Vocabulaireverzameling Faciliteiten en Voorzieningen in Horeca: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Faciliteiten en Voorzieningen' in 'Horeca' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) airconditioning, luchtkoeling
Voorbeeld:
(noun) voorziening, faciliteit, comfort
Voorbeeld:
(noun) fauteuil, leunstoel;
(adjective) fauteuil-, theoretisch
Voorbeeld:
(noun) balkon, galerij
Voorbeeld:
(noun) badkamer, toilet
Voorbeeld:
(noun) badkuip, bad
Voorbeeld:
(noun) koffiezetapparaat
Voorbeeld:
(adjective) complimenteus, vleiend, gratis
Voorbeeld:
(noun) gordijn, barrière, scherm;
(verb) voorzien van gordijnen, afschermen
Voorbeeld:
(noun) stomerij, chemische reiniging
Voorbeeld:
(noun) ventilator, waaier, fan;
(verb) waaieren, aanwakkeren, verspreiden
Voorbeeld:
(noun) föhn, haardroger
Voorbeeld:
(noun) verwarming, kachel, verwarmer
Voorbeeld:
(noun) verwarming;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(noun) internettoegang
Voorbeeld:
(noun) jacuzzi, bubbelbad;
(trademark) Jacuzzi (merknaam)
Voorbeeld:
(noun) draaikolk, maalstroom, chaos
Voorbeeld:
(noun) jacuzzi, bubbelbad
Voorbeeld:
(noun) kitchenette, kleine keuken
Voorbeeld:
(noun) lamp;
(verb) slaan, rammen
Voorbeeld:
(noun) was, wasgoed, wasserette
Voorbeeld:
(noun) linnen, beddengoed
Voorbeeld:
(noun) magnetron, microgolfoven, microgolf;
(verb) opwarmen in de magnetron, bereiden in de magnetron
Voorbeeld:
(noun) patio, terras
Voorbeeld:
(noun) gewaad, toga, badjas;
(verb) kleden, aankleden
Voorbeeld:
(noun) roomservice
Voorbeeld:
(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;
(noun) kluis, brandkast
Voorbeeld:
(noun) sauna;
(verb) saunaën, een sauna nemen
Voorbeeld:
(noun) douche, douchebeurt, bui;
(verb) douchen, neerregenen, overladen
Voorbeeld:
(verb) zinken, dalen, laten zinken;
(noun) gootsteen, wastafel
Voorbeeld:
(noun) zeep, soap, telenovelle;
(verb) inzepen, wassen met zeep
Voorbeeld:
(noun) spa, kuuroord, badplaats
Voorbeeld:
(noun) zwembad
Voorbeeld:
(noun) televisie, tv, televisietoestel
Voorbeeld:
(plural noun) toiletartikelen, badkamerbenodigdheden
Voorbeeld:
(noun) handdoek;
(verb) afdrogen, drogen met een handdoek
Voorbeeld:
(noun) turndown service, avondservice
Voorbeeld:
(noun) verkoopautomaat, automaat
Voorbeeld: