Avatar of Vocabulary Set A2 - Letter U

Vocabulaireverzameling A2 - Letter U in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter U' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

underground

/ˈʌn.dɚ.ɡraʊnd/

(adverb) ondergronds, clandestien;

(noun) metro, ondergrondse, verzetsbeweging;

(adjective) ondergronds, underground, alternatief

Voorbeeld:

The miners work underground.
De mijnwerkers werken ondergronds.

understanding

/ˌʌn.dɚˈstæn.dɪŋ/

(noun) begrip, inzicht, medeleven;

(adjective) begripvol, meevoelend

Voorbeeld:

She has a deep understanding of the subject.
Ze heeft een diep begrip van het onderwerp.

unfortunately

/ʌnˈfɔːr.tʃən.ət.li/

(adverb) helaas, ongelukkigvis

Voorbeeld:

Unfortunately, we ran out of time.
Helaas, we hadden geen tijd meer.

unhappy

/ʌnˈhæp.i/

(adjective) ongelukkig, verdrietig

Voorbeeld:

She felt unhappy after hearing the bad news.
Ze voelde zich ongelukkig na het horen van het slechte nieuws.

uniform

/ˈjuː.nə.fɔːrm/

(noun) uniform;

(adjective) uniform, gelijkmatig

Voorbeeld:

The police officer was wearing his full uniform.
De politieagent droeg zijn volledige uniform.

unit

/ˈjuː.nɪt/

(noun) eenheid, individu, maatstaf

Voorbeeld:

Each unit in the apartment complex has its own balcony.
Elke eenheid in het appartementencomplex heeft een eigen balkon.

united

/juːˈnaɪ.t̬ɪd/

(adjective) verenigd, eensgezind, harmonieus

Voorbeeld:

The two companies are now united under one brand.
De twee bedrijven zijn nu verenigd onder één merk.

unusual

/ʌnˈjuː.ʒu.əl/

(adjective) ongewoon, ongebruikelijk

Voorbeeld:

It's unusual for him to be late.
Het is ongewoon voor hem om te laat te zijn.

upstairs

/ʌpˈsterz/

(adverb) boven, naar boven;

(adjective) bovenste, bovenverdieping;

(noun) bovenverdieping

Voorbeeld:

She went upstairs to get a book.
Ze ging naar boven om een boek te halen.

use

/juːz/

(verb) gebruiken, benutten, uitbuiten;

(noun) gebruik, toepassing, nut

Voorbeeld:

Can I use your pen for a moment?
Mag ik je pen even gebruiken?

used to

/juːst tə/

(adjective) gewend aan;

(modal verb) vroeger, gewoonlijk

Voorbeeld:

I'm used to waking up early.
Ik ben gewend aan vroeg opstaan.

user

/ˈjuː.zɚ/

(noun) gebruiker, verslaafde

Voorbeeld:

The software is designed to be easy for the user.
De software is ontworpen om gemakkelijk te zijn voor de gebruiker.

usual

/ˈjuː.ʒu.əl/

(adjective) gebruikelijk, gewoon, normaal

Voorbeeld:

He took his usual seat at the back of the room.
Hij nam zijn gebruikelijke plaats achter in de kamer in.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland