad heeft dringend reparaties nodig.

blockage

/ˈblɑː.kɪdʒ/

(noun) verstopping, blokkade, blokkering

Voorbeeld:

There's a blockage in the kitchen sink drain.
Er is een verstopping in de afvoer van de gootsteen.

cesspit

/ˈses.pɪt/

(noun) beerput, septische put, broeinest

Voorbeeld:

The old farm house relied on a cesspit for its waste disposal.
De oude boerderij was afhankelijk van een beerput voor de afvalverwerking.

cut off

/kʌt ˈɔːf/

(phrasal verb) afsnijden, afknippen, onderbreken

Voorbeeld:

The surgeon had to cut off the gangrenous limb.
De chirurg moest het gangreneuze ledemaat afsnijden.

drain

/dreɪn/

(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;

(noun) afvoer, goot, riool

Voorbeeld:

She drained the pasta in a colander.
Ze goot de pasta af in een vergiet.

drainage

/ˈdreɪ.nɪdʒ/

(noun) afwatering, drainage, afwateringssysteem

Voorbeeld:

Proper drainage is essential for healthy crops.
Goede afwatering is essentieel voor gezonde gewassen.

drainpipe

/ˈdreɪn.paɪp/

(noun) regenpijp, afvoerpijp, drainpipe

Voorbeeld:

The old drainpipe was clogged with leaves.
De oude regenpijp was verstopt met bladeren.

duct

/dʌkt/

(noun) kanaal, buis;

(verb) leiden, geleiden

Voorbeeld:

The air conditioning ducts need to be cleaned.
De luchtbehandelingskanalen moeten worden gereinigd.

ducting

/ˈdʌk.tɪŋ/

(noun) kanalen, leidingen

Voorbeeld:

The building's ventilation system uses extensive ducting.
Het ventilatiesysteem van het gebouw maakt gebruik van uitgebreide kanalen.

fatberg

/ˈfæt.bɜːrɡ/

(noun) vetberg

Voorbeeld:

Engineers discovered a massive fatberg blocking the city's main sewer line.
Ingenieurs ontdekten een enorme vetberg die de hoofdafvoerleiding van de stad blokkeerde.

faucet

/ˈfɑː.sət/

(noun) kraan

Voorbeeld:

Please turn off the faucet after washing your hands.
Draai de kraan dicht na het wassen van je handen.

gutter

/ˈɡʌt̬.ɚ/

(noun) goot, dakgoot, straatgoot;

(verb) druipen, flikkeren

Voorbeeld:

The leaves clogged the gutter, causing water to overflow.
De bladeren verstopten de goot, waardoor water overstroomde.

main

/meɪn/

(adjective) belangrijkste, hoofd;

(noun) hoofdleiding, hoofdkabel

Voorbeeld:

The main reason for his success is hard work.
De belangrijkste reden voor zijn succes is hard werken.

outfall

/ˈaʊt.fɑːl/

(noun) uitmonding, afvoer

Voorbeeld:

The storm drain's outfall was clogged with debris.
De uitmonding van de regenwaterafvoer was verstopt met puin.

leakage

/ˈliː.kɪdʒ/

(noun) lekkage, lek, openbaring

Voorbeeld:

There was a small leakage of water from the pipe.
Er was een kleine lekkage van water uit de pijp.

pipe

/paɪp/

(noun) pijp, buis, fluit;

(verb) leiden, pompen, fluiten

Voorbeeld:

The plumber fixed the leaking pipe under the sink.
De loodgieter repareerde de lekkende pijp onder de gootsteen.

pipeline

/ˈpaɪp.laɪn/

(noun) pijpleiding, buisleiding, kanaal;

(verb) in de pijplijn plaatsen, kanaliseren

Voorbeeld:

The new pipeline will transport natural gas across the country.
De nieuwe pijpleiding zal aardgas door het hele land transporteren.

running water

/ˌrʌn.ɪŋ ˈwɑː.tər/

(noun) stromend water, leidingwater

Voorbeeld:

The house has electricity and running water.
Het huis heeft elektriciteit en stromend water.

septic tank

/ˈsep.tɪk ˌtæŋk/

(noun) septic tank, beerput

Voorbeeld:

Our house uses a septic tank system for wastewater.
Ons huis gebruikt een septic tank systeem voor afvalwater.

sewage

/ˈsuː.ɪdʒ/

(noun) rioolwater, afvalwater

Voorbeeld:

The city's sewage system needs urgent repairs.
Het rioolstelsel van de stad heeft dringend reparaties nodig.

sluice

/sluːs/

(noun) sluis, schuif, spoeling;

(verb) spoelen, afspoelen

Voorbeeld:

The engineers opened the sluice to release water from the dam.
De ingenieurs openden de sluis om water uit de dam te laten.

spigot

/ˈspɪɡ.ət/

(noun) kraan, tap

Voorbeeld:

He turned the spigot to fill the bucket with water.
Hij draaide de kraan open om de emmer met water te vullen.

standpipe

/ˈstænd.paɪp/

(noun) standpijp, brandkraan, peilbuis

Voorbeeld:

Firefighters connected their hoses to the street standpipe.
Brandweerlieden sloten hun slangen aan op de straatstandpijp.

stopcock

/ˈstɑːp.kɑːk/

(noun) hoofdkraan, afsluiter

Voorbeeld:

The plumber turned off the main stopcock before starting the repair.
De loodgieter draaide de hoofdkraan dicht voordat hij met de reparatie begon.

valve

/vælv/

(noun) klep, ventiel

Voorbeeld:

The plumber replaced the faulty valve in the sink.
De loodgieter verving de defecte klep in de gootsteen.

sump

/sʌmp/

(noun) carterpan, put, opvangbak

Voorbeeld:

The mechanic drained the oil into the sump.
De monteur liet de olie in de carterpan lopen.

water main

/ˈwɑː.t̬ɚ ˌmeɪn/

(noun) waterleiding, hoofdleiding

Voorbeeld:

A burst water main caused flooding in the street.
Een gesprongen waterleiding veroorzaakte overstromingen in de straat.

waterworks

/ˈwɑː.t̬ɚ.wɝːks/

(noun) waterleidingnet, waterleidingbedrijf, waterwerken

Voorbeeld:

The city's waterworks system is undergoing major upgrades.
Het waterleidingnet van de stad ondergaat grote upgrades.

plumbing

/ˈplʌm.ɪŋ/

(noun) loodgieterswerk, sanitair, buizenstelsel

Voorbeeld:

The old house needed extensive plumbing repairs.
Het oude huis had uitgebreide loodgieterswerk reparaties nodig.

urinal

/ˈjʊr.ən.əl/

(noun) urinoir

Voorbeeld:

The men's restroom had several urinals.
Het herentoilet had verschillende urinoirs.

sink

/sɪŋk/

(verb) zinken, dalen, laten zinken;

(noun) gootsteen, wastafel

Voorbeeld:

The ship began to sink after hitting the iceberg.
Het schip begon te zinken na het raken van de ijsberg.

toilet

/ˈtɔɪ.lət/

(noun) toilet, wc

Voorbeeld:

Could you tell me where the toilet is?
Kunt u mij vertellen waar het toilet is?

shower

/ˈʃaʊ.ɚ/

(noun) douche, douchebeurt, bui;

(verb) douchen, neerregenen, overladen

Voorbeeld:

I need to fix the leaky shower head.
Ik moet de lekkende douchekop repareren.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland