Vocabulaireverzameling Grootte en schaal in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Grootte en schaal' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) groot, omvangrijk, breed;
(adverb) grootschalig, op grote schaal
Voorbeeld:
(adjective) enorm, gigantisch, belangrijk
Voorbeeld:
(adjective) enorm, reusachtig, gigantisch
Voorbeeld:
(noun) reus, gigant, grootheid;
(adjective) gigantisch, enorm, reusachtig
Voorbeeld:
(adjective) groots, indrukwekkend, magnifiek;
(noun) duizend, duizend pond
Voorbeeld:
(adjective) massief, enorm, aanzienlijk
Voorbeeld:
(adjective) klein, minuscuul
Voorbeeld:
(adjective) klein, weinig, jong;
(determiner) weinig, beetje;
(adverb) een beetje, weinig
Voorbeeld:
(adjective) microscopisch, minuscuul, verwaarloosbaar
Voorbeeld:
(adjective) piepklein, minuscuul
Voorbeeld:
(adjective) kleinschalig, beperkt
Voorbeeld:
(adjective) zakformaat, pocket-
Voorbeeld:
(adjective) klein, gering, onbelangrijk;
(noun) minderjarige
Voorbeeld:
(prefix) micro, klein, miljoenste
Voorbeeld:
(noun) nanoschaal;
(adjective) nanoschaal, nanoscopisch
Voorbeeld:
(noun) baby, zuigeling, schatje;
(verb) verwennen, vertroetelen;
(adjective) klein, mini
Voorbeeld:
(adjective) ondermaats, te klein
Voorbeeld:
(adjective) klein, onbelangrijk;
(adverb) klein, fijn
Voorbeeld:
(noun) medium, middel, helderziende;
(adjective) medium, gemiddeld
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, belangrijk;
(adverb) grootspraak, arrogant
Voorbeeld:
(adjective) aanzienlijk, flink, fors
Voorbeeld:
(verb) vergroten, uitbreiden
Voorbeeld:
(verb) vergroten, opschalen;
(noun) vergroting, uitbreiding
Voorbeeld: