Vocabulaireverzameling Wet in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Wet' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) billijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid
Voorbeeld:
(noun) procespartij, litigant
Voorbeeld:
(noun) bestraffende schadevergoeding, punitive damages
Voorbeeld:
(verb) medeondertekenen, mede tekenen
Voorbeeld:
(noun) intestacy, erfopvolging bij versterf
Voorbeeld:
(noun) staaf, balk, spijl;
(verb) versperren, verbieden, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) procesadvocaat, pleitbezorger
Voorbeeld:
(noun) magistraat, vrederechter
Voorbeeld:
(noun) waarschijnlijke oorzaak, redelijke grond
Voorbeeld:
(noun) advocaat, barrister
Voorbeeld:
(noun) bevel, gerechtelijk bevel, verbod
Voorbeeld:
(noun) beëdigde verklaring, affidavit
Voorbeeld:
(noun) afzetting, ontzetting uit ambt, verklaring onder ede
Voorbeeld:
(noun) notaris
Voorbeeld:
(noun) statuten, reglement
Voorbeeld:
(noun) schorsing, uitstel
Voorbeeld:
(noun) rol, dagvaardingslijst, pakbon;
(verb) op de rol plaatsen, registreren
Voorbeeld:
(noun) vrijspraak, acquittal
Voorbeeld:
(noun) overtreding, schending
Voorbeeld:
(noun) aanklacht, beschuldiging, veroordeling
Voorbeeld:
(noun) voorwaardelijke vrijlating, parool;
(verb) voorwaardelijk vrijlaten, op parool vrijlaten
Voorbeeld:
(verb) uitleveren
Voorbeeld:
(verb) beslechten, oordelen, uitspraak doen
Voorbeeld:
(verb) schenden, overtreden, inbreuk maken op
Voorbeeld:
(verb) ongeldig verklaren, vernietigen
Voorbeeld:
(noun) dagvaarding, subpoena;
(verb) dagvaarden, oproepen
Voorbeeld:
(adjective) vrijgesteld, uitgezonderd;
(verb) vrijstellen, uitzonderen
Voorbeeld:
(verb) terugsturen, in hechtenis nemen;
(noun) hechtenis, terugverwijzing
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich houden aan, naleven
Voorbeeld:
(noun) jurisprudentie, casuïstiek
Voorbeeld:
(noun) buste, borsten, neergang;
(verb) barsten, breken, arresteren;
(adjective) kapot, gebroken
Voorbeeld:
(verb) intrekken, herroepen, annuleren
Voorbeeld:
(verb) bijvoegen, annexeren, inlijven;
(noun) aanbouw, bijgebouw
Voorbeeld:
(verb) overmaken, voldoen, kwijtschelden;
(noun) bevoegdheid, mandaat
Voorbeeld:
(noun) verordening, besluit, reglement
Voorbeeld: