Vocabulaireverzameling Eenheid 9: Wat Zag Je In De Dierentuin? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 9: Wat Zag Je In De Dierentuin?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) dierentuin, zoo
Voorbeeld:
(noun) dier, beest, barbaar;
(adjective) dierlijk
Voorbeeld:
(noun) olifant
Voorbeeld:
(noun) tijger, felle persoon, formidabele persoon
Voorbeeld:
(noun) aap, ondeugd, kwajongen;
(verb) prutsen, rommelen
Voorbeeld:
(noun) gorilla, reus, bullebak
Voorbeeld:
(noun) krokodil
Voorbeeld:
(noun) python, wurgslang, Python
Voorbeeld:
(noun) pauw, ijdel persoon, pronker;
(verb) pronken, opscheppen
Voorbeeld:
(noun) panda
Voorbeeld:
(noun) kangoeroe
Voorbeeld:
(adjective) lawaaierig, rumoerig
Voorbeeld:
(adjective) eng, griezelig
Voorbeeld:
(adjective) snel, vlug, vast;
(adverb) snel, stevig, vast;
(verb) vasten;
(noun) vasten
Voorbeeld:
(noun) baby, zuigeling, schatje;
(verb) verwennen, vertroetelen;
(adjective) klein, mini
Voorbeeld:
(noun) circus, chaos, wanorde
Voorbeeld:
(noun) park, reservaat;
(verb) parkeren
Voorbeeld:
(adjective) grappig, humoristisch, vreemd
Voorbeeld:
(adjective) schattig, lief, aantrekkelijk
Voorbeeld:
(adverb) luid, hard, opzichtig
Voorbeeld:
(noun) gebrul, gedreun, lawaai;
(verb) brullen, bulderen
Voorbeeld:
(adverb) langzaam, traag
Voorbeeld:
(adverb) rustig, zachtjes, kalm
Voorbeeld:
(verb) bewegen, verplaatsen, verhuizen;
(noun) beweging, zet, verhuizing
Voorbeeld:
(verb) lopen, wandelen, uitlaten;
(noun) wandeling, loopafstand
Voorbeeld:
(verb) springen, hossen, schieten;
(noun) sprong, hup, stijging
Voorbeeld: