Avatar of Vocabulary Set Boekhouding

Vocabulaireverzameling Boekhouding in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Boekhouding' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

accounting

/əˈkaʊn.t̬ɪŋ/

(noun) boekhouding

Voorbeeld:

She is studying accounting at university.
Ze studeert boekhouding aan de universiteit.

accumulate

/əˈkjuː.mjə.leɪt/

(verb) accumuleren, ophopen, verzamelen

Voorbeeld:

Over the years, he accumulated a vast collection of books.
Door de jaren heen verzamelde hij een enorme collectie boeken.

asset

/ˈæs.et/

(noun) aanwinst, troef, activa

Voorbeeld:

Her experience is a great asset to the team.
Haar ervaring is een grote aanwinst voor het team.

audit

/ˈɑː.dɪt/

(noun) audit, controle;

(verb) auditen, controleren

Voorbeeld:

The company is undergoing a financial audit this month.
Het bedrijf ondergaat deze maand een financiële audit.

budget

/ˈbʌdʒ.ɪt/

(noun) begroting, budget, beschikbaar bedrag;

(verb) begroten, budgetteren;

(adjective) budget, goedkoop

Voorbeeld:

We need to create a detailed budget for the upcoming project.
We moeten een gedetailleerde begroting opstellen voor het aankomende project.

build up

/bɪld ʌp/

(phrasal verb) opbouwen, versterken, ophemelen

Voorbeeld:

She needs to build up her strength after the illness.
Ze moet haar kracht opbouwen na de ziekte.

client

/ˈklaɪ.ənt/

(noun) cliënt, klant, client

Voorbeeld:

The lawyer met with his client to discuss the case.
De advocaat ontmoette zijn cliënt om de zaak te bespreken.

debt

/det/

(noun) schuld, schuldenlast

Voorbeeld:

He is struggling to pay off his student debt.
Hij worstelt om zijn studielening af te betalen.

outstanding

/ˌaʊtˈstæn.dɪŋ/

(adjective) uitstekend, uitmuntend, voortreffelijk

Voorbeeld:

She is an outstanding student.
Zij is een uitstekende student.

profitably

/ˈprɑː.fɪ.t̬ə.bli/

(adverb) winstgevend, rendabel, nuttig

Voorbeeld:

The company operated profitably last quarter.
Het bedrijf opereerde het afgelopen kwartaal winstgevend.

reconcile

/ˈrek.ən.saɪl/

(verb) verzoenen, verzoening bewerkstelligen, verenigen

Voorbeeld:

He tried to reconcile his estranged parents.
Hij probeerde zijn vervreemde ouders te verzoenen.

turnover

/ˈtɝːnˌoʊ.vɚ/

(noun) omzet, personeelsverloop, verloop

Voorbeeld:

The company reported a significant turnover increase this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijke stijging van de omzet.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland