Avatar of Vocabulary Set Verandering en Vorming

Vocabulaireverzameling Verandering en Vorming in Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Verandering en Vorming' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

transmogrify

/trænzˈmɑːɡrɪfaɪ/

(verb) transformeren, veranderen

Voorbeeld:

The witch could transmogrify people into animals.
De heks kon mensen veranderen in dieren.

transpose

/trænˈspoʊz/

(verb) transponeren, verwisselen, overbrengen

Voorbeeld:

You need to transpose the numbers in the last two columns.
Je moet de getallen in de laatste twee kolommen transponeren.

coagulate

/koʊˈæɡ.jə.leɪt/

(verb) stollen, coaguleren, klonteren

Voorbeeld:

The blood began to coagulate after a few minutes.
Het bloed begon na een paar minuten te stollen.

dissipate

/ˈdɪs.ə.peɪt/

(verb) verdwijnen, verjagen, verspreiden

Voorbeeld:

The fog began to dissipate as the sun rose.
De mist begon te verdwijnen toen de zon opkwam.

sublime

/səˈblaɪm/

(adjective) subliem, verheven, groots;

(verb) verheffen, transformeren, zuiveren

Voorbeeld:

The artist's work reached a sublime level of perfection.
Het werk van de kunstenaar bereikte een subliem niveau van perfectie.

amend

/əˈmend/

(verb) wijzigen, verbeteren, corrigeren

Voorbeeld:

The committee voted to amend the bill.
De commissie stemde om het wetsvoorstel te wijzigen.

wither

/ˈwɪð.ɚ/

(verb) verwelken, uitdrogen, ineenkrimpen

Voorbeeld:

The flowers began to wither in the heat.
De bloemen begonnen te verwelken in de hitte.

morph

/mɔːrf/

(verb) morphen, veranderen, transformeren;

(noun) morf, transformatie

Voorbeeld:

The image of the cat began to morph into a tiger.
De afbeelding van de kat begon te veranderen in een tijger.

deteriorate

/dɪˈtɪr.i.ə.reɪt/

(verb) verslechteren, achteruitgaan

Voorbeeld:

The weather conditions began to deteriorate rapidly.
De weersomstandigheden begonnen snel te verslechteren.

wilt

/wɪlt/

(verb) verwelken, verflauwen;

(noun) verwelking, verwelkingsziekte

Voorbeeld:

The flowers started to wilt in the intense heat.
De bloemen begonnen te verwelken in de intense hitte.

fragment

/ˈfræɡ.mənt/

(noun) fragment, stukje, onvolledig deel;

(verb) fragmenteren, uiteenvallen

Voorbeeld:

She found a fragment of pottery in the ruins.
Ze vond een fragment aardewerk in de ruïnes.

sublimate

/ˈsʌb.lə.meɪt/

(verb) sublimeren, omzetten, direct verdampen

Voorbeeld:

He tried to sublimate his anger into creative writing.
Hij probeerde zijn woede te sublimeren in creatief schrijven.

aggravate

/ˈæɡ.rə.veɪt/

(verb) verergeren, verslechteren, irriteren

Voorbeeld:

The loud music began to aggravate his headache.
De luide muziek begon zijn hoofdpijn te verergeren.

erode

/ɪˈroʊd/

(verb) eroderen, afslijten, ondermijnen

Voorbeeld:

The constant wind and rain eroded the ancient ruins.
De constante wind en regen erodeerden de oude ruïnes.

dilute

/daɪˈluːt/

(verb) verdunnen, aanlengen, afzwakken;

(adjective) verdund, aangelengd

Voorbeeld:

You should dilute the juice with water before drinking.
Je moet het sap verdunnen met water voordat je het drinkt.

weather

/ˈweð.ɚ/

(noun) weer;

(verb) verweren, aantasten, doorstaan

Voorbeeld:

The weather is beautiful today.
Het weer is prachtig vandaag.

contort

/kənˈtɔːrt/

(verb) vervormen, verdraaien, verwrongen

Voorbeeld:

His face contorted in pain.
Zijn gezicht verwrong van de pijn.

bolster

/ˈboʊl.stɚ/

(verb) ondersteunen, versterken;

(noun) rolkussen, lang kussen

Voorbeeld:

The community rallied to bolster the local economy.
De gemeenschap kwam samen om de lokale economie te versterken.

distill

/dɪˈstɪl/

(verb) destilleren, samenvatten

Voorbeeld:

They distill water to remove impurities.
Ze destilleren water om onzuiverheden te verwijderen.

whet

/wet/

(verb) slijpen, wetten, prikkelen

Voorbeeld:

He used a stone to whet his knife.
Hij gebruikte een steen om zijn mes te slijpen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland