Avatar of Vocabulary Set Sinister

Vocabulaireverzameling Sinister in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Sinister' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

monstrosity

/mɑːnˈstrɑː.sə.t̬i/

(noun) gedrocht, monsterlijkheid, misbaksel

Voorbeeld:

The new building is a concrete monstrosity that ruins the skyline.
Het nieuwe gebouw is een betonnen gedrocht dat de skyline verpest.

prejudice

/ˈpredʒ.ə.dɪs/

(noun) vooroordeel, nadeel, schade;

(verb) benadelen, schaden

Voorbeeld:

It's important to overcome personal prejudice.
Het is belangrijk om persoonlijke vooroordelen te overwinnen.

intolerance

/ɪnˈtɑː.lɚ.əns/

(noun) intolerantie, onverdraagzaamheid, overgevoeligheid

Voorbeeld:

Religious intolerance can lead to social conflict.
Religieuze intolerantie kan leiden tot sociale conflicten.

stigma

/ˈstɪɡ.mə/

(noun) stigma, brandmerk, stempel

Voorbeeld:

There is still a social stigma attached to mental illness.
Er rust nog steeds een sociaal stigma op psychische aandoeningen.

vanity

/ˈvæn.ə.t̬i/

(noun) ijdelheid, verwaandheid, nutteloosheid

Voorbeeld:

His vanity led him to spend hours in front of the mirror.
Zijn ijdelheid bracht hem ertoe uren voor de spiegel door te brengen.

scheme

/skiːm/

(noun) plan, regeling, complot;

(verb) complotteren, beramen

Voorbeeld:

The government launched a new scheme to help the unemployed.
De regering lanceerde een nieuw plan om werklozen te helpen.

assassination

/əˌsæs.əˈneɪ.ʃən/

(noun) moord, sluipmoord

Voorbeeld:

The assassination of the president shocked the nation.
De moord op de president schokte de natie.

corruption

/kəˈrʌp.ʃən/

(noun) corruptie, omkoping, bederf

Voorbeeld:

The government launched an investigation into widespread corruption.
De regering startte een onderzoek naar wijdverbreide corruptie.

notoriety

/ˌnoʊ.t̬əˈraɪ.ə.t̬i/

(noun) beruchtheid

Voorbeeld:

The criminal achieved notoriety for his daring escapes.
De crimineel verwierf beruchtheid door zijn gedurfde ontsnappingen.

brute

/bruːt/

(noun) bruut, beest;

(adjective) bruut, beestachtig, grof

Voorbeeld:

The criminal was described as a dangerous brute.
De crimineel werd beschreven als een gevaarlijke bruut.

treachery

/ˈtretʃ.ɚ.i/

(noun) verraad, trouweloosheid

Voorbeeld:

He was punished for his treachery against the king.
Hij werd gestraft voor zijn verraad tegen de koning.

collusion

/kəˈluː.ʒən/

(noun) samenspanning, collusie

Voorbeeld:

The two companies were accused of collusion to fix prices.
De twee bedrijven werden beschuldigd van samenspanning om prijzen vast te stellen.

deceitfulness

/dɪˈsiːt.fəl.nəs/

(noun) bedrieglijkheid, leugenachtigheid

Voorbeeld:

The politician was criticized for his deceitfulness during the campaign.
De politicus werd bekritiseerd om zijn bedrieglijkheid tijdens de campagne.

ruse

/ruːz/

(noun) list, krijgslist

Voorbeeld:

He used a clever ruse to get into the building.
Hij gebruikte een slimme list om het gebouw binnen te komen.

humiliation

/hjuːˌmɪl.iˈeɪ.ʃən/

(noun) vernedering, smaad

Voorbeeld:

He suffered the humiliation of being fired in front of his colleagues.
Hij onderging de vernedering om voor zijn collega's ontslagen te worden.

injustice

/ɪnˈdʒʌs.tɪs/

(noun) onrecht, onrechtvaardigheid, onrechtvaardige daad

Voorbeeld:

The verdict was a clear injustice.
Het vonnis was een duidelijke onrechtvaardigheid.

deviation

/ˌdiː.viˈeɪ.ʃən/

(noun) afwijking, deviatie, verschil

Voorbeeld:

Any deviation from the standard procedure must be reported immediately.
Elke afwijking van de standaardprocedure moet onmiddellijk worden gemeld.

cruelty

/ˈkruː.əl.ti/

(noun) wreedheid, barbaarsheid

Voorbeeld:

The cruelty of the dictator was well-known.
De wreedheid van de dictator was algemeen bekend.

atrocity

/əˈtrɑː.sə.t̬i/

(noun) gruweldaad, wreedheid, gruwel

Voorbeeld:

The war was marked by numerous atrocities committed by both sides.
De oorlog werd gekenmerkt door talloze gruweldaden begaan door beide partijen.

savagery

/ˈsæv.ɪdʒ.ri/

(noun) wreedheid, wildheid

Voorbeeld:

The savagery of the attack shocked the entire nation.
De wreedheid van de aanval schokte de hele natie.

deceptive

/dɪˈsep.t̬ɪv/

(adjective) bedrieglijk, misleidend

Voorbeeld:

Appearances can be deceptive.
Schijn kan bedrieglijk zijn.

devious

/ˈdiː.vi.əs/

(adjective) slinks, onoprecht, omslachtig

Voorbeeld:

He used devious methods to get what he wanted.
Hij gebruikte onoprechte methoden om te krijgen wat hij wilde.

fraudulent

/ˈfrɑː.dʒə.lənt/

(adjective) frauduleus, bedrieglijk

Voorbeeld:

He was involved in a fraudulent scheme to sell fake investments.
Hij was betrokken bij een frauduleuze regeling om nep-investeringen te verkopen.

hypocritical

/ˌhɪp.əˈkrɪt̬.ɪ.kəl/

(adjective) hypocriet, schijnheilig

Voorbeeld:

It's hypocritical to criticize others for something you do yourself.
Het is hypocriet om anderen te bekritiseren voor iets wat je zelf doet.

unscrupulous

/ʌnˈskruː.pjə.ləs/

(adjective) gewetenloos, onscrupuleus, principloos

Voorbeeld:

He was an unscrupulous businessman who cheated his partners.
Hij was een gewetenloze zakenman die zijn partners bedroog.

heinous

/ˈheɪ.nəs/

(adjective) afschuwelijk, gruwelijk, wreed

Voorbeeld:

The criminal was charged with a heinous crime.
De crimineel werd beschuldigd van een afschuwelijke misdaad.

dismissive

/dɪˈsmɪs.ɪv/

(adjective) afwijzend, minachtend

Voorbeeld:

He was very dismissive of her ideas.
Hij was erg afwijzend over haar ideeën.

oppressive

/əˈpres.ɪv/

(adjective) onderdrukkend, tiranniek, drukkend

Voorbeeld:

The country was ruled by an oppressive regime.
Het land werd geregeerd door een onderdrukkend regime.

malicious

/məˈlɪʃ.əs/

(adjective) kwaadaardig, boosaardig, malicieus

Voorbeeld:

He was accused of spreading malicious rumors.
Hij werd beschuldigd van het verspreiden van kwaadaardige geruchten.

unwarranted

/ʌnˈwɔːr.ən.t̬ɪd/

(adjective) ongegrond, onrechtmatig

Voorbeeld:

The police search was deemed unwarranted by the judge.
De huiszoeking door de politie werd door de rechter als ongegrond beschouwd.

fiendish

/ˈfiːn.dɪʃ/

(adjective) duivels, boosaardig, wreed

Voorbeeld:

The villain devised a fiendish plot to take over the world.
De schurk bedacht een duivels plan om de wereld over te nemen.

glib

/ɡlɪb/

(adjective) vlot, glad, oppervlakkig

Voorbeeld:

He gave a glib answer to the complex question, avoiding the real issues.
Hij gaf een vlot antwoord op de complexe vraag, waarbij hij de echte problemen vermeed.

vulgar

/ˈvʌl.ɡɚ/

(adjective) ordinair, plat, onbeschaafd

Voorbeeld:

The decor of the restaurant was rather vulgar, with too much gold and glitter.
Het decor van het restaurant was nogal ordinair, met te veel goud en glitter.

sordid

/ˈsɔːr.dɪd/

(adjective) sordide, onzedelijk, gemeen

Voorbeeld:

The politician was involved in a sordid scandal.
De politicus was betrokken bij een sordide schandaal.

infamous

/ˈɪn.fə.məs/

(adjective) berucht, infame

Voorbeeld:

The city is infamous for its high crime rate.
De stad is berucht om zijn hoge misdaadcijfer.

unethical

/ˌʌnˈeθ.ɪ.kəl/

(adjective) onethisch

Voorbeeld:

It would be unethical to use someone else's research without proper attribution.
Het zou onethisch zijn om onderzoek van iemand anders te gebruiken zonder de juiste bronvermelding.

outrageous

/ˌaʊtˈreɪ.dʒəs/

(adjective) schandalig, buitensporig, uitbundig

Voorbeeld:

The prices at that restaurant are absolutely outrageous.
De prijzen in dat restaurant zijn absoluut schandalig.

controversial

/ˌkɑːn.trəˈvɝː.ʃəl/

(adjective) controversieel, omstreden

Voorbeeld:

The new policy is highly controversial.
Het nieuwe beleid is zeer controversieel.

contentious

/kənˈten.tʃəs/

(adjective) omstreden, controversieel, ruzieachtig

Voorbeeld:

The new policy proved to be highly contentious.
Het nieuwe beleid bleek zeer omstreden te zijn.

gory

/ˈɡɔːr.i/

(adjective) bloederig, gruwelijk

Voorbeeld:

The movie was too gory for my taste, with blood everywhere.
De film was te bloederig naar mijn smaak, met overal bloed.

trick

/trɪk/

(noun) truc, streek, kunstje;

(verb) bedriegen, foppen

Voorbeeld:

He played a clever trick on his friends.
Hij speelde zijn vrienden een slimme truc.

purport

/pɝːˈpɔːrt/

(verb) beweren, voorgeven;

(noun) strekking, betekenis, essentie

Voorbeeld:

The document purports to be a will.
Het document beweert een testament te zijn.

betray

/bɪˈtreɪ/

(verb) verraden, onthullen

Voorbeeld:

His nervous laughter betrayed his true feelings.
Zijn nerveuze lach verraadde zijn ware gevoelens.

double-cross

/ˌdʌb.əlˈkrɔːs/

(verb) bedriegen, verraden;

(noun) verraad, streek

Voorbeeld:

He decided to double-cross his partners and keep all the money for himself.
Hij besloot zijn partners te bedriegen en al het geld voor zichzelf te houden.

slaughter

/ˈslɑː.t̬ɚ/

(verb) slachten, afslachten, uitmoorden;

(noun) slacht, slachting, bloedbad

Voorbeeld:

The cattle were raised to be slaughtered for meat.
Het vee werd gefokt om geslacht te worden voor vlees.

despoil

/dɪˈspɔɪl/

(verb) plunderen, beroven, ontsieren

Voorbeeld:

The invaders despoiled the city of its treasures.
De indringers plunderden de stad van haar schatten.

violate

/ˈvaɪ.ə.leɪt/

(verb) schenden, overtreden, ontheiligen

Voorbeeld:

They violated the terms of the agreement.
Ze schonden de voorwaarden van de overeenkomst.

counterfeit

/ˈkaʊn.t̬ɚ.fɪt/

(noun) namaak, vals;

(adjective) vals, nagemaakt;

(verb) vervalsen, namaken

Voorbeeld:

The police seized a large amount of counterfeit currency.
De politie nam een grote hoeveelheid nagemaakte valuta in beslag.

plagiarize

/ˈpleɪ.dʒə.raɪz/

(verb) plagiëren

Voorbeeld:

He was accused of plagiarizing his doctoral thesis.
Hij werd beschuldigd van het plagiëren van zijn proefschrift.

manipulate

/məˈnɪp.jə.leɪt/

(verb) manipuleren, bedienen, beïnvloeden

Voorbeeld:

He skillfully manipulated the controls of the drone.
Hij manipuleerde behendig de bedieningselementen van de drone.

notoriously

/noʊˈtɔːr.i.əs.li/

(adverb) berucht, notoir

Voorbeeld:

The weather in this region is notoriously unpredictable.
Het weer in deze regio is berucht onvoorspelbaar.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland