Avatar of Vocabulary Set Unit 8: Engelssprekende Landen

Vocabulaireverzameling Unit 8: Engelssprekende Landen in Groep 8: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Unit 8: Engelssprekende Landen' in 'Groep 8' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

Aborigine

/ˌæb.əˈrɪdʒ.ən.i/

(noun) Aborigine, inheemse Australiër;

(adjective) Aborigine, inheems

Voorbeeld:

The history of the Aborigine people is rich and complex.
De geschiedenis van het Aborigine volk is rijk en complex.

absolutely

/ˌæb.səˈluːt.li/

(adverb) absoluut, volledig, zeker

Voorbeeld:

You are absolutely right.
Je hebt absoluut gelijk.

accent

/ˈæk.sənt/

(noun) accent, klemtoon, accentteken;

(verb) accentueren, benadrukken

Voorbeeld:

She spoke with a strong French accent.
Ze sprak met een sterk Frans accent.

awesome

/ˈɑː.səm/

(adjective) geweldig, indrukwekkend, ontzagwekkend

Voorbeeld:

The view from the mountain top was absolutely awesome.
Het uitzicht vanaf de bergtop was absoluut geweldig.

ghost

/ɡoʊst/

(noun) spook, geest;

(verb) spoken, zweven, ghosten

Voorbeeld:

Many people claim to have seen a ghost in that old house.
Veel mensen beweren een spook te hebben gezien in dat oude huis.

haunt

/hɑːnt/

(noun) plek, ontmoetingsplek, stamkroeg;

(verb) achtervolgen, spoken, kwellen

Voorbeeld:

The old pub was his favorite haunt.
De oude pub was zijn favoriete plek.

icon

/ˈaɪ.kɑːn/

(noun) icoon, symbool, pictogram

Voorbeeld:

Marilyn Monroe remains a fashion icon.
Marilyn Monroe blijft een mode-icoon.

kangaroo

/ˌkæŋ.ɡəˈruː/

(noun) kangoeroe

Voorbeeld:

The kangaroo hopped across the open field.
De kangoeroe huppelde over het open veld.

koala

/koʊˈɑː.lə/

(noun) koala

Voorbeeld:

The koala clung to the eucalyptus tree.
De koala klampte zich vast aan de eucalyptusboom.

kilt

/kɪlt/

(noun) kilt;

(verb) opstropen, optrekken

Voorbeeld:

He wore a traditional Scottish kilt to the wedding.
Hij droeg een traditionele Schotse kilt naar de bruiloft.

legend

/ˈledʒ.ənd/

(noun) legende, sage, icoon

Voorbeeld:

The legend of King Arthur is well-known.
De legende van Koning Arthur is welbekend.

loch

/lɑːk/

(noun) meer, zeearm

Voorbeeld:

They went fishing in Loch Ness.
Ze gingen vissen in Loch Ness.

official

/əˈfɪʃ.əl/

(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;

(noun) functionaris, ambtenaar

Voorbeeld:

The mayor made an official announcement.
De burgemeester deed een officiële aankondiging.

parade

/pəˈreɪd/

(noun) parade, optocht, stroom;

(verb) paraderen, pronken

Voorbeeld:

The city held a grand parade to celebrate the national holiday.
De stad hield een grote parade om de nationale feestdag te vieren.

puzzle

/ˈpʌz.əl/

(noun) puzzel, raadsel, mysterie;

(verb) verwarren, verbijsteren

Voorbeeld:

She spent hours trying to solve the jigsaw puzzle.
Ze bracht uren door met het proberen op te lossen van de legpuzzel.

schedule

/ˈskedʒ.uːl/

(noun) schema, rooster, tijdschema;

(verb) plannen, inplannen

Voorbeeld:

I need to check my schedule for next week.
Ik moet mijn schema voor volgende week controleren.

Scots

/skɑːts/

(noun) Schots, Schotse taal

Voorbeeld:

Many traditional Scottish songs are sung in Scots.
Veel traditionele Schotse liederen worden in het Schots gezongen.

Scottish

/ˈskɑː.t̬ɪʃ/

(adjective) Schots;

(noun) de Schotten

Voorbeeld:

She has a strong Scottish accent.
Ze heeft een sterk Schots accent.

state

/steɪt/

(noun) staat, toestand;

(verb) verklaren, stellen

Voorbeeld:

The United States is a large country.
De Verenigde Staten is een groot land.

unique

/juːˈniːk/

(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder

Voorbeeld:

Each person's fingerprints are unique.
De vingerafdrukken van elke persoon zijn uniek.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland