Avatar of Vocabulary Set Weer

Vocabulaireverzameling Weer in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Weer' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

drizzle

/ˈdrɪz.əl/

(noun) motregen;

(verb) motregenen, druppelen, besprenkelen

Voorbeeld:

A fine drizzle was falling as we left the house.
Een fijne motregen viel toen we het huis verlieten.

frost

/frɑːst/

(noun) rijp, vorst, vorstperiode;

(verb) bevriezen, rijpen, glazuren

Voorbeeld:

The car windshield was covered in a thick layer of frost.
De autoruit was bedekt met een dikke laag rijp.

heat wave

/ˈhiːt weɪv/

(noun) hittegolf

Voorbeeld:

The city is experiencing a severe heat wave this week.
De stad ervaart deze week een ernstige hittegolf.

hurricane

/ˈhɝː.ɪ.keɪn/

(noun) orkaan

Voorbeeld:

The hurricane caused widespread destruction along the coast.
De orkaan veroorzaakte wijdverspreide verwoesting langs de kust.

breeze

/briːz/

(noun) bries, windje, makkie;

(verb) gemakkelijk doorgaan, snel bewegen

Voorbeeld:

A cool breeze rustled the leaves.
Een koele bries deed de bladeren ritselen.

gale

/ɡeɪl/

(noun) storm, orkaan, uitbarsting van gelach

Voorbeeld:

The ship was battered by a fierce gale.
Het schip werd geteisterd door een felle storm.

weatherman

/ˈweð.ɚ.mæn/

(noun) weerman

Voorbeeld:

The weatherman predicted heavy rain for tomorrow.
De weerman voorspelde zware regen voor morgen.

downpour

/ˈdaʊn.pɔːr/

(noun) stortbui, plensbui

Voorbeeld:

We got caught in a sudden downpour on our way home.
We werden onderweg naar huis overvallen door een plotselinge stortbui.

microclimate

/ˈmaɪ.kroʊˌklaɪ.mət/

(noun) microklimaat

Voorbeeld:

The valley has its own microclimate, which is much warmer than the surrounding hills.
De vallei heeft haar eigen microklimaat, dat veel warmer is dan de omringende heuvels.

forecast

/ˈfɔːr.kæst/

(noun) voorspelling, prognose;

(verb) voorspellen, prognostiseren

Voorbeeld:

The weather forecast predicts rain for tomorrow.
De weersvoorspelling voorspelt regen voor morgen.

mist

/mɪst/

(noun) mist, nevel;

(verb) beslaan, vertroebelen, besproeien

Voorbeeld:

The morning mist slowly lifted, revealing the valley below.
De ochtendmist trok langzaam op, waardoor de vallei zichtbaar werd.

haze

/heɪz/

(noun) nevel, waas, roes;

(verb) vervagen, vertroebelen, ontgroenen

Voorbeeld:

The mountains were barely visible through the morning haze.
De bergen waren nauwelijks zichtbaar door de ochtendnevel.

hail

/heɪl/

(noun) hagel, begroeting, roep;

(verb) hagelen, roepen, aanroepen;

(exclamation) gegroet

Voorbeeld:

The sudden hail storm damaged the crops.
De plotselinge hagelstorm beschadigde de gewassen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland