Vocabulaireverzameling Overeenkomst 3 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overeenkomst 3' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) handdruk
Voorbeeld:
(adjective) harmonisch, evenwichtig, eendrachtig
Voorbeeld:
(adverb) harmonisch, eendrachtig
Voorbeeld:
(noun) harmonie, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren
Voorbeeld:
(noun) humor, geestigheid, humeur;
(verb) tegemoetkomen, plezieren
Voorbeeld:
(noun) helling, schuine stand;
(verb) neigen, overhellen, hellen
Voorbeeld:
(adjective) onbetwistbaar, onweerlegbaar, onloochenbaar
Voorbeeld:
(adverb) onbetwistbaar, onweerlegbaar
Voorbeeld:
(adjective) onweerlegbaar, onbetwistbaar
Voorbeeld:
(adverb) onweerlegbaar, onbetwistbaar
Voorbeeld:
(adjective) onbetwistbaar, onweerlegbaar
Voorbeeld:
(adverb) onbetwistbaar, ongetwijfeld
Voorbeeld:
(idiom) in overeenstemming, afgestemd, gestemd
Voorbeeld:
(preposition) zoals, gelijk aan, bijvoorbeeld;
(verb) leuk vinden, houden van, willen;
(conjunction) als, zoals;
(adverb) zei, was van mening;
(interjection) zoiets als, was van mening;
(noun) gelijke, soortgelijke
Voorbeeld:
(phrasal verb) verzinnen, bedenken, het bijleggen;
(noun) make-up, cosmetica
Voorbeeld:
(phrase) vrede sluiten, verzoenen
Voorbeeld:
(adverb) misschien, wellicht
Voorbeeld:
(idiom) tegemoetkomen, een compromis sluiten
Voorbeeld:
(verb) repareren, herstellen, genezen;
(noun) reparatie, herstel
Voorbeeld:
(idiom) relatie herstellen, banden aanhalen
Voorbeeld:
(noun) middenweg, compromis
Voorbeeld:
(noun) modus vivendi, leefwijze
Voorbeeld:
(phrasal verb) vastleggen, vaststellen, beklinken
Voorbeeld:
(noun) knik;
(verb) knikken, dommelen, wegzakken
Voorbeeld:
(exclamation) geen grap, echt waar
Voorbeeld:
(adjective) niet-controversieel, onbetwist
Voorbeeld:
(conjunction) noch, ook niet
Voorbeeld:
(adverb) helemaal niet, überhaupt
Voorbeeld:
(phrase) natuurlijk, uiteraard
Voorbeeld:
(exclamation) oké, goed;
(adverb) oké, goed;
(adjective) oké, acceptabel;
(verb) goedkeuren, autoriseren;
(noun) goedkeuring, toestemming
Voorbeeld:
(noun) eenheid, heelheid
Voorbeeld:
(idiom) op één lijn zitten, hetzelfde begrip hebben
Voorbeeld:
(idiom) ontstemd, vals, niet in overeenstemming
Voorbeeld: