Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 12 - Automatisering in de fabriek: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 12 - Automatisering in de fabriek' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bijeenkomst, vergadering, samenkomst
Voorbeeld:
(phrase) de riem vastmaken, de band vastzetten
Voorbeeld:
(idiom) een handje helpen, helpen
Voorbeeld:
(idiom) uit productie gaan
Voorbeeld:
(phrase) zo, over een moment
Voorbeeld:
(noun) onderhoudskosten
Voorbeeld:
(noun) make-up, cosmetica, samenstelling
Voorbeeld:
(idiom) tot iemands grote verbazing
Voorbeeld:
(conjunction) niet alleen... maar ook
Voorbeeld:
(phrasal verb) opbergen, opruimen, wegwerken
Voorbeeld:
(adverb) opmerkelijk, merkwaardig
Voorbeeld:
(noun) schaalmodel
Voorbeeld:
(noun) piepend geluid, gepiep
Voorbeeld:
(adjective) draagbaar, geschikt om te dragen;
(noun) wearable, draagbaar apparaat
Voorbeeld:
(noun) werkbank
Voorbeeld:
(adjective) aangepast, geschikt
Voorbeeld:
(adverb) automatisch, vanzelfsprekend
Voorbeeld:
(adverb) achteloos, onvoorzichtig, nalatig
Voorbeeld:
(adjective) brandbaar, ontvlambaar, opvliegend;
(noun) brandstof, brandbaar materiaal
Voorbeeld:
(adverb) duidelijk, klaarblijkelijk, kennelijk
Voorbeeld:
(adjective) passend, ingebouwd;
(verb) passen, passen bij
Voorbeeld:
(adjective) geprijsd
Voorbeeld:
(noun) hervorming, verbetering;
(verb) hervormen, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiging, representatie, weergave
Voorbeeld:
(adverb) technisch gezien, strikt genomen, technisch
Voorbeeld:
(noun) technicus
Voorbeeld:
(adverb) nadelig, ongunstig, negatief
Voorbeeld:
(adjective) agrarisch, landbouw-
Voorbeeld:
(adjective) kunstmatig, synthetisch, geaffecteerd
Voorbeeld:
(phrase) irrelevant zijn voor, geen betrekking hebben op
Voorbeeld:
(adjective) ruw, onbewerkt, grof
Voorbeeld:
(noun) ruwe olie
Voorbeeld:
(adjective) op maat gemaakt, maatwerk
Voorbeeld:
(verb) verkleinen, inkrimpen, personeel afbouwen
Voorbeeld:
(noun) gadget, apparaatje
Voorbeeld:
(noun) edelsteen, juweel, pareltje;
(verb) versieren met edelstenen, bezette
Voorbeeld:
(noun) generator, stroomgenerator, schepper
Voorbeeld:
(noun) vet, smeer;
(verb) smeren, invett
Voorbeeld:
(adverb) identiek, hetzelfde
Voorbeeld:
(phrase) in geval van, mocht er
Voorbeeld:
(phrase) bezig met, in het proces van
Voorbeeld:
(adjective) individueel afgestemd, op maat gemaakt
Voorbeeld:
(noun) integratie, samenvoeging, sociale integratie
Voorbeeld:
(noun) lopendebandmedewerker, productiemedewerker
Voorbeeld:
(adjective) op maat gemaakt, op bestelling
Voorbeeld:
(phrase) een afspraak maken, iets regelen
Voorbeeld:
(phrase) een uitzondering maken
Voorbeeld:
(idiom) openbaar maken, bekendmaken
Voorbeeld:
(noun) marktbekendheid, marktbewustzijn
Voorbeeld:
(adverb) netjes, ordelijk, handig
Voorbeeld:
(phrase) oproepbaar, beschikbaar
Voorbeeld:
(phrase) op de drempel van, op het punt van, op het puntje van
Voorbeeld:
(idiom) ter plekke, onmiddellijk, voor het blok zetten
Voorbeeld:
(verb) overleven, langer meegaan dan
Voorbeeld:
(noun) output, productie, uitvoer;
(verb) uitvoeren, produceren
Voorbeeld:
(idiom) invoeren, opzetten, instellen
Voorbeeld:
(noun) vraag, navraag;
(verb) navragen, betwisten
Voorbeeld:
(adjective) kant-en-klaar, klaar, eenvoudig
Voorbeeld:
(verb) weer in elkaar zetten, hermonteren, weer bijeenkomen
Voorbeeld:
(verb) raffineren, zuiveren, verfijnen
Voorbeeld:
(noun) reproductie, kopie, voortplanting
Voorbeeld:
(noun) sector, gebied, cirkelsector
Voorbeeld:
(phrasal verb) besluiten op, kiezen voor, genoegen nemen met
Voorbeeld:
(phrasal verb) oplossen, regelen, sorteren
Voorbeeld:
(adjective) synthetisch, kunstmatig, onecht
Voorbeeld:
(adjective) op maat gemaakt, speciaal gemaakt
Voorbeeld:
(preposition) op, bij, na
Voorbeeld:
(noun) slijtage, gebruiksschade
Voorbeeld: