Vocabulaireverzameling C1 - Menselijke Banden in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Menselijke Banden' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) bondgenoot, steunpilaar;
(verb) verenigen, zich verbinden
Voorbeeld:
(noun) kennis, bekendheid
Voorbeeld:
(abbreviation) beste vrienden voor altijd, beste vriendin voor altijd
Voorbeeld:
(noun) maatje, vriend;
(verb) bevriend raken, samenwerken
Voorbeeld:
(noun) vriend, maatje;
(verb) bevriend raken, omgaan met
Voorbeeld:
(noun) metgezel, gezel, kompaan
Voorbeeld:
(noun) maat, vriend, partner;
(verb) paren, dekken
Voorbeeld:
(verb) co-parenten, samen opvoeden;
(noun) co-ouder, mede-ouder
Voorbeeld:
(noun) halfbroer
Voorbeeld:
(noun) halfzus
Voorbeeld:
(noun) erfgenaam, opvolger
Voorbeeld:
(noun) naaste familie, dichtstbijzijnde verwant
Voorbeeld:
(noun) wees, wezen;
(verb) weesmaken;
(adjective) wees
Voorbeeld:
(noun) afstammeling, nakomeling
Voorbeeld:
(adjective) adoptie, adoptief
Voorbeeld:
(adjective) biraciaal, van twee rassen
Voorbeeld:
(adjective) oudere, oudste;
(noun) oudere, oudste
Voorbeeld:
(adjective) intiem, vertrouwelijk, privé;
(verb) doorschemeren, aangeven
Voorbeeld:
(adjective) zusterlijk
Voorbeeld:
(adjective) hecht, sterk verbonden
Voorbeeld:
(noun) afkomst, voorouders, geslacht
Voorbeeld:
(noun) erfgoed, erfenis, cultureel erfgoed
Voorbeeld:
(noun) tak, filiaal, vestiging;
(verb) vertakken, splitsen
Voorbeeld:
(noun) broederschap, genootschap
Voorbeeld:
(noun) clan, stam, groep
Voorbeeld:
(noun) breuk, uiteenvallen
Voorbeeld:
(noun) erfenis, nalatenschap, overerving
Voorbeeld:
(noun) ouderschap, opvoeding
Voorbeeld:
(noun) toewijding, devotie, trouw
Voorbeeld:
(noun) rapport, band, verstandhouding
Voorbeeld:
(adjective) levenslang, voor het leven
Voorbeeld:
(noun) volwassenheid, rijpheid, vervaldatum
Voorbeeld: