Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 27 - Vrienden en aandelen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 27 - Vrienden en aandelen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) investering, belegging, waardevolle aankoop
Voorbeeld:
(adjective) lucratief, winstgevend
Voorbeeld:
(adverb) intrinsiek, van nature
Voorbeeld:
(adjective) stevig, veilig, vast;
(verb) bevestigen, vastzetten, verzekeren
Voorbeeld:
(adjective) voorzienbaar, voorspelbaar
Voorbeeld:
(adjective) aangeboren, natuurlijk
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
(phrase) namens, ten behoeve van, voor
Voorbeeld:
(noun) huurovereenkomst, pacht;
(verb) verhuren, leasen
Voorbeeld:
(noun) sponsor, geldschieter, indiener;
(verb) sponsoren, financieren, ondersteunen
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, opperen, ten huwelijk vragen
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;
(noun) ondersteuning, steun, draagvlak
Voorbeeld:
(noun) distributie, verdeling, spreiding
Voorbeeld:
(verb) overwegen, in overweging nemen, beschouwen
Voorbeeld:
(adverb) bijna, nagenoeg, op een haar na
Voorbeeld:
(noun) toestemming, instemming;
(verb) instemmen, toestemmen
Voorbeeld:
(noun) dankbaarheid
Voorbeeld:
(verb) raadplegen, consulteren, overleggen
Voorbeeld:
(noun) advies, raad
Voorbeeld:
(adverb) gedeeltelijk, ten dele
Voorbeeld:
(adjective) duidelijk, evident, klaarblijkelijk
Voorbeeld:
(noun) betrouwbaarheid
Voorbeeld:
(adjective) voorzichtig, bedachtzaam
Voorbeeld:
(noun) inzicht, begrip
Voorbeeld:
(noun) portfolio, map, beleggingsportefeuille
Voorbeeld:
(adjective) mogelijk, haalbaar, potentieel
Voorbeeld:
(noun) speculatie, vermoeden, risicovolle belegging
Voorbeeld:
(adverb) alleen, uitsluitend
Voorbeeld:
(noun) ondernemer
Voorbeeld:
(adverb) uiteindelijk, tenslotte
Voorbeeld:
(noun) aandeelhouder
Voorbeeld:
(noun) levenshouding, gezichtspunt, perspectief;
(trademark) Outlook, Microsoft Outlook
Voorbeeld:
(noun) stabiliteit, vastheid, evenwicht
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) waardevermindering, afschrijving, valutadepreciatie
Voorbeeld:
(adjective) toenemend, groeiend;
(adverb) steeds, meer en meer
Voorbeeld:
(adjective) wijdverspreid, gangbaar, heersend
Voorbeeld:
(adjective) snel, rap
Voorbeeld:
(adjective) ongekend, nooit eerder vertoond
Voorbeeld:
(verb) opleveren, produceren, opbrengen;
(noun) opbrengst, productie, rendement
Voorbeeld: