Vocabulaireverzameling Eenheid 19: Welke plaats zou je willen bezoeken? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 19: Welke plaats zou je willen bezoeken?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) bezoeken;
(noun) bezoek, huisbezoek
Voorbeeld:
(noun) pagode
Voorbeeld:
(noun) park, reservaat;
(verb) parkeren
Voorbeeld:
(noun) tempel, slaap
Voorbeeld:
(noun) theater, theaterkunst, toneel
Voorbeeld:
(noun) brug, neusbrug, verbinding;
(verb) overbruggen, verkleinen
Voorbeeld:
(noun) stad
Voorbeeld:
(noun) dorp
Voorbeeld:
(noun) stad, plaats, inwoners van de stad
Voorbeeld:
(noun) museum
Voorbeeld:
(noun) midden, centrum, complex;
(verb) centreren, in het midden plaatsen
Voorbeeld:
(adverb) ergens, ongeveer, rond
Voorbeeld:
(noun) dierentuin, zoo
Voorbeeld:
(verb) genieten van, beschikken over
Voorbeeld:
(verb) verwachten, eisen
Voorbeeld:
(adjective) spannend, opwindend
Voorbeeld:
(adjective) interessant, boeiend
Voorbeeld:
(adjective) aantrekkelijk, charmant
Voorbeeld:
(phrase) in het midden van, midden in, tijdens
Voorbeeld:
(noun) weekend
Voorbeeld:
(adjective) heerlijk, lekker, aangenaam
Voorbeeld:
(noun) mensen, volk, natie;
(verb) bevolken, vullen
Voorbeeld:
(noun) geschiedenis, verleden
Voorbeeld:
(noun) standbeeld, beeld
Voorbeeld:
(noun) yard, tuin, erf
Voorbeeld:
(noun) vakantie, feestdag;
(verb) vakantie vieren, op vakantie gaan
Voorbeeld:
(noun) plaats, plek, huis;
(verb) plaatsen, leggen, herkennen
Voorbeeld: