Avatar of Vocabulary Set Rijk en succesvol

Vocabulaireverzameling Rijk en succesvol in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Rijk en succesvol' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

successful

/səkˈses.fəl/

(adjective) succesvol, geslaagd

Voorbeeld:

She became a successful entrepreneur.
Ze werd een succesvolle ondernemer.

winning

/ˈwɪn.ɪŋ/

(adjective) winnend, zegevierend;

(noun) overwinning, winst

Voorbeeld:

The team has a winning streak of five games.
Het team heeft een winnende reeks van vijf wedstrijden.

accomplished

/əˈkɑːm.plɪʃt/

(adjective) bedreven, bekwaam, ervaren;

(past participle) voltooid, bereikt, uitgevoerd

Voorbeeld:

She is an accomplished pianist.
Zij is een ervaren pianiste.

wealthy

/ˈwel.θi/

(adjective) rijk, welgesteld

Voorbeeld:

He inherited a large sum from his wealthy aunt.
Hij erfde een grote som van zijn rijke tante.

rich

/rɪtʃ/

(adjective) rijk, welvarend, vol;

(noun) de rijken, welgestelden

Voorbeeld:

He became rich after investing in technology stocks.
Hij werd rijk na het investeren in technologiestocks.

prosperous

/ˈprɑː.spɚ.əs/

(adjective) welvarend, bloeiend

Voorbeeld:

The country has become very prosperous under the new leadership.
Het land is zeer welvarend geworden onder de nieuwe leiding.

victorious

/vɪkˈtɔːr.i.əs/

(adjective) zegevierend, overwinnend

Voorbeeld:

The victorious team celebrated their win in the locker room.
Het zegevierende team vierde hun overwinning in de kleedkamer.

well off

/ˌwel ˈɔːf/

(adjective) welgesteld, gegoed, beter af

Voorbeeld:

Her family is quite well off.
Haar familie is behoorlijk welgesteld.

well-to-do

/ˌwel.təˈduː/

(adjective) welgesteld, gegoed

Voorbeeld:

She comes from a well-to-do family in the suburbs.
Ze komt uit een welgestelde familie in de buitenwijken.

award-winning

/əˈwɔːrdˌwɪnɪŋ/

(adjective) bekroond, prijswinnend

Voorbeeld:

The director's latest film is an award-winning masterpiece.
De nieuwste film van de regisseur is een bekroond meesterwerk.

triumph

/ˈtraɪ.əmf/

(noun) triomf, overwinning, succes;

(verb) triomferen, zegevieren, winnen

Voorbeeld:

The team celebrated their hard-fought triumph in the championship.
Het team vierde hun zwaarbevochten overwinning in het kampioenschap.

conquer

/ˈkɑːŋ.kɚ/

(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen

Voorbeeld:

The Roman Empire sought to conquer new territories.
Het Romeinse Rijk probeerde nieuwe gebieden te veroveren.

accomplish

/əˈkɑːm.plɪʃ/

(verb) bereiken, volbrengen

Voorbeeld:

She hopes to accomplish her goals by the end of the year.
Ze hoopt haar doelen tegen het einde van het jaar te bereiken.

fulfill

/fʊlˈfɪl/

(verb) vervullen, realiseren, nakomen

Voorbeeld:

He worked hard to fulfill his dream of becoming a doctor.
Hij werkte hard om zijn droom om dokter te worden te vervullen.

defeat

/dɪˈfiːt/

(verb) verslaan, overwinnen, dwarsbomen;

(noun) nederlaag, overwinning

Voorbeeld:

The army managed to defeat the enemy forces.
Het leger slaagde erin de vijandelijke troepen te verslaan.

achieve

/əˈtʃiːv/

(verb) bereiken, behalen, volbrengen

Voorbeeld:

She worked hard to achieve her goals.
Ze werkte hard om haar doelen te bereiken.

succeed

/səkˈsiːd/

(verb) slagen, succes hebben, opvolgen

Voorbeeld:

She worked hard to succeed in her career.
Ze werkte hard om te slagen in haar carrière.

excel

/ɪkˈsel/

(verb) uitblinken, excelleren;

(trademark) Excel, Microsoft Excel

Voorbeeld:

She has always excelled in mathematics.
Ze heeft altijd uitgeblonken in wiskunde.

reach

/riːtʃ/

(verb) reiken, bereiken, aankomen;

(noun) bereik, reikwijdte, toegang

Voorbeeld:

He reached for the book on the top shelf.
Hij reikte naar het boek op de bovenste plank.

elevate

/ˈel.ə.veɪt/

(verb) verheffen, optillen, bevorderen

Voorbeeld:

The platform was designed to elevate heavy machinery.
Het platform was ontworpen om zware machines te verheffen.

promote

/prəˈmoʊt/

(verb) bevorderen, promoten, promoveren

Voorbeeld:

The organization works to promote peace and understanding.
De organisatie werkt aan het bevorderen van vrede en begrip.

improve

/ɪmˈpruːv/

(verb) verbeteren, vooruitgaan

Voorbeeld:

He wants to improve his English skills.
Hij wil zijn Engelse vaardigheden verbeteren.

progress

/ˈprɑː.ɡres/

(noun) vooruitgang, progressie;

(verb) vorderen, vooruitgaan

Voorbeeld:

We are making good progress on the project.
We maken goede vooruitgang met het project.

lucky

/ˈlʌk.i/

(adjective) gelukkig, mazzel

Voorbeeld:

I feel so lucky to have such supportive friends.
Ik voel me zo gelukkig dat ik zulke ondersteunende vrienden heb.

unproductive

/ˌʌn.prəˈdʌk.tɪv/

(adjective) onproductief, onvruchtbaar

Voorbeeld:

The farmer decided to sell the unproductive land.
De boer besloot de onproductieve grond te verkopen.

talented

/ˈtæl.ən.t̬ɪd/

(adjective) getalenteerd, begaafd

Voorbeeld:

She is a very talented musician.
Ze is een zeer getalenteerde muzikante.

celebrated

/ˈsel.ə.breɪ.t̬ɪd/

(adjective) gevierd, beroemd, bekend

Voorbeeld:

She is a celebrated author, known for her captivating novels.
Zij is een gevierde auteur, bekend om haar boeiende romans.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland