Avatar of Vocabulary Set Woonkamer

Vocabulaireverzameling Woonkamer in Veelvoorkomende woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Woonkamer' in 'Veelvoorkomende woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

drapes

/dreɪps/

(plural noun) gordijnen;

(verb) draperen, hangen

Voorbeeld:

She closed the drapes to block out the morning sun.
Ze sloot de gordijnen om de ochtendzon buiten te houden.

cushion

/ˈkʊʃ.ən/

(noun) kussen, buffer, stootkussen;

(verb) verzachten, dempen, opvangen

Voorbeeld:

She fluffed the cushions on the sofa.
Ze klopte de kussens op de bank op.

sofa

/ˈsoʊ.fə/

(noun) bank, sofa

Voorbeeld:

We bought a new sofa for the living room.
We kochten een nieuwe bank voor de woonkamer.

rug

/rʌɡ/

(noun) kleed, vloerkleed

Voorbeeld:

She placed a colorful rug in the center of the living room.
Ze legde een kleurrijk kleed in het midden van de woonkamer.

banister

/ˈbæn.ə.stɚ/

(noun) trapleuning, balustrade

Voorbeeld:

She slid down the banister, laughing all the way.
Ze gleed lachend van de trapleuning af.

bookcase

/ˈbʊk.keɪs/

(noun) boekenkast

Voorbeeld:

She arranged her favorite novels on the top shelf of the bookcase.
Ze rangschikte haar favoriete romans op de bovenste plank van de boekenkast.

ceiling

/ˈsiː.lɪŋ/

(noun) plafond, limiet

Voorbeeld:

The room has a high ceiling.
De kamer heeft een hoog plafond.

clock

/klɑːk/

(noun) klok, uurwerk;

(verb) klokken, meten

Voorbeeld:

The clock on the wall struck noon.
De klok aan de muur sloeg twaalf uur.

desk

/desk/

(noun) bureau, schrijftafel, balie

Voorbeeld:

She sat down at her desk and started working.
Ze ging aan haar bureau zitten en begon te werken.

frame

/freɪm/

(noun) lijst, kozijn, frame;

(verb) lijsten, inlijsten, formuleren

Voorbeeld:

The old photograph was in a beautiful wooden frame.
De oude foto zat in een prachtige houten lijst.

lampshade

/ˈlæmp.ʃeɪd/

(noun) lampenkap

Voorbeeld:

The old lampshade was torn, so we bought a new one.
De oude lampenkap was gescheurd, dus kochten we een nieuwe.

mantelpiece

/ˈmæn.təl.piːs/

(noun) schoorsteenmantel, mantel

Voorbeeld:

She placed the antique clock on the mantelpiece.
Ze plaatste de antieke klok op de schoorsteenmantel.

painting

/ˈpeɪn.t̬ɪŋ/

(noun) schilderen, verven, schilderij

Voorbeeld:

She enjoys painting landscapes.
Ze geniet van het schilderen van landschappen.

remote control

/rɪˌmoʊt kənˈtroʊl/

(noun) afstandsbediening

Voorbeeld:

Can you pass me the remote control for the TV?
Kun je me de afstandsbediening voor de tv aangeven?

speaker

/ˈspiː.kɚ/

(noun) spreker, luidspreker, box

Voorbeeld:

The main speaker at the conference was a renowned scientist.
De hoofdspreker op de conferentie was een gerenommeerde wetenschapper.

step

/step/

(noun) stap, trede, opstapje;

(verb) stappen, lopen

Voorbeeld:

He took a step forward.
Hij deed een stap naar voren.

stereo system

/ˈster.i.oʊ ˌsɪs.təm/

(noun) stereoset, stereo-installatie

Voorbeeld:

He just bought a new stereo system for his living room.
Hij heeft net een nieuwe stereoset gekocht voor zijn woonkamer.

stereo

/ˈster.i.oʊ/

(noun) stereo, stereo-installatie;

(adjective) stereo, stereofonisch

Voorbeeld:

He turned up the stereo to listen to his favorite album.
Hij zette de stereo harder om naar zijn favoriete album te luisteren.

television

/ˈtel.ə.vɪʒ.ən/

(noun) televisie, tv, televisietoestel

Voorbeeld:

We watched the news on television.
We keken naar het nieuws op televisie.

vase

/veɪs/

(noun) vaas

Voorbeeld:

She placed the fresh roses in a beautiful crystal vase.
Ze zette de verse rozen in een prachtige kristallen vaas.

wall unit

/ˈwɑːl ˌjuː.nɪt/

(noun) wandmeubel, wandkast

Voorbeeld:

We bought a new wall unit for the living room to hold our books and media.
We kochten een nieuwe wandmeubel voor de woonkamer om onze boeken en media in op te bergen.

lamp

/læmp/

(noun) lamp;

(verb) slaan, rammen

Voorbeeld:

She turned on the lamp to read her book.
Ze deed de lamp aan om haar boek te lezen.

calendar

/ˈkæl.ən.dɚ/

(noun) kalender, kalendersysteem, tijdrekening

Voorbeeld:

I marked the appointment on my calendar.
Ik heb de afspraak op mijn kalender gemarkeerd.

fan

/fæn/

(noun) ventilator, waaier, fan;

(verb) waaieren, aanwakkeren, verspreiden

Voorbeeld:

Turn on the fan, it's getting hot in here.
Zet de ventilator aan, het wordt hier warm.

chair

/tʃer/

(noun) stoel, voorzitter, leider;

(verb) voorzitten, leiden

Voorbeeld:

Please take a chair and sit down.
Neem alstublieft een stoel en ga zitten.

stool

/stuːl/

(noun) kruk, ontlasting, feces;

(verb) ontlasten, poepen

Voorbeeld:

She sat on a small wooden stool.
Ze zat op een kleine houten kruk.

ashtray

/ˈæʃ.treɪ/

(noun) asbak

Voorbeeld:

Please use the ashtray for your cigarette.
Gebruik alstublieft de asbak voor uw sigaret.

bookshelf

/ˈbʊk.ʃelf/

(noun) boekenplank, boekenrek

Voorbeeld:

She arranged her favorite novels on the top bookshelf.
Ze rangschikte haar favoriete romans op de bovenste boekenplank.

fuse

/fjuːz/

(noun) zekering, lont, ontsteker;

(verb) fuseren, versmelten, smelten

Voorbeeld:

The lights went out because a fuse blew.
De lichten gingen uit omdat een zekering sprong.

switch

/swɪtʃ/

(noun) schakelaar, verandering, overstap;

(verb) omschakelen, wisselen, aan-/uitzetten

Voorbeeld:

Flip the switch to turn on the light.
Zet de schakelaar om om het licht aan te doen.

couch

/kaʊtʃ/

(noun) bank, zitbank;

(verb) verwoorden, formuleren

Voorbeeld:

We bought a new couch for the living room.
We kochten een nieuwe bank voor de woonkamer.

curtain

/ˈkɝː.tən/

(noun) gordijn, barrière, scherm;

(verb) voorzien van gordijnen, afschermen

Voorbeeld:

She drew the curtains to block out the morning sun.
Ze trok de gordijnen dicht om de ochtendzon buiten te houden.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland