Avatar of Vocabulary Set Techniek en elektronica

Vocabulaireverzameling Techniek en elektronica in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Techniek en elektronica' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

engineering

/ˌen.dʒɪˈnɪr.ɪŋ/

(noun) techniek, ingenieurswetenschappen, ingenieurswerk

Voorbeeld:

She is studying civil engineering at university.
Ze studeert civiele techniek aan de universiteit.

electronics

/iˌlekˈtrɑː.nɪks/

(noun) elektronica, elektronische apparaten

Voorbeeld:

He is studying electronics at university.
Hij studeert elektronica aan de universiteit.

transistor

/trænˈzɪs.tɚ/

(noun) transistor, transistorradio

Voorbeeld:

The radio circuit uses a small transistor.
Het radiocircuit gebruikt een kleine transistor.

semiconductor

/ˌsem.i.kənˈdʌk.tɚ/

(noun) halfgeleider

Voorbeeld:

Silicon is a common semiconductor material used in computer chips.
Silicium is een veelvoorkomend halfgeleidermateriaal dat in computerchips wordt gebruikt.

DC

/ˌdiːˈsiː/

(abbreviation) DC, District of Columbia, gelijkstroom

Voorbeeld:

I'm traveling to DC next week for a conference.
Ik reis volgende week naar DC voor een conferentie.

circuit board

/ˈsɝː.kɪt ˌbɔːrd/

(noun) printplaat

Voorbeeld:

The technician replaced the damaged circuit board in the computer.
De technicus verving de beschadigde printplaat in de computer.

short circuit

/ʃɔːrt ˈsɜːr.kɪt/

(noun) kortsluiting;

(verb) kortsluiting veroorzaken, kortsluiten

Voorbeeld:

The fire was caused by a short circuit in the old wiring.
De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de oude bedrading.

electrode

/iˈlek.troʊd/

voltage

/ˈvoʊl.t̬ɪdʒ/

(noun) spanning, voltage

Voorbeeld:

The device operates on a low voltage.
Het apparaat werkt op een lage spanning.

transformer

/trænsˈfɔːr.mɚ/

(noun) transformator, trafo, omvormer;

(trademark) Transformer

Voorbeeld:

The power grid uses large transformers to adjust voltage levels.
Het elektriciteitsnet gebruikt grote transformatoren om spanningsniveaus aan te passen.

transmitter

/trænsˈmɪt̬.ɚ/

(noun) zender, omzetter

Voorbeeld:

The radio station upgraded its main transmitter.
Het radiostation heeft zijn hoofdzender geüpgraded.

capacitor

/kəˈpæs.ə.t̬ɚ/

(noun) condensator

Voorbeeld:

The circuit requires a 10 microfarad capacitor.
Het circuit vereist een condensator van 10 microfarad.

conduct

/kənˈdʌkt/

(noun) gedrag, verloop, beheer;

(verb) uitvoeren, leiden, dirigeren

Voorbeeld:

The conduct of the meeting was very professional.
Het verloop van de vergadering was zeer professioneel.

screw

/skruː/

(noun) schroef, draai, omwenteling;

(verb) schroeven, vastschroeven, draaien

Voorbeeld:

He used a screw to fasten the two pieces of wood together.
Hij gebruikte een schroef om de twee stukken hout aan elkaar te bevestigen.

bolt

/boʊlt/

(noun) bout, grendel, schuif;

(verb) wegrennen, ervandoor gaan, schrokken

Voorbeeld:

He tightened the bolt with a wrench.
Hij draaide de bout vast met een moersleutel.

nut

/nʌt/

(noun) noot, moer, gek;

(verb) inbeuken, koppen

Voorbeeld:

Squirrels bury nuts for the winter.
Eekhoorns begraven noten voor de winter.

cog

/kɑːɡ/

(noun) tandwiel, tand, radertje;

(verb) vertanden, inschakelen

Voorbeeld:

The broken cog prevented the machine from working.
Het gebroken tandwiel verhinderde dat de machine werkte.

diode

/ˈdaɪ.oʊd/

(noun) diode

Voorbeeld:

A diode is essential for converting AC to DC.
Een diode is essentieel voor het omzetten van wisselstroom naar gelijkstroom.

fuse

/fjuːz/

(noun) zekering, lont, ontsteker;

(verb) fuseren, versmelten, smelten

Voorbeeld:

The lights went out because a fuse blew.
De lichten gingen uit omdat een zekering sprong.

generator

/ˈdʒen.ər.eɪ.t̬ɚ/

(noun) generator, stroomgenerator, schepper

Voorbeeld:

The power went out, so we had to start the generator.
De stroom viel uit, dus moesten we de generator starten.

crank

/kræŋk/

(noun) zwengel, kruk, brombeer;

(verb) aanzwengelen, opstarten, opschroeven;

(adjective) chagrijnig, geïrriteerd

Voorbeeld:

He turned the crank to raise the window.
Hij draaide aan de zwengel om het raam omhoog te doen.

shaft

/ʃæft/

(noun) schacht, steel, as;

(verb) benadelen, naaien

Voorbeeld:

The arrow's shaft was perfectly straight.
De schacht van de pijl was perfect recht.

thermostat

/ˈθɝː.mə.stæt/

(noun) thermostaat

Voorbeeld:

She adjusted the thermostat to make the room warmer.
Ze stelde de thermostaat bij om de kamer warmer te maken.

safety valve

/ˈseɪf.ti vælv/

(noun) veiligheidsklep, uitlaatklep

Voorbeeld:

The steam engine is equipped with a safety valve to prevent explosions.
De stoommachine is uitgerust met een veiligheidsklep om explosies te voorkomen.

robotics

/roʊˈbɑː.t̬ɪks/

(noun) robotica

Voorbeeld:

The field of robotics is rapidly advancing.
Het vakgebied robotica ontwikkelt zich snel.

relay

/ˌrɪˈleɪ/

(noun) estafette, ploeg, aflossing;

(verb) doorgeven, overbrengen, doorsturen

Voorbeeld:

The workers operated in relays to ensure continuous production.
De arbeiders werkten in ploegen om continue productie te garanderen.

oscillator

/ˈɑː.sɪ.leɪ.tər/

(noun) oscillator, triller

Voorbeeld:

The radio transmitter uses a crystal oscillator to generate its carrier frequency.
De radiozender gebruikt een kristaloscillator om zijn draaggolffrequentie te genereren.

insulator

/ˈɪn.sə.leɪ.t̬ɚ/

(noun) isolator, isolatiemateriaal

Voorbeeld:

Glass is a good electrical insulator.
Glas is een goede elektrische isolator.

solar cell

/ˈsoʊ.lər sel/

(noun) zonnecel, fotovoltaïsche cel

Voorbeeld:

The calculator is powered by a small solar cell.
De rekenmachine wordt aangedreven door een kleine zonnecel.

rotor

/ˈroʊ.t̬ɚ/

rewire

/ˌriːˈwaɪr/

(verb) opnieuw bedraden, herbedraden, herprogrammeren

Voorbeeld:

We need to rewire the entire house before we can sell it.
We moeten het hele huis opnieuw bedraden voordat we het kunnen verkopen.

alternating current

/ˈɔːl.tərˌneɪ.tɪŋ ˈkɝː.ənt/

(noun) wisselstroom

Voorbeeld:

Most household appliances run on alternating current.
De meeste huishoudelijke apparaten werken op wisselstroom.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland