Vocabulaireverzameling Poorten en Hekken in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Poorten en Hekken' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) deuropening, drempel
Voorbeeld:
(noun) ingang, toegang, entree;
(verb) betoveren, fascineren
Voorbeeld:
(noun) uitgang, uitrit, vertrek;
(verb) verlaten, uitgaan
Voorbeeld:
(noun) hek, poort, gate;
(verb) gaten, regelen
Voorbeeld:
(noun) poort, toegang, toegangspoort
Voorbeeld:
(noun) poortpaal, hekpaal
Voorbeeld:
(noun) hal, gang, zaal
Voorbeeld:
(noun) lijkpoort, kerkhofpoort
Voorbeeld:
(noun) gang, corridor, strook
Voorbeeld:
(noun) doorgang, gang
Voorbeeld:
(noun) nooduitgang
Voorbeeld:
(noun) prikkeldraad
Voorbeeld:
(noun) barrière, afscheiding, belemmering
Voorbeeld:
(noun) grens, scheidingslijn, beperking
Voorbeeld:
(noun) gaashek, kettinglink hek
Voorbeeld:
(noun) kippengaas
Voorbeeld:
(noun) hek, omheining, heler;
(verb) omheinen, afzetten, schermen
Voorbeeld:
(noun) schutting, palissade;
(verb) verbleken, bleker worden
Voorbeeld:
(noun) palissade, houten omheining;
(verb) palissaderen, omheinen
Voorbeeld:
(noun) zandzak;
(verb) overvallen, neerslaan, misleiden
Voorbeeld:
(noun) windscherm, windkering
Voorbeeld:
(noun) elektrische afrastering, schrikdraad
Voorbeeld:
(noun) oprit
Voorbeeld:
(noun) loopbrug, voetpad
Voorbeeld: