Avatar of Vocabulary Set Facturen

Vocabulaireverzameling Facturen in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Facturen' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

charge

/tʃɑːrdʒ/

(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;

(noun) kosten, vergoeding, aanklacht

Voorbeeld:

The restaurant charged us for water we didn't order.
Het restaurant rekende ons water aan dat we niet hadden besteld.

compile

/kəmˈpaɪl/

(verb) compileren, verzamelen, opstellen

Voorbeeld:

She spent weeks compiling the data for her research.
Ze heeft wekenlang de gegevens voor haar onderzoek verzameld.

customer

/ˈkʌs.tə.mɚ/

(noun) klant

Voorbeeld:

The store offers excellent service to its customers.
De winkel biedt uitstekende service aan zijn klanten.

discount

/ˈdɪs.kaʊnt/

(noun) korting, reductie;

(verb) korting geven, afprijzen, negeren

Voorbeeld:

They offer a 10% discount for students.
Ze bieden 10% korting voor studenten.

efficient

/ɪˈfɪʃ.ənt/

(adjective) efficiënt, doelmatig

Voorbeeld:

The new system is much more efficient.
Het nieuwe systeem is veel efficiënter.

estimate

/ˈes.tə.meɪt/

(noun) schatting, raming;

(verb) schatten, ramen

Voorbeeld:

Can you give me an estimate of the cost?
Kunt u mij een schatting geven van de kosten?

impose

/ɪmˈpoʊz/

(verb) opleggen, afdwingen, misbruik maken van

Voorbeeld:

The government decided to impose a new tax on luxury goods.
De regering besloot een nieuwe belasting op luxegoederen op te leggen.

mistake

/mɪˈsteɪk/

(noun) fout, vergissing;

(verb) verwarren, misverstaan

Voorbeeld:

I made a mistake on the exam.
Ik heb een fout gemaakt op het examen.

order

/ˈɔːr.dɚ/

(noun) bevel, opdracht, volgorde;

(verb) bevelen, opdragen, bestellen

Voorbeeld:

The general gave the order to advance.
De generaal gaf het bevel om op te rukken.

promptly

/ˈprɑːmpt.li/

(adverb) onmiddellijk, stipt, prompt

Voorbeeld:

She responded promptly to the email.
Ze reageerde onmiddellijk op de e-mail.

rectify

/ˈrek.tə.faɪ/

(verb) corrigeren, rechtzetten, herstellen

Voorbeeld:

I did my best to rectify the situation, but it was too late.
Ik deed mijn best om de situatie te corrigeren, maar het was te laat.

terms

/tɜrmz/

(plural noun) voorwaarden, bepalingen, termen

Voorbeeld:

We agreed to the terms of the contract.
We gingen akkoord met de voorwaarden van het contract.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland