Avatar of Vocabulary Set Faciliteiten en Voorzieningen

Vocabulaireverzameling Faciliteiten en Voorzieningen in Horeca: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Faciliteiten en Voorzieningen' in 'Horeca' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

air conditioning

/ˈer kənˌdɪʃ.ən.ɪŋ/

(noun) airconditioning, luchtkoeling

Voorbeeld:

The air conditioning unit broke down in the middle of summer.
De airconditioning viel midden in de zomer uit.

amenity

/əˈmen.ə.t̬i/

(noun) voorziening, faciliteit, comfort

Voorbeeld:

The hotel offers a wide range of amenities, including a swimming pool and a gym.
Het hotel biedt een breed scala aan voorzieningen, waaronder een zwembad en een fitnessruimte.

armchair

/ˈɑːrm.tʃer/

(noun) fauteuil, leunstoel;

(adjective) fauteuil-, theoretisch

Voorbeeld:

He relaxed in his favorite armchair by the fireplace.
Hij ontspande in zijn favoriete fauteuil bij de open haard.

balcony

/ˈbæl.kə.ni/

(noun) balkon, galerij

Voorbeeld:

She stepped out onto the balcony to enjoy the view.
Ze stapte het balkon op om van het uitzicht te genieten.

bathroom

/ˈbæθ.ruːm/

(noun) badkamer, toilet

Voorbeeld:

I need to use the bathroom.
Ik moet naar de badkamer.

bathtub

/ˈbæθ.tʌb/

(noun) badkuip, bad

Voorbeeld:

After a long day, a warm soak in the bathtub is very relaxing.
Na een lange dag is een warm bad in de badkuip erg ontspannend.

coffee machine

/ˈkɑː.fi məˌʃiːn/

(noun) koffiezetapparaat

Voorbeeld:

I need to buy a new coffee machine for the office.
Ik moet een nieuw koffiezetapparaat kopen voor op kantoor.

complimentary

/ˌkɑːm.pləˈmen.t̬ɚ.i/

(adjective) complimenteus, vleiend, gratis

Voorbeeld:

She made some complimentary remarks about his performance.
Ze maakte enkele complimenteuze opmerkingen over zijn prestatie.

curtain

/ˈkɝː.tən/

(noun) gordijn, barrière, scherm;

(verb) voorzien van gordijnen, afschermen

Voorbeeld:

She drew the curtains to block out the morning sun.
Ze trok de gordijnen dicht om de ochtendzon buiten te houden.

dry-cleaning

/ˈdraɪ.kliːnɪŋ/

(noun) stomerij, chemische reiniging

Voorbeeld:

I need to take my suit to the dry-cleaning.
Ik moet mijn pak naar de stomerij brengen.

fan

/fæn/

(noun) ventilator, waaier, fan;

(verb) waaieren, aanwakkeren, verspreiden

Voorbeeld:

Turn on the fan, it's getting hot in here.
Zet de ventilator aan, het wordt hier warm.

hair dryer

/ˈher draɪ.ər/

(noun) föhn, haardroger

Voorbeeld:

She used a hair dryer to quickly dry her wet hair.
Ze gebruikte een föhn om haar natte haar snel te drogen.

heater

/ˈhiː.t̬ɚ/

(noun) verwarming, kachel, verwarmer

Voorbeeld:

Turn on the heater; it's cold in here.
Zet de verwarming aan; het is koud hier.

heating

/ˈhiː.t̬ɪŋ/

(noun) verwarming;

(verb) verwarmen, opwarmen

Voorbeeld:

The central heating system needs to be repaired.
Het centrale verwarmingssysteem moet gerepareerd worden.

Internet access

/ˈɪn.tər.net ˈæk.ses/

(noun) internettoegang

Voorbeeld:

Do you have Internet access at your hotel?
Heb je internettoegang in je hotel?

Jacuzzi

/dʒəˈkuː.zi/

(noun) jacuzzi, bubbelbad;

(trademark) Jacuzzi (merknaam)

Voorbeeld:

After a long day, she relaxed in the warm Jacuzzi.
Na een lange dag ontspande ze in de warme jacuzzi.

whirlpool

/ˈwɝːl.puːl/

(noun) draaikolk, maalstroom, chaos

Voorbeeld:

The boat was caught in a dangerous whirlpool.
De boot raakte verstrikt in een gevaarlijke draaikolk.

hot tub

/ˈhɑːt tʌb/

(noun) jacuzzi, bubbelbad

Voorbeeld:

After a long day of skiing, relaxing in the hot tub was perfect.
Na een lange dag skiën was ontspannen in de jacuzzi perfect.

kitchenette

/ˌkɪtʃ.ənˈet/

(noun) kitchenette, kleine keuken

Voorbeeld:

The studio apartment had a compact kitchenette with a microwave and a mini-fridge.
Het studio-appartement had een compacte kitchenette met een magnetron en een minikoelkast.

lamp

/læmp/

(noun) lamp;

(verb) slaan, rammen

Voorbeeld:

She turned on the lamp to read her book.
Ze deed de lamp aan om haar boek te lezen.

laundry

/ˈlɑːn.dri/

(noun) was, wasgoed, wasserette

Voorbeeld:

I need to do a load of laundry today.
Ik moet vandaag een lading was doen.

linen

/ˈlɪn.ɪn/

(noun) linnen, beddengoed

Voorbeeld:

The tablecloth was made of fine linen.
Het tafelkleed was gemaakt van fijn linnen.

microwave

/ˈmaɪ.kroʊ.weɪv/

(noun) magnetron, microgolfoven, microgolf;

(verb) opwarmen in de magnetron, bereiden in de magnetron

Voorbeeld:

I heated my lunch in the microwave.
Ik heb mijn lunch opgewarmd in de magnetron.

patio

/ˈpæt̬.i.oʊ/

(noun) patio, terras

Voorbeeld:

We had a barbecue on the patio.
We hadden een barbecue op de patio.

robe

/roʊb/

(noun) gewaad, toga, badjas;

(verb) kleden, aankleden

Voorbeeld:

The judge wore a black robe to the court.
De rechter droeg een zwarte toga naar de rechtbank.

room service

/ˈruːm ˌsɝː.vɪs/

(noun) roomservice

Voorbeeld:

We ordered breakfast through room service this morning.
We bestelden vanochtend ontbijt via roomservice.

safe

/seɪf/

(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;

(noun) kluis, brandkast

Voorbeeld:

Keep your valuables in a safe place.
Bewaar je waardevolle spullen op een veilige plek.

sauna

/ˈsɑː.nə/

(noun) sauna;

(verb) saunaën, een sauna nemen

Voorbeeld:

After a long day, a session in the sauna is very relaxing.
Na een lange dag is een sessie in de sauna erg ontspannend.

shower

/ˈʃaʊ.ɚ/

(noun) douche, douchebeurt, bui;

(verb) douchen, neerregenen, overladen

Voorbeeld:

I need to fix the leaky shower head.
Ik moet de lekkende douchekop repareren.

sink

/sɪŋk/

(verb) zinken, dalen, laten zinken;

(noun) gootsteen, wastafel

Voorbeeld:

The ship began to sink after hitting the iceberg.
Het schip begon te zinken na het raken van de ijsberg.

soap

/soʊp/

(noun) zeep, soap, telenovelle;

(verb) inzepen, wassen met zeep

Voorbeeld:

She washed her hands with soap and water.
Ze waste haar handen met zeep en water.

spa

/spɑː/

(noun) spa, kuuroord, badplaats

Voorbeeld:

We spent the weekend at a luxurious health spa.
We brachten het weekend door in een luxe gezondheidsspa.

swimming pool

/ˈswɪm.ɪŋ ˌpuːl/

(noun) zwembad

Voorbeeld:

We spent the afternoon by the swimming pool.
We brachten de middag door bij het zwembad.

television

/ˈtel.ə.vɪʒ.ən/

(noun) televisie, tv, televisietoestel

Voorbeeld:

We watched the news on television.
We keken naar het nieuws op televisie.

toiletries

/ˈtɔɪ.lə.triz/

(plural noun) toiletartikelen, badkamerbenodigdheden

Voorbeeld:

Don't forget to pack your toiletries for the trip.
Vergeet je toiletartikelen niet in te pakken voor de reis.

towel

/taʊəl/

(noun) handdoek;

(verb) afdrogen, drogen met een handdoek

Voorbeeld:

Please hand me that clean towel.
Geef me alsjeblieft die schone handdoek.

turndown service

/ˈtɜːrndaʊn ˌsɜːrvɪs/

(noun) turndown service, avondservice

Voorbeeld:

The hotel offers complimentary turndown service every evening.
Het hotel biedt elke avond gratis turndown service aan.

vending machine

/ˈven.dɪŋ ˌmæʃ.iːn/

(noun) verkoopautomaat, automaat

Voorbeeld:

I bought a soda from the vending machine.
Ik kocht een frisdrank uit de verkoopautomaat.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland