Vocabulaireverzameling Communiceren in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Communiceren' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) communicatie, uitwisseling, mededeling
Voorbeeld:
(noun) band, gehechtheid, verbondenheid
Voorbeeld:
(noun) bladwijzer, favoriet;
(verb) bookmarken, als bladwijzer opslaan
Voorbeeld:
(verb) snuffelen, rondkijken, surfen;
(noun) rondsnuffeling, kijkje
Voorbeeld:
(noun) browser, webbrowser, grazer
Voorbeeld:
(noun) breedband;
(adjective) breedband
Voorbeeld:
(adjective) cellulair, mobiel
Voorbeeld:
(noun) serviceprovider, dienstverlener
Voorbeeld:
(noun) telefonische vergadering, conference call
Voorbeeld:
(phrasal verb) afsnijden, afknippen, onderbreken
Voorbeeld:
(noun) internetcafé, cybercafé
Voorbeeld:
(noun) gids, telefoongids, adresboek
Voorbeeld:
(adjective) betrokken, bezig, verloofd
Voorbeeld:
(noun) wijzerplaat, draaiknop;
(verb) kiezen, bellen, instellen
Voorbeeld:
(verb) volgen, opvolgen, naleven;
(noun) aanhang, volgers
Voorbeeld:
(noun) haatmail, haatpost
Voorbeeld:
(noun) spam, ongewenste e-mail, Spam;
(verb) spammen, ongewenste e-mail versturen
Voorbeeld:
(noun) hulplijn, telefoonlijn
Voorbeeld:
(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;
(noun) greep, houvast, wacht
Voorbeeld:
(noun) influencer, beïnvloeder
Voorbeeld:
(noun) YouTuber
Voorbeeld:
(noun) podcaster
Voorbeeld:
(noun) blok, klomp, gebouw;
(verb) blokkeren, versperren, verhinderen
Voorbeeld:
(noun) draad, discussie;
(verb) rijgen, inrijgen
Voorbeeld:
(noun) surfen, golfsurfen, zappen;
(verb) surfend, zappend
Voorbeeld:
(adverb) vooruit, naar voren, verder;
(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;
(verb) doorsturen, verzenden;
(noun) aanvaller, spits
Voorbeeld:
(noun) startpagina
Voorbeeld:
(noun) inbox, postvak IN
Voorbeeld:
(noun) getjilp, tjilp, tweet;
(verb) tjilpen, kwinkeleren, tweeten
Voorbeeld:
(noun) bandbreedte, mentale capaciteit, tijd
Voorbeeld:
(noun) tolk, vertaler, interpreter (computer)
Voorbeeld: