Vocabulaireverzameling Eten en drinken in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eten en drinken' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) consumeren, eten, drinken
Voorbeeld:
(verb) verslinden, opslokken, verteren
Voorbeeld:
(verb) ingest, innemen, opnemen
Voorbeeld:
(verb) knabbelen, snoepen, happen naar;
(noun) hapje, knabbel
Voorbeeld:
(verb) knabbelen, kauwen;
(noun) hap, knabbel
Voorbeeld:
(verb) genieten van, proeven;
(noun) smaak, aroma
Voorbeeld:
(noun) monster, voorbeeld;
(verb) bemonsteren, proeven
Voorbeeld:
(noun) snack, tussendoortje;
(verb) snacken, tussendoor eten
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, banket, feestdag;
(verb) feesten, banketteren, traktatie geven
Voorbeeld:
(exclamation) wat is er, hoi;
(verb) avondeten, souperen, nippen;
(noun) slok, teug
Voorbeeld:
(verb) slurpen;
(noun) slurp
Voorbeeld:
(verb) voeden, voedsel geven, koesteren
Voorbeeld:
(verb) genieten van, zich overgeven aan, verwennen
Voorbeeld:
(verb) knagen, kwellen
Voorbeeld:
(verb) schrokken, opschrokken, kalkoenen;
(noun) kalkoengeluid
Voorbeeld:
(verb) lessen, stillen, blussen
Voorbeeld: