Vocabulaireverzameling Huizen en gebouwen in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Huizen en gebouwen' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) landhuis, herenhuis
Voorbeeld:
(noun) vuurtoren
Voorbeeld:
(noun) wolkenkrabber
Voorbeeld:
(noun) magazijn, opslagplaats;
(verb) opslaan, magazineren
Voorbeeld:
(noun) onderdak, schuilplaats, toevluchtsoord;
(verb) beschermen, onderdak bieden, schuilen
Voorbeeld:
(noun) kelder
Voorbeeld:
(noun) oriëntatiepunt, herkenningspunt, mijlpaal;
(adjective) baanbrekend, historisch
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
(noun) schuur, loods;
(verb) afwerpen, verliezen, afstoten
Voorbeeld:
(noun) graf, tombe;
(verb) begraven, ter aarde bestellen
Voorbeeld:
(noun) kolom, zuil, pilaar
Voorbeeld:
(noun) structuur, opbouw, bouwwerk;
(verb) structureren, opbouwen
Voorbeeld:
(noun) renovatie, verbouwing
Voorbeeld:
(verb) bouwen, construeren, opbouwen;
(noun) construct, bouwsel
Voorbeeld:
(noun) beton;
(adjective) concreet, tastbaar;
(verb) betonneren
Voorbeeld:
(noun) trappenhuis
Voorbeeld:
(noun) plattegrond
Voorbeeld:
(noun) buitenkant, exterieur, uiterlijk;
(adjective) extern, buiten-
Voorbeeld:
(noun) interieur, binnenkant, binnenland;
(adjective) binnenste, intern
Voorbeeld:
(noun) dakterras, dak
Voorbeeld:
(noun) schoorsteen
Voorbeeld:
(noun) gangpad, pad
Voorbeeld:
(noun) decor, inrichting
Voorbeeld:
(adjective) residentieel, woon-
Voorbeeld:
(adjective) ruim, spacieus
Voorbeeld:
(adjective) leeg, vrij, afwezig
Voorbeeld:
(adjective) verlaten, achtergelaten, onbelemmerd
Voorbeeld:
(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;
(noun) afvoer, goot, riool
Voorbeeld:
(verb) instorten, ineenstorten, bezinken;
(noun) instorting, ineenstorting, val
Voorbeeld:
(noun) decorateur, schilder, versierder
Voorbeeld: