Avatar of Vocabulary Set Kerken

Vocabulaireverzameling Kerken in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Kerken' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

ambulatory

/ˈæm.bjə.lə.tɔːr.i/

(adjective) mobiel, ambulante, lopend;

(noun) omgang, kloostergang

Voorbeeld:

The patient is now ambulatory and can walk with assistance.
De patiënt is nu mobiel en kan met hulp lopen.

apse

/æps/

(noun) apsis, koorapsis

Voorbeeld:

The choir stood in the apse, their voices echoing through the church.
Het koor stond in de apsis, hun stemmen galmden door de kerk.

aisle

/aɪl/

(noun) gangpad, pad

Voorbeeld:

The bride walked down the aisle.
De bruid liep door het gangpad.

choir

/ˈkwaɪ.ɚ/

(noun) koor

Voorbeeld:

The church choir sang beautifully during the service.
Het kerkkoor zong prachtig tijdens de dienst.

concha

/ˈkɑːŋ.kə/

(noun) concha, Mexicaans zoet broodje

Voorbeeld:

I love to dip a warm concha in my coffee for breakfast.
Ik dip graag een warme concha in mijn koffie voor het ontbijt.

crossing

/ˈkrɑː.sɪŋ/

(noun) overgang, kruising, oversteek

Voorbeeld:

Be careful when you approach the railway crossing.
Wees voorzichtig wanneer je de spoorwegovergang nadert.

rood screen

/ruːd skriːn/

(noun) doksaal

Voorbeeld:

The ancient church preserved its original rood screen.
De oude kerk behield zijn originele doksaal.

steeple

/ˈstiː.pəl/

(noun) kerktoren, spits;

(verb) vouwen, samenvoegen

Voorbeeld:

The church's tall steeple could be seen from miles away.
De hoge kerktoren was van kilometers ver te zien.

transept

/ˈtræn.sept/

(noun) transept, dwarsbeuk

Voorbeeld:

The choir was located in the north transept of the cathedral.
Het koor bevond zich in het noordelijke transept van de kathedraal.

nave

/neɪv/

(noun) schip, middenbeuk

Voorbeeld:

The wedding ceremony took place in the grand nave of the cathedral.
De huwelijksceremonie vond plaats in het grote schip van de kathedraal.

pulpit

/ˈpʊl.pɪt/

(noun) preekstoel, kansel, morele autoriteit

Voorbeeld:

The pastor delivered his sermon from the pulpit.
De pastor hield zijn preek vanaf de preekstoel.

chancel

/ˈtʃæn.səl/

(noun) koor, priesterkoor

Voorbeeld:

The wedding ceremony took place in the chancel of the old church.
De huwelijksceremonie vond plaats in het koor van de oude kerk.

chapel

/ˈtʃæp.əl/

(noun) kapel

Voorbeeld:

The hospital has its own chapel for patients and staff.
Het ziekenhuis heeft een eigen kapel voor patiënten en personeel.

crypt

/krɪpt/

(noun) crypte, grafkelder

Voorbeeld:

The ancient king was buried in the church's crypt.
De oude koning werd begraven in de crypte van de kerk.

cloister

/ˈklɔɪ.stɚ/

(noun) kloostergang, pandhof, klooster;

(verb) afsluiten, isoleren

Voorbeeld:

The monks walked silently through the ancient cloister.
De monniken liepen zwijgend door de oude kloostergang.

spire

/spaɪr/

(noun) spits, torenspits;

(verb) rijzen, omhoogsteken

Voorbeeld:

The church's tall spire could be seen from miles away.
De hoge spits van de kerk was van kilometers ver te zien.

flying buttress

/ˈflaɪ.ɪŋ ˈbʌt.rəs/

(noun) luchtboog

Voorbeeld:

The cathedral's impressive flying buttresses allowed for taller walls and larger windows.
De indrukwekkende luchtbogen van de kathedraal maakten hogere muren en grotere ramen mogelijk.

gargoyle

/ˈɡɑːr.ɡɔɪl/

(noun) waterspuwer, lelijk persoon, monster

Voorbeeld:

The ancient cathedral was adorned with numerous stone gargoyles.
De oude kathedraal was versierd met talloze stenen waterspuwers.

belfry

/ˈbel.fri/

(noun) klokkentoren, belfort

Voorbeeld:

The old church's belfry housed a set of ancient bells.
De klokkentoren van de oude kerk huisvestte een set oude klokken.

screen

/skriːn/

(noun) scherm, paravent, hor;

(verb) vertonen, uitzenden, screenen

Voorbeeld:

The movie was projected onto a large screen.
De film werd op een groot scherm geprojecteerd.

stained glass

/ˌsteɪnd ˈɡlæs/

(noun) gebrandschilderd glas, glas-in-lood

Voorbeeld:

The cathedral is famous for its beautiful stained glass windows.
De kathedraal is beroemd om zijn prachtige gebrandschilderde ramen.

vault

/vɑːlt/

(noun) kluis, gewelf;

(verb) springen, overspringen

Voorbeeld:

The bank keeps its money in a secure vault.
De bank bewaart haar geld in een veilige kluis.

broach

/broʊtʃ/

(verb) aansnijden, ter sprake brengen, aanboren;

(noun) ruimer, broots, broche

Voorbeeld:

He was afraid to broach the subject of money with his parents.
Hij was bang om het onderwerp geld bij zijn ouders aan te snijden.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland