Vocabulaireverzameling Natuurverschijnselen en milieu in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Natuurverschijnselen en milieu' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) motregen;
(verb) motregenen, druppelen, besprenkelen
Voorbeeld:
(verb) overstelpen, overspoelen, overstromen
Voorbeeld:
(noun) hogedrukgebied, anticycloon
Voorbeeld:
(noun) archipel
Voorbeeld:
(noun) aerosol, spuitbus, zwevende deeltjes
Voorbeeld:
(noun) vloedgolf, overstroming, vloed;
(verb) overspoelen, overstromen, overweldigen
Voorbeeld:
(noun) dauw;
(verb) bedauwen, bevochtigen
Voorbeeld:
(noun) vlaag, drukte, sneeuwbui;
(verb) dwarrelen, verwarren
Voorbeeld:
(noun) windvlaag, vlaag, uitbarsting;
(verb) waaien in vlagen, stormen
Voorbeeld:
(noun) ijspegel
Voorbeeld:
(noun) cirrus, vederwolk
Voorbeeld:
(noun) nimbus, aureool, regenwolk
Voorbeeld:
(noun) neerslag, precipitatie, uitfelling
Voorbeeld:
(verb) ontdooien, dooien, ontspannen;
(noun) dooi, ontdooiing
Voorbeeld:
(noun) biohazard, biologisch gevaar
Voorbeeld:
(noun) cataclysme, ramp, natuurramp
Voorbeeld:
(noun) verontreiniging, besmetting
Voorbeeld:
(noun) afvalwater, effluent;
(adjective) uitstromend, afvloeiend
Voorbeeld:
(noun) epicentrum, kern
Voorbeeld:
(noun) oog, opening;
(verb) bekijken, observeren
Voorbeeld:
(noun) waterval, cascade, reeks;
(verb) vallen, stromen, neerstromen
Voorbeeld:
(noun) dijk;
(verb) indijken
Voorbeeld:
(noun) esplanade, wandelweg
Voorbeeld:
(noun) riviermonding, estuarium
Voorbeeld:
(noun) kloof, ravijn;
(verb) volproppen, schrokken
Voorbeeld:
(noun) landengte
Voorbeeld:
(noun) dijk, rivierdijk;
(verb) bedijken, van een dijk voorzien
Voorbeeld:
(noun) meridiaan, hoogtepunt, zenit
Voorbeeld:
(noun) moeras, veen, wirwar
Voorbeeld:
(noun) plateau, hoogvlakte, stagnatie;
(verb) stabiliseren, stagneren
Voorbeeld:
(noun) landtong, kaap, voorgebergte
Voorbeeld:
(noun) rotsheuvel, rotsformatie
Voorbeeld:
(noun) trilling, beving, aardbeving
Voorbeeld:
(noun) zenit, hoogtepunt
Voorbeeld:
(adjective) schemerig, schemer-, schemeractief
Voorbeeld:
(adjective) geothermisch
Voorbeeld:
(adjective) seismisch, enorm, gigantisch
Voorbeeld:
(adjective) tektonisch, bouwtechnisch, constructief
Voorbeeld: