Vocabulaireverzameling Unit 8: Engelssprekende Landen in Groep 8: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 8: Engelssprekende Landen' in 'Groep 8' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) Aborigine, inheemse Australiër;
(adjective) Aborigine, inheems
Voorbeeld:
(adverb) absoluut, volledig, zeker
Voorbeeld:
(noun) accent, klemtoon, accentteken;
(verb) accentueren, benadrukken
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, indrukwekkend, ontzagwekkend
Voorbeeld:
(noun) spook, geest;
(verb) spoken, zweven, ghosten
Voorbeeld:
(noun) plek, ontmoetingsplek, stamkroeg;
(verb) achtervolgen, spoken, kwellen
Voorbeeld:
(noun) icoon, symbool, pictogram
Voorbeeld:
(noun) kangoeroe
Voorbeeld:
(noun) koala
Voorbeeld:
(noun) kilt;
(verb) opstropen, optrekken
Voorbeeld:
(noun) legende, sage, icoon
Voorbeeld:
(noun) meer, zeearm
Voorbeeld:
(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;
(noun) functionaris, ambtenaar
Voorbeeld:
(noun) parade, optocht, stroom;
(verb) paraderen, pronken
Voorbeeld:
(noun) puzzel, raadsel, mysterie;
(verb) verwarren, verbijsteren
Voorbeeld:
(noun) schema, rooster, tijdschema;
(verb) plannen, inplannen
Voorbeeld:
(noun) Schots, Schotse taal
Voorbeeld:
(adjective) Schots;
(noun) de Schotten
Voorbeeld:
(noun) staat, toestand;
(verb) verklaren, stellen
Voorbeeld:
(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder
Voorbeeld: