Avatar of Vocabulary Set Communiceren

Vocabulaireverzameling Communiceren in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Communiceren' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

communication

/kəˌmjuː.nəˈkeɪ.ʃən/

(noun) communicatie, uitwisseling, mededeling

Voorbeeld:

Effective communication is key to a successful team.
Effectieve communicatie is de sleutel tot een succesvol team.

attachment

/əˈtætʃ.mənt/

(noun) band, gehechtheid, verbondenheid

Voorbeeld:

She developed a strong attachment to her new puppy.
Ze ontwikkelde een sterke band met haar nieuwe puppy.

bookmark

/ˈbʊk.mɑːrk/

(noun) bladwijzer, favoriet;

(verb) bookmarken, als bladwijzer opslaan

Voorbeeld:

I used a ribbon as a bookmark for my novel.
Ik gebruikte een lint als bladwijzer voor mijn roman.

browse

/braʊz/

(verb) snuffelen, rondkijken, surfen;

(noun) rondsnuffeling, kijkje

Voorbeeld:

I like to browse in bookstores for hours.
Ik vind het leuk om urenlang in boekwinkels te snuffelen.

browser

/ˈbraʊ.zɚ/

(noun) browser, webbrowser, grazer

Voorbeeld:

I use Google Chrome as my default web browser.
Ik gebruik Google Chrome als mijn standaardwebbrowser.

broadband

/ˈbrɑːd.bænd/

(noun) breedband;

(adjective) breedband

Voorbeeld:

We need a faster broadband connection for our office.
We hebben een snellere breedbandverbinding nodig voor ons kantoor.

cellular

/ˈsel.jə.lɚ/

(adjective) cellulair, mobiel

Voorbeeld:

The human body is made up of trillions of cellular structures.
Het menselijk lichaam bestaat uit biljoenen cellulaire structuren.

service provider

/ˈsɜːr.vɪs prəˌvaɪ.dər/

(noun) serviceprovider, dienstverlener

Voorbeeld:

Our internet service provider offers high-speed connections.
Onze internetserviceprovider biedt snelle verbindingen.

conference call

/ˈkɑːn.fər.əns ˌkɑːl/

(noun) telefonische vergadering, conference call

Voorbeeld:

We had a conference call with the team in London this morning.
We hadden vanochtend een telefonische vergadering met het team in Londen.

cut off

/kʌt ˈɔːf/

(phrasal verb) afsnijden, afknippen, onderbreken

Voorbeeld:

The surgeon had to cut off the gangrenous limb.
De chirurg moest het gangreneuze ledemaat afsnijden.

Internet café

/ˈɪn.tər.net ˌkæf.eɪ/

(noun) internetcafé, cybercafé

Voorbeeld:

I need to find an Internet café to check my emails.
Ik moet een internetcafé vinden om mijn e-mails te controleren.

directory

/dɪˈrek.tɚ.i/

(noun) gids, telefoongids, adresboek

Voorbeeld:

I looked up her number in the phone directory.
Ik zocht haar nummer op in de telefoongids.

engaged

/ɪnˈɡeɪdʒd/

(adjective) betrokken, bezig, verloofd

Voorbeeld:

She was deeply engaged in her research.
Ze was diep betrokken bij haar onderzoek.

dial

/ˈdaɪ.əl/

(noun) wijzerplaat, draaiknop;

(verb) kiezen, bellen, instellen

Voorbeeld:

The clock's dial was made of polished brass.
De wijzerplaat van de klok was gemaakt van gepolijst messing.

follow

/ˈfɑː.loʊ/

(verb) volgen, opvolgen, naleven;

(noun) aanhang, volgers

Voorbeeld:

The dog followed its owner everywhere.
De hond volgde zijn baasje overal.

hate mail

/ˈheɪt meɪl/

(noun) haatmail, haatpost

Voorbeeld:

The politician received a lot of hate mail after his controversial speech.
De politicus ontving veel haatmail na zijn controversiële toespraak.

spam

/spæm/

(noun) spam, ongewenste e-mail, Spam;

(verb) spammen, ongewenste e-mail versturen

Voorbeeld:

My inbox is full of spam.
Mijn inbox zit vol met spam.

helpline

/ˈhelp.laɪn/

(noun) hulplijn, telefoonlijn

Voorbeeld:

You can call the national domestic violence helpline for support.
Je kunt de nationale hulplijn voor huiselijk geweld bellen voor ondersteuning.

hold

/hoʊld/

(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;

(noun) greep, houvast, wacht

Voorbeeld:

Can you hold this for a moment?
Kun je dit even vasthouden?

influencer

/ˈɪn.flu.ən.sɚ/

(noun) influencer, beïnvloeder

Voorbeeld:

The brand collaborated with a popular fashion influencer to promote their new collection.
Het merk werkte samen met een populaire mode-influencer om hun nieuwe collectie te promoten.

YouTuber

/ˈjuː.tuː.bər/

(noun) YouTuber

Voorbeeld:

She dreams of becoming a famous YouTuber.
Ze droomt ervan een beroemde YouTuber te worden.

podcaster

/ˈpɑːd.kæs.tɚ/

(noun) podcaster

Voorbeeld:

She is a famous podcaster who interviews tech entrepreneurs.
Ze is een beroemde podcaster die tech-ondernemers interviewt.

block

/blɑːk/

(noun) blok, klomp, gebouw;

(verb) blokkeren, versperren, verhinderen

Voorbeeld:

He used a concrete block to prop open the door.
Hij gebruikte een betonnen blok om de deur open te houden.

thread

/θred/

(noun) draad, discussie;

(verb) rijgen, inrijgen

Voorbeeld:

She used a needle and thread to mend the torn shirt.
Ze gebruikte een naald en draad om het gescheurde shirt te repareren.

surfing

/ˈsɝːfɪŋ/

(noun) surfen, golfsurfen, zappen;

(verb) surfend, zappend

Voorbeeld:

He loves surfing every weekend at the beach.
Hij houdt ervan om elk weekend op het strand te surfen.

forward

/ˈfɔːr.wɚd/

(adverb) vooruit, naar voren, verder;

(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;

(verb) doorsturen, verzenden;

(noun) aanvaller, spits

Voorbeeld:

Please move forward to make space for others.
Ga alstublieft naar voren om ruimte te maken voor anderen.

home page

/ˈhoʊm peɪdʒ/

(noun) startpagina

Voorbeeld:

You can always return to the home page by clicking the logo.
U kunt altijd terugkeren naar de startpagina door op het logo te klikken.

inbox

/ˈɪn.bɑːks/

(noun) inbox, postvak IN

Voorbeeld:

I have 20 unread emails in my inbox.
Ik heb 20 ongelezen e-mails in mijn inbox.

tweet

/twiːt/

(noun) getjilp, tjilp, tweet;

(verb) tjilpen, kwinkeleren, tweeten

Voorbeeld:

We woke up to the cheerful tweet of birds outside our window.
We werden wakker van het vrolijke getjilp van vogels buiten ons raam.

bandwidth

/ˈbænd.wɪtθ/

(noun) bandbreedte, mentale capaciteit, tijd

Voorbeeld:

The internet connection has high bandwidth.
De internetverbinding heeft een hoge bandbreedte.

interpreter

/ɪnˈtɝː.prə.t̬ɚ/

(noun) tolk, vertaler, interpreter (computer)

Voorbeeld:

The diplomat spoke through an interpreter.
De diplomaat sprak via een tolk.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland