Vocabulaireverzameling Kerken in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Kerken' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) mobiel, ambulante, lopend;
(noun) omgang, kloostergang
Voorbeeld:
(noun) apsis, koorapsis
Voorbeeld:
(noun) gangpad, pad
Voorbeeld:
(noun) koor
Voorbeeld:
(noun) concha, Mexicaans zoet broodje
Voorbeeld:
(noun) overgang, kruising, oversteek
Voorbeeld:
(noun) doksaal
Voorbeeld:
(noun) kerktoren, spits;
(verb) vouwen, samenvoegen
Voorbeeld:
(noun) transept, dwarsbeuk
Voorbeeld:
(noun) schip, middenbeuk
Voorbeeld:
(noun) preekstoel, kansel, morele autoriteit
Voorbeeld:
(noun) koor, priesterkoor
Voorbeeld:
(noun) kapel
Voorbeeld:
(noun) crypte, grafkelder
Voorbeeld:
(noun) kloostergang, pandhof, klooster;
(verb) afsluiten, isoleren
Voorbeeld:
(noun) spits, torenspits;
(verb) rijzen, omhoogsteken
Voorbeeld:
(noun) luchtboog
Voorbeeld:
(noun) waterspuwer, lelijk persoon, monster
Voorbeeld:
(noun) klokkentoren, belfort
Voorbeeld:
(noun) scherm, paravent, hor;
(verb) vertonen, uitzenden, screenen
Voorbeeld:
(noun) gebrandschilderd glas, glas-in-lood
Voorbeeld:
(noun) kluis, gewelf;
(verb) springen, overspringen
Voorbeeld:
(verb) aansnijden, ter sprake brengen, aanboren;
(noun) ruimer, broots, broche
Voorbeeld: