Avatar of Vocabulary Set Wet

Vocabulaireverzameling Wet in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Wet' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

equity

/ˈek.wə.t̬i/

(noun) billijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid

Voorbeeld:

The company is committed to ensuring equity in its hiring practices.
Het bedrijf zet zich in voor billijkheid in zijn aanwervingspraktijken.

litigant

/ˈlɪt̬.ə.ɡənt/

(noun) procespartij, litigant

Voorbeeld:

Both litigants presented their arguments to the judge.
Beide procespartijen presenteerden hun argumenten aan de rechter.

punitive damages

/ˈpjuː.nɪ.tɪv ˈdæm.ɪ.dʒɪz/

(noun) bestraffende schadevergoeding, punitive damages

Voorbeeld:

The jury awarded the victim $1 million in punitive damages.
De jury kende het slachtoffer 1 miljoen dollar aan bestraffende schadevergoeding toe.

co-sign

/ˈkoʊˌsaɪn/

(verb) medeondertekenen, mede tekenen

Voorbeeld:

She asked her father to co-sign the loan application.
Ze vroeg haar vader om de leningaanvraag te medeondertekenen.

intestacy

/ɪnˈtes.tə.si/

(noun) intestacy, erfopvolging bij versterf

Voorbeeld:

The lawyer explained the implications of intestacy to the family.
De advocaat legde de implicaties van intestacy aan de familie uit.

bar

/bɑːr/

(noun) staaf, balk, spijl;

(verb) versperren, verbieden, uitsluiten

Voorbeeld:

He lifted the heavy iron bar.
Hij tilde de zware ijzeren staaf op.

litigator

/ˈlɪt̬.ə.ɡeɪ.t̬ɚ/

(noun) procesadvocaat, pleitbezorger

Voorbeeld:

The company hired a top litigator to handle the complex lawsuit.
Het bedrijf huurde een top procesadvocaat in om de complexe rechtszaak af te handelen.

magistrate

/ˌmædʒ.ə.streɪt ˈdʒʌdʒ/

(noun) magistraat, vrederechter

Voorbeeld:

The suspect was brought before the magistrate.
De verdachte werd voor de magistraat gebracht.

probable cause

/ˌprɑː.bə.bəl ˈkɑːz/

(noun) waarschijnlijke oorzaak, redelijke grond

Voorbeeld:

The police had probable cause to search the suspect's car.
De politie had waarschijnlijke oorzaak om de auto van de verdachte te doorzoeken.

barrister

/ˈber.ə.stɚ/

(noun) advocaat, barrister

Voorbeeld:

The barrister presented a strong case to the jury.
De advocaat presenteerde een sterke zaak aan de jury.

injunction

/ɪnˈdʒʌŋk.ʃən/

(noun) bevel, gerechtelijk bevel, verbod

Voorbeeld:

The judge issued an injunction against the company.
De rechter vaardigde een bevel uit tegen het bedrijf.

affidavit

/ˌæf.əˈdeɪ.vɪt/

(noun) beëdigde verklaring, affidavit

Voorbeeld:

The witness submitted an affidavit to the court.
De getuige diende een beëdigde verklaring in bij de rechtbank.

deposition

/ˌdep.əˈzɪʃ.ən/

(noun) afzetting, ontzetting uit ambt, verklaring onder ede

Voorbeeld:

The deposition of the king led to a period of political instability.
De afzetting van de koning leidde tot een periode van politieke instabiliteit.

notary

/ˈnoʊ.t̬ɚ.i/

(noun) notaris

Voorbeeld:

You need to get this document signed by a notary public.
U moet dit document laten ondertekenen door een notaris.

bylaw

/ˈbaɪ.lɑː/

(noun) statuten, reglement

Voorbeeld:

The club's bylaws state that all members must pay their dues by January 1st.
De statuten van de club bepalen dat alle leden hun contributie vóór 1 januari moeten betalen.

adjournment

/əˈdʒɝːn.mənt/

(noun) schorsing, uitstel

Voorbeeld:

The judge announced the adjournment of the trial until next week.
De rechter kondigde de schorsing van het proces aan tot volgende week.

docket

/ˈdɑː.kɪt/

(noun) rol, dagvaardingslijst, pakbon;

(verb) op de rol plaatsen, registreren

Voorbeeld:

The court's docket was full for the entire week.
De rol van de rechtbank was de hele week vol.

acquittal

/əˈkwɪt̬.əl/

(noun) vrijspraak, acquittal

Voorbeeld:

The jury returned a verdict of acquittal.
De jury sprak een vonnis van vrijspraak uit.

infraction

/ɪnˈfræk.ʃən/

(noun) overtreding, schending

Voorbeeld:

He was cited for a minor traffic infraction.
Hij kreeg een boete voor een kleine verkeersovertreding.

indictment

/ɪnˈdaɪt̬.mənt/

(noun) aanklacht, beschuldiging, veroordeling

Voorbeeld:

The grand jury issued an indictment against the suspect.
De grand jury vaardigde een aanklacht uit tegen de verdachte.

parole

/pəˈroʊl/

(noun) voorwaardelijke vrijlating, parool;

(verb) voorwaardelijk vrijlaten, op parool vrijlaten

Voorbeeld:

He was granted parole after serving half of his sentence.
Hij kreeg voorwaardelijke vrijlating nadat hij de helft van zijn straf had uitgezeten.

extradite

/ˈek.strə.daɪt/

(verb) uitleveren

Voorbeeld:

The government refused to extradite the suspect.
De regering weigerde de verdachte uit te leveren.

adjudicate

/əˈdʒuː.də.keɪt/

(verb) beslechten, oordelen, uitspraak doen

Voorbeeld:

The committee will adjudicate the dispute between the two parties.
De commissie zal het geschil tussen de twee partijen beslechten.

infringe

/ɪnˈfrɪndʒ/

(verb) schenden, overtreden, inbreuk maken op

Voorbeeld:

The new policy might infringe on employees' privacy.
Het nieuwe beleid kan de privacy van werknemers schenden.

annul

/əˈnʌl/

(verb) ongeldig verklaren, vernietigen

Voorbeeld:

The marriage was annulled after only six months.
Het huwelijk werd na slechts zes maanden ongeldig verklaard.

subpoena

/səˈpiː.nə/

(noun) dagvaarding, subpoena;

(verb) dagvaarden, oproepen

Voorbeeld:

He received a subpoena to testify in court.
Hij ontving een dagvaarding om in de rechtbank te getuigen.

exempt

/ɪɡˈzempt/

(adjective) vrijgesteld, uitgezonderd;

(verb) vrijstellen, uitzonderen

Voorbeeld:

Students are exempt from paying taxes on their scholarships.
Studenten zijn vrijgesteld van het betalen van belastingen over hun beurzen.

remand

/rɪˈmænd/

(verb) terugsturen, in hechtenis nemen;

(noun) hechtenis, terugverwijzing

Voorbeeld:

The suspect was remanded in custody until next week.
De verdachte werd tot volgende week in hechtenis genomen.

abide by

/əˈbaɪd baɪ/

(phrasal verb) zich houden aan, naleven

Voorbeeld:

You must abide by the rules of the game.
Je moet je houden aan de regels van het spel.

case law

/keɪs lɔː/

(noun) jurisprudentie, casuïstiek

Voorbeeld:

The judge's decision was based on existing case law.
De beslissing van de rechter was gebaseerd op bestaande jurisprudentie.

bust

/bʌst/

(noun) buste, borsten, neergang;

(verb) barsten, breken, arresteren;

(adjective) kapot, gebroken

Voorbeeld:

The dress had a fitted bust.
De jurk had een getailleerde buste.

rescind

/rɪˈsɪnd/

(verb) intrekken, herroepen, annuleren

Voorbeeld:

The government decided to rescind the unpopular tax law.
De regering besloot de impopulaire belastingwet te intrekken.

annex

/ˈæn.ɪks/

(verb) bijvoegen, annexeren, inlijven;

(noun) aanbouw, bijgebouw

Voorbeeld:

The report had a detailed appendix annexed at the end.
Het rapport had een gedetailleerde bijlage die aan het einde was bijgevoegd.

remit

/rɪˈmɪt/

(verb) overmaken, voldoen, kwijtschelden;

(noun) bevoegdheid, mandaat

Voorbeeld:

Please remit the payment by the end of the month.
Gelieve de betaling voor het einde van de maand te voldoen.

ordinance

/ˈɔːr.dən.əns/

(noun) verordening, besluit, reglement

Voorbeeld:

The city council passed a new ordinance restricting noise after 10 PM.
De gemeenteraad heeft een nieuwe verordening aangenomen die geluidsoverlast na 22.00 uur beperkt.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland