Avatar of Vocabulary Set Texturen

Vocabulaireverzameling Texturen in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Texturen' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

malleable

/ˈmæl.i.ə.bəl/

(adjective) kneedbaar, plooibaar, beïnvloedbaar

Voorbeeld:

Children are often more malleable than adults.
Kinderen zijn vaak kneedbaarder dan volwassenen.

grooved

/ɡruːvd/

(adjective) gegroefd, geribbeld;

(past participle) gegroefd, geribbeld

Voorbeeld:

The old record player had a grooved surface.
De oude platenspeler had een gegroefd oppervlak.

prickly

/ˈprɪk.əl.i/

(adjective) stekelig, doornig, prikkelend

Voorbeeld:

The rose bush was very prickly.
De rozenstruik was erg stekelig.

coarse

/kɔːrs/

(adjective) grof, ruw, plat

Voorbeeld:

The fabric felt coarse against her skin.
De stof voelde grof aan op haar huid.

pitted

/ˈpɪt̬.ɪd/

(adjective) ontpit, gehavend, getekend;

(verb) ontpitten, aantasten, deuken

Voorbeeld:

These olives are already pitted.
Deze olijven zijn al ontpit.

slimy

/ˈslaɪ.mi/

(adjective) slijmerig, glibberig, gluiperig

Voorbeeld:

The fish was wet and slimy.
De vis was nat en slijmerig.

squishy

/ˈskwɪʃ.i/

(adjective) papperig, zacht, sponzig

Voorbeeld:

The overripe banana was all squishy.
De overrijpe banaan was helemaal papperig.

crumbly

/ˈkrʌm.bəl.i/

(adjective) kruimelig, brokkelig

Voorbeeld:

The old cake was dry and crumbly.
De oude cake was droog en kruimelig.

flaky

/ˈfleɪ.ki/

(adjective) schilferig, bladerig, onbetrouwbaar

Voorbeeld:

The pastry was perfectly flaky and golden brown.
Het gebak was perfect schilferig en goudbruin.

mushy

/ˈmʌʃ.i/

(adjective) papperig, zacht, pulpachtig

Voorbeeld:

The overripe bananas turned mushy.
De overrijpe bananen werden papperig.

pulpy

/ˈpʌl.pi/

(adjective) pulpachtig, vlezig, zacht

Voorbeeld:

The overripe mango was soft and pulpy.
De overrijpe mango was zacht en pulpachtig.

rubbery

/ˈrʌb.ɚ.i/

(adjective) rubberachtig, elastisch

Voorbeeld:

The old elastic band felt stiff and less rubbery than a new one.
De oude elastiek voelde stijf en minder rubberachtig aan dan een nieuwe.

corrugated

/ˈkɔːr.ə.ɡeɪ.t̬ɪd/

(adjective) gegolfd, geribbeld

Voorbeeld:

The roof was made of corrugated iron sheets.
Het dak was gemaakt van gegolfde ijzeren platen.

lumpy

/ˈlʌm.pi/

(adjective) klonterig, hobbelig

Voorbeeld:

The mashed potatoes were a bit lumpy.
De aardappelpuree was een beetje klonterig.

rigid

/ˈrɪdʒ.ɪd/

(adjective) stijf, rigide, onbuigzaam

Voorbeeld:

The old man's body was rigid with cold.
Het lichaam van de oude man was stijf van de kou.

gooey

/ˈɡuː.i/

(adjective) kleverig, plakkerig, sentimenteel

Voorbeeld:

The melted cheese was deliciously gooey.
De gesmolten kaas was heerlijk kleverig.

satiny

/ˈsæt̬.ən.i/

(adjective) satijnachtig, glanzend, glad

Voorbeeld:

The dress was made of a beautiful satiny fabric.
De jurk was gemaakt van een prachtige satijnachtige stof.

wiry

/ˈwaɪr.i/

(adjective) draadachtig, stug, gespierd

Voorbeeld:

The old fence was made of wiry strands.
Het oude hek was gemaakt van draadachtige strengen.

jagged

/ˈdʒæɡ.ɪd/

(adjective) gekarteld, grillig, ruw

Voorbeeld:

The broken glass had jagged edges.
Het gebroken glas had gekartelde randen.

pliable

/ˈplaɪ.ə.bəl/

(adjective) buigzaam, flexibel, beïnvloedbaar

Voorbeeld:

The artist used pliable wire to create the sculpture.
De kunstenaar gebruikte buigzaam draad om het beeld te maken.

brittle

/ˈbrɪt̬.əl/

(adjective) broos, breekbaar, schel

Voorbeeld:

The old plastic had become brittle with age.
Het oude plastic was met de leeftijd broos geworden.

gritty

/ˈɡrɪt̬.i/

(adjective) korrelig, zanderig, vastberaden

Voorbeeld:

The beach sand felt gritty between my toes.
Het strandzand voelde korrelig tussen mijn tenen.

sleek

/sliːk/

(adjective) glad, glanzend, elegant;

(verb) gladstrijken, polijsten

Voorbeeld:

The cat had a beautiful, sleek coat.
De kat had een prachtige, gladde vacht.

gauzy

/ˈɡɑː.zi/

(adjective) gazen, ijle, doorzichtig

Voorbeeld:

The bride wore a dress with gauzy sleeves.
De bruid droeg een jurk met gazen mouwen.

ethereal

/iˈθɪr.i.əl/

(adjective) etherisch, hemels, ijle

Voorbeeld:

Her voice had an ethereal quality, like a whisper from another realm.
Haar stem had een etherische kwaliteit, als een fluistering uit een ander rijk.

gossamer

/ˈɡɑː.sə.mɚ/

(noun) spinnenweb, ragfijne draden, ragfijn;

(adjective) ragfijn, licht, doorschijnend

Voorbeeld:

The morning dew clung to the delicate gossamer threads.
De ochtenddauw kleefde aan de delicate spinnenwebben.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland