Avatar of Vocabulary Set Vriendschap en haat

Vocabulaireverzameling Vriendschap en haat in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Vriendschap en haat' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

pen pal

/ˈpen pæl/

(noun) penvriend, penvriendin

Voorbeeld:

I've had a pen pal in Japan for five years.
Ik heb al vijf jaar een penvriend in Japan.

confidant

/ˈkɑːn.fə.dænt/

(noun) vertrouweling

Voorbeeld:

She told her deepest fears to her closest confidant.
Ze vertelde haar diepste angsten aan haar naaste vertrouweling.

acquaintance

/əˈkweɪn.təns/

(noun) kennis, bekendheid

Voorbeeld:

She introduced me to an old acquaintance from college.
Ze stelde me voor aan een oude kennis van de universiteit.

comrade

/ˈkɑːm.ræd/

(noun) kameraad, metgezel

Voorbeeld:

He was a loyal comrade during the long years of the war.
Hij was een trouwe kameraad tijdens de lange oorlogsjaren.

camaraderie

/ˌkæm.əˈrɑː.dɚ.i/

(noun) camaraderie, kameraadschap

Voorbeeld:

The team developed a strong sense of camaraderie during the long project.
Het team ontwikkelde een sterk gevoel van camaraderie tijdens het lange project.

wingman

/ˈwɪŋ.mən/

(noun) wingman, vleugelvlieger

Voorbeeld:

He asked his best friend to be his wingman at the party.
Hij vroeg zijn beste vriend om zijn wingman te zijn op het feest.

cohort

/ˈkoʊ.hɔːrt/

(noun) cohort, groep, metgezel

Voorbeeld:

The study followed a cohort of students from their freshman year to graduation.
De studie volgde een cohort studenten van hun eerste jaar tot afstuderen.

plus-one

/ˌplʌsˈwʌn/

(noun) extra gast, introducé

Voorbeeld:

The wedding invitation says I can bring a plus-one.
Op de huwelijksuitnodiging staat dat ik een extra gast mag meenemen.

cohesion

/koʊˈhiː.ʒən/

(noun) cohesie, samenhang

Voorbeeld:

The team lacks social cohesion, which affects their performance.
Het team mist sociale cohesie, wat hun prestaties beïnvloedt.

aggressor

/əˈɡres.ɚ/

(noun) agressor, aanvaller

Voorbeeld:

In the conflict, it was clear who the aggressor was.
In het conflict was het duidelijk wie de agressor was.

dispute

/dɪˈspjuːt/

(noun) geschil, ruzie, discussie;

(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken

Voorbeeld:

The border dispute between the two countries escalated.
Het grensgeschil tussen de twee landen escaleerde.

hostility

/hɑːˈstɪl.ə.t̬i/

(noun) vijandigheid, hostiliteit, vijandelijkheden

Voorbeeld:

There was open hostility between the two groups.
Er was openlijke vijandigheid tussen de twee groepen.

grudge

/ɡrʌdʒ/

(noun) wrok, rancune;

(verb) misgunnen, kwalijk nemen

Voorbeeld:

She held a grudge against him for years after their argument.
Ze koesterde jarenlang een wrok tegen hem na hun ruzie.

belligerent

/bəˈlɪdʒ.ɚ.ənt/

(adjective) agressief, strijdlustig, oorlogvoerend;

(noun) oorlogvoerende, partij in een conflict

Voorbeeld:

The customer became belligerent when he was told he couldn't have a refund.
De klant werd agressief toen hem werd verteld dat hij geen geld terug kon krijgen.

antipathy

/ænˈtɪp.ə.θi/

(noun) antipathie, afkeer, aversie

Voorbeeld:

There was a strong antipathy between the two rivals.
Er was een sterke antipathie tussen de twee rivalen.

aversion

/əˈvɝː.ʒən/

(noun) afkeer, aversie, hekel

Voorbeeld:

She had a strong aversion to snakes.
Ze had een sterke afkeer van slangen.

estrangement

/ɪˈstreɪndʒ.mənt/

(noun) vervreemding, verwijdering

Voorbeeld:

The estrangement between the two brothers lasted for over a decade.
De vervreemding tussen de twee broers duurde meer dan tien jaar.

contention

/kənˈten.tʃən/

(noun) onenigheid, geschil, twist

Voorbeeld:

The main point of contention was the budget allocation.
Het belangrijkste punt van onenigheid was de begrotingstoewijzing.

rancor

/ˈræŋ.kɚ/

(noun) wrok, haat, bitterheid

Voorbeeld:

The debate was filled with rancor and personal attacks.
Het debat was gevuld met wrok en persoonlijke aanvallen.

misanthrope

/ˈmɪs.ən.θroʊp/

(noun) mispantrop, mensenhater

Voorbeeld:

In his old age, he became a misanthrope, living alone in a remote cabin.
Op zijn oude dag werd hij een mispantrop, die alleen in een afgelegen hut woonde.

confrontation

/ˌkɑːn.frənˈteɪ.ʃən/

(noun) confrontatie, botsing, blootstelling

Voorbeeld:

The police tried to avoid a direct confrontation with the protesters.
De politie probeerde een directe confrontatie met de demonstranten te vermijden.

disunity

/dɪˈsjuː.nə.t̬i/

(noun) verdeeldheid, onenigheid

Voorbeeld:

The political party was plagued by internal disunity.
De politieke partij werd geplaagd door interne verdeeldheid.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland